De milieubelasting van uw printer minimaliseren
5
Selecteer in de lijst van de Spaarstand de lage instelling die door de standaarduitvoerlade zal worden gebruikt in
de modus Spaarstand.
Opmerking: zie "Spaarstand aanpassen" op pagina 71 voor meer informatie over het uitschakelen van de
spaarstand.
6
Klik op Indienen.
Het bedieningspaneel van de printer gebruiken
1
Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven.
2
Raak
aan op het beginscherm.
3
Raak Instellingen aan en vervolgens Algemene instellingen.
4
Raak de Pijl-omlaag aan tot Uitvoerlamp wordt weergegeven.
5
Raak Uitvoerlamp aan.
6
Raak de pijltoets naast Modus Normaal/Stand-by om de lage instellingen te selecteren die de
standaarduitvoerlade gebruikt in de modus Gereed of Stand-by.
7
Raak de pijltoets naast Spaarstand aan om de lage instelling te selecteren die de standaarduitvoerlade gebruikt
in de modus Gereed of Stand-by.
Opmerking: zie "Spaarstand aanpassen" op pagina 71 voor meer informatie over het uitschakelen van de
spaarstand.
8
Druk op Indienen.
9
Raak
aan.
Geluidsniveau van de printer reduceren
Gebruik de Stille modus om het geluid van de printer reduceren.
Opmerking: bekijk de tabel voor meer informatie over de instellingen die worden gewijzigd als u een instelling van
de Stille modus selecteert.
Kies Om
Aan Het geluid van de printer te reduceren.
•
Mogelijk is de verwerkingssnelheid langzamer.
•
De printermotoren starten niet tot er een taak klaar is om af te drukken. Het kan daarom even duren voordat de eerste
pagina wordt afgedrukt.
•
De ventilatoren werken minder snel of worden uitgeschakeld.
Uit
De standaardinstellingen te gebruiken. Deze instelling ondersteunt de prestatiespecificaties voor uw printer.
U selecteert als volgt een instelling van de Stille modus:
1
Raak
aan op het beginscherm.
2
Raak Instellingen aan.
3
Raak Algemene instellingen aan.
4
Raak Stille modus aan.
73