Algemene gids
Gebruik van de [–] en [+] toetsen
bo
(
)
U kunt het getoonde nummer of de getoonde waarde
veranderen door middel van de [+] (verhogen) en
[–] (verlagen) toetsen (
bo
Instelling
M d e r n P n o
• Houd één van beide toetsen in om door de getoonde
instellingen te scrollen.
• Door beide toetsen tegelijkertijd in te drukken wordt
teruggekeerd naar de (oorspronkelijke) default instelling of
de aanbevolen instelling.
3
• Houd
(FUNCTION) ingedrukt en druk tegelijkertijd op
bo
(–/+) [–] om het getoonde cijfer met een waarde van 10
3
te verlagen. Houd
(FUNCTION) ingedrukt en druk
tegelijkertijd op
bo
(–/+) [+] om het getoonde cijfer met een
waarde van 10 te verhogen.
NL-4
).
Gebruiken van de FUNCTION
3
toets (
)
Met behulp van de FUNCTION toets (
verkrijgen tot instellingen waarmee u nagalmtype,
pedaaleffect, etc. kunt selecteren.
1.
Druk op
3
(FUNCTION).
Instelling
T r a n s .
2.
Druk vervolgens
3
getoond wordt waarvan u de instelling wilt
tonen.
Telkens bij indrukken van
beschikbare parameter gegaan.
• Voor het selecteren van een parameter kunt u terugscrollen
3
door
ingedrukt te houden terwijl u op
4
(TOUCH) drukt.
Parameter
1
Transponeren
2
Begeleidingsvolume
3
Stemmen
4
Nagalm
5
Toetsenbordkanaal
6
Kanalen navigeren
7
Lokale besturing
Begeleidingsgeluidsweer-
8
gave
9
Pedaaleffect
10 Toonhoogte bereik
3.
Verander d.m.v.
bo
de gewenste parameter wordt getoond.
• De parameterinstelling verdwijnt uit het linker
bovengedeelte van het scherm als u voor enige tijd
geen bediening uitvoert.
• De toonparameter en andere parameters keren terug
naar hun oorspronkelijke defaultinstelling wanneer u
de spanning inschakelt (pagina NL-7).
3
) kunt u toegang
Parameter
in totdat de parameter
3
wordt naar de volgende
Display
Trans.
NL-13
AcompVol
NL-19
Tune
NL-13
Reverb
NL-12
Keybd Ch
NL-25
Navi. Ch
NL-25
Local
NL-26
AcompOut
NL-26
Jack
NL-12
Bend Rng
NL-13
(–/+) de instelling wanneer
Zie
pagina