8.4
Parallelgeleider
Druk de spanbeugel (28) op de parallelgeleider (27) naar buiten. Hierdoor openen de
spanklauwen van de parallelgeleider (27).
Schuif de parallelgeleider (27) van rechts of van links op de zaagtafel (6).
Stel de gewenste waarde in en druk de spanbeugel (28) omlaag, om parallelgeleider (27)
op de zaagtafel (6) te fixeren. Indien de spanning van de spanbeugel (28) niet voldoende
is, open dan de spanbeugel (28) opnieuw, draai deze een paar keer met de wijzers van de
klok mee en druk de spanbeugel (28) vervolgens omlaag.
Let op dat de parallelgeleider (27) altijd parallel ten opzichte van het zaaglint (6) moet
staan.
8.5
Schuine sneden
Voor het maken van schuine sneden kan de zaagtafel (6) van 0° tot 45° naar buiten worden
gekanteld.
Draai de borgschroef (8) en de vastzethendel (9) onder de zaagtafel (6) los.
Kantel de zaagtafel (6) naar buiten tot de gewenste hoek bereikt is (Fig. 20).
Haal de vastzethendel (9) en de borgschroef (8) weer aan.
Let op! Bij werkstukken die groot genoeg zijn om te beschermen tegen wegglijden, moet bij
het maken van schuine sneden altijd de parallelgeleider (27) aan de rechter buitenzijde van de
zaagtafel (6) worden aangebracht.
9 WERKEN MET DE LINTZAAG
Let op! Het wordt geadviseerd om na alle afstellingen een proefsnede te maken, om de
ingestelde waarden te controleren.
Breng bij alle werkzaamheden met de lintzaag de bovenste zaaglintgeleiding (22) zo kort
mogelijk bij het werkstuk.
Druk het werkstuk zo vlak mogelijk op de zaagtafel (6) om vastlopen van het zaaglint (14)
te voorkomen.
Voer het werkstuk altijd met een gelijkmatige aanvoer aan, zodat het zaaglint (14)
gemakkelijk, zonder te blokkeren door het materiaal heen kan zagen.
Bij alle sneden waarbij de parallel-(27) of de dwarsgeleider (29) kunnen worden gebruikt,
moeten deze ook worden gebruikt.
Voer het werkstuk tijdens het zagen altijd vanaf de langste zijde aan.
Voer de sneden, indien mogelijk, altijd tijdens een arbeidscyclus uit.
Wanneer het onvermijdelijk is een werkstuk terug te trekken, schakel dan eerst de lintzaag
uit en wacht tot het zaaglint (14) stil staat.
9.1
Maken van sneden in de lengte (Fig. 28)
Zagen van een werkstuk in lengterichting
Breng, indien mogelijk, de parallelgeleider (27) aan de linker zijde van de zaagtafel (6)
aan.
Laat de zaaglintgeleiding (22) tot zo kort mogelijk boven het werkstuk zakken.
Schakel de lintzaag in.
Druk met de rechterhand het werkstuk tegen de parallelgeleider (27). Druk met de andere
hand het werkstuk vlak op de zaagtafel (6).
Schuif nu met gelijkmatige aanvoer het werkstuk tegen het zaaglint (14).
9.2
Maken van dwarssneden (Fig. 29)
Zagen van een werkstuk in dwarsrichting
Schuif de dwarsgeleider (29) in een van beide groeven op de zaagtafel (6) en stel de
gewenste hoek in op de graadschaal van de dwarsgeleider (29).
Laat de zaaglintgeleiding (22) tot zo kort mogelijk boven het werkstuk zakken.
Schakel de lintzaag in.
Copyright © 2017 VARO
POWX180
P a g e
| 10
NL
www.varo.com