nl
2
1
Fig. 7: Aanzethoek propellerbladen
6.3.2.2 Vastleggen van de stuwrichting
1
2
A
2
3
Fig. 8: Uitlijning bladen
20
1
Naaf (opneemlichaam)
2
Roerwerkas
45°
3
Propellerbladen
40°
35°
De specifiek voor de installatie geschikte aanzethoek is op het typeplaatje vermeld.
30°
LET OP! Andere hoekinstellingen mogen uitsluitend na overleg met de servicedienst
plaatsvinden.
3
Het roerwerk kan de stuwkracht naar boven of beneden in de bedrijfsruimte inbrengen. De
draairichting en uitlijning van de bladen moeten hiervoor overeenkomen. De volgende af-
beelding laat de uitlijning van de bladen ten opzichte van de betreffende stuwrichting zien.
A
Stuwrichting: omhoog
1
B
Stuwrichting: omlaag
B
1
Roerwerkas
2
Inzetdeel
3
Propellerbladen
Behalve de uitlijning van de bladen moet ook de draairichting* van de propeller overeenko-
men:
•
Rechtsom (rechtsdraaiend): Stuwrichting omhoog
3
•
Linksom (linksdraaiend): Stuwrichting omlaag
Neem de volgende punten in acht:
•
*Bij de gegevens over de draairichting wordt uitgegaan van een bovenaanzicht op het
roerwerk!
•
De uitlijning van de bladen en de draairichting moeten overeenkomen!
•
De specifiek voor de installatie geldende gegevens over de draairichting (DoR) en stuw-
richting (DoT) zijn op het typeplaatje vermeld!
LET OP! Voor de juiste draairichting moet de motor rechts- of linksdraaiend worden aan-
gesloten. Informatie over de elektrische aansluiting vindt u in de motorhandleiding!
LET OP
Storing door verschillende hoekinstellingen
Monteer alle propellerbladen met dezelfde aanzethoek. Verschillende
aanzethoeken kunnen storingen tot gevolg hebben.
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Vardo WEEDLESS-F • Ed.02/2023-05