schijf
Een informatiedrager zoals een cd-rom, een vaste schijf of een diskette. Voor een
vereenvoudigd beheer wordt in Windows aan elke schijf een letter toegekend.
spool
De eerste stap in het afdrukproces waarbij de printerdriver de afdrukgegevens
omzet in codes die uw printer begrijpt. Deze gegevens worden dan rechtstreeks
naar de printer gestuurd of naar de afdrukserver.
spool manager
Een softwareprogramma dat afdrukgegevens omzet in een codetaal die uw
printer begrijpt. Zie ook spool.
spuitkanaaltje
Fijne buisjes in de printkop waardoor inkt op het blad wordt gespoten.
De afdrukkwaliteit neemt af als de spuitkanaaltjes verstopt zijn.
standaardinstelling
Een waarde die in werking treedt wanneer de apparatuur wordt aangezet,
gereset of geïnitialiseerd.
StatusMonitor
Het softwareprogramma dat de status van uw printer in het oog houdt.
subtractieve kleuren
Kleuren die ontstaan wanneer pigmenten sommige lichtkleuren absorberen en
andere weerkaatsen. Zie ook CMYK.
toepassing
Een softwareprogramma waarmee u een bepaalde taak kunt uitvoeren, zoals
tekstverwerking of financiële planning.
USB-interface
Universal Serial Bus-interface. Met deze interface kunt u maximaal 127 randap-
paraten (onder meer toetsenborden, muizen en printers) aansluiten op uw com-
puter via één multifunctionele poort. Als u USB-hubs gebruikt kunt u
bijkomende poorten in gebruik nemen. Zie ook interface.
WYSIWYG
What-you-see-is-what-you-get. Met deze term wordt een afdruk aangeduid die
er precies uitziet als het origineel op het scherm.
5
Verklarende woordenlijst