2.3 Bedieningspaneel
Temperatuurknop (1)
Met deze knop kan de temperatuur van de
bereiding geselecteerd worden.
Draai de knop rechtsom op de gewenste
waarde tussen het minimum en het
maximum.
Controlelamp (2)
Licht op om te melden dat de oven zich in
de verwarmingsfase bevindt. Wordt
uitgeschakeld als de temperatuur is bereikt.
Een regelmatige intermittentie geeft aan dat
de ingestelde temperatuur in de oven
constant wordt gehouden.
152
Beschrijving
Functieknop (3)
De verschillende functies van de oven zijn
geschikt voor verschillende
bereidingswijzen. Nadat u de gewenste
functie heeft geselecteerd, moet u de
kooktemperatuur instellen met de
temperatuurknop.
Knoppen branders van de plaat (4)
Nuttig voor de inschakeling en de regeling
van de branders van de plaat.