Problemen oplossen
Transparanten kleven aan
elkaar in de
papieruitvoerlade.
Enveloppen trekken scheef
of worden niet goed
ingevoerd.
Afdrukproblemen
Probleem
Het apparaat drukt
niet af.
Het apparaat drukt
niet af.
Het apparaat haalt
file:///C|/E-Doc_Biz_Client/Printers/1133/du/ug/DU/troubleshooting.htm[12/2/2011 2:11:59 PM]
eventuele resten.
Als een origineel niet wordt ingevoerd in het apparaat, moet de rubbermat van de
ADI mogelijk worden vervangen. Neem contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Gebruik alleen transparanten die speciaal voor laserprinters zijn bedoeld. Verwijder elk
transparant zodra het is uitgevoerd.
Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de envelop goed zijn ingesteld (ze
moeten de envelop net raken).
Mogelijke oorzaak
Het apparaat krijgt geen
stroom.
Het apparaat is niet als
standaardprinter
geselecteerd.
Controleer het volgende:
De voorklep is niet gesloten. Sluit de voorklep.
Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier (zie
verhelpen).
De papierlade is leeg. Plaats papier (zie
Er is geen tonercassette geplaatst. Plaats een tonercassette.
Neem contact op met de serviceafdeling als er een systeemfout optreedt.
De verbindingskabel
tussen de computer en
het apparaat is niet goed
aangesloten.
De verbindingskabel
tussen de computer en
het apparaat is mogelijk
defect.
De poortinstelling is
verkeerd.
Het apparaat is mogelijk
niet goed
geconfigureerd.
Het
printerstuurprogramma
is mogelijk niet goed
geïnstalleerd.
Het apparaat werkt niet
goed.
Het document is zo groot
dat er onvoldoende
ruimte is op de harde
schijf van de computer
om toegang te krijgen tot
de afdruktaak.
De uitvoerlade is vol.
De papieroptie die in de
Voorgestelde oplossingen
Controleer of het netsnoer is aangesloten.
Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows.
Papier in de lade
Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan.
Sluit de kabel indien mogelijk aan op een andere computer die naar
behoren werkt en druk een document af. U kunt ook proberen om
een andere kabel te gebruiken.
Controleer de printerinstellingen in Windows om vast te stellen of de
afdruktaak naar de juiste poort wordt gestuurd. Als uw computer
meerdere poorten heeft, controleert u of het apparaat op de juiste
poort is aangesloten.
Controleer de Voorkeursinstellingen om na te gaan of alle
afdrukinstellingen correct zijn (zie
Herstel de software van het apparaat (zie
installeren voor een
USB-apparaat).
Kijk of het display van het bedieningspaneel een systeemfout
aangeeft. Neem contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Maak extra ruimte vrij op de harde schijf en druk het document
opnieuw af.
Wanneer het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat het
apparaat door met afdrukken.
In veel softwaretoepassingen kan de lade worden geselecteerd op
Papierstoringen
plaatsen).
Voorkeursinstellingen
openen).
Het stuurprogramma