Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Parametergroep Pi - Pid-Regeling - Ge Af-700 Fp Handleiding

Inhoudsopgave
Par
Parameternaam
H-37
Onthoudfunctie bedienpaneel
Instellingen 0 t/m 3 zijn alleen actief wanneer F-12 op 1 of 2 staat ingesteld (bedienpaneel mode). Het stop/start commando is
via het bedienpaneel (vrijgave via digitale ingang 1).
0: Minimale snelheid. Na stop en een herstart zal de regelaar altijd de minimale frequentie uitsturen F-02.
1: Vorige snelheid (onthoudfunctie). Na stop en een herstart zal de regelaar altijd de frequentie gaan uitsturen die ook werd
uitgestuurd voordat de regelaar werd gestopt.
2: Huidige snelheid. De regelaar zal dezelfde snelheid blijven draaien wanneer er voorkeuzesnelheden worden gebruikt en er
wordt omgeschakeld naar bedienpaneel mode (van automaatbedrijf naar handbediening) via een digitale ingang.
3 :Voorkeuzesnelheid 4. Na stop en een herstart zal de regelaar altijd de snelheid gaan draaien van voorkeuzesnelheid 4 (H-04).
Instellingen 4 t/m 7 zijn actief is alle aansturingmodi (F-12 = 0 t/m 6). Het start/stop commando is via de digitale ingangen.
4: Minimale snelheid. Na stop en een herstart zal de regelaar altijd de minimale frequentie uitsturen F-02.
5: Vorige snelheid (onthoudfunctie). Na stop en een herstart zal de regelaar altijd de frequentie gaan uitsturen die ook werd
uitgestuurd voordat de regelaar werd gestopt.
6: Huidige snelheid. De regelaar zal dezelfde snelheid blijven draaien wanneer er voorkeuzesnelheden worden gebruikt en er
wordt omgeschakeld naar bedienpaneel mode (van automaatbedrijf naar handbediening) via een digitale ingang.
7: Voorkeuzesnelheid 4. Na stop en een herstart zal de regelaar altijd de snelheid gaan draaien van voorkeuzesnelheid 4 (H-04)
H-38
Stop mode bij wegvallen voedingsspanning
Bepaalt de reactie van de AF-700 regelaar bij het wegvallen van de voedingsspanning wanneer de regelaar uitstuurt.
0: Doorgaan met uitsturen en automatisch herstarten. De AF-700 zal proberen te blijven draaien d.m.v. de energie die
terugkomt van de motor. Het is wel belangrijk dat er voldoende energie terugkomt (redelijke massatraagheid) en dat de
spanningsdip niet te lang duurt. Wanneer de AF-700 uitschakelt, zal deze bij het terugkomen van de voedingsspanning weer
automatisch gaan herstarten.
1: Vrij uitlopen. De AF-700 zal direct stoppen met uitsturen waardoor de motor vrij uitloopt. Let op dat de vangfunctie (H-26)
ingeschakeld moet zijn.
2: Snelle stop. De AF-700 zal zo stoppen a.d.h.v. de tijd die is ingesteld bij parameter (H-25).
H-39
Parameter beveiliging
0: Geen beveiliging. Alle parameters zijn toegankelijk.
1: Beveiliging actief. Parameters kunnen niet worden veranderd, ze kunnen alleen worden bekeken.
H-40
Toegangscode uitgebreide parameter toegang
Bepaalt de toegangscode die moet worden ingesteld in parameter F-14 om bij de uitgebreide parameters te komen.
10.2. Parametergroep PI – PID-regeling
Par
Parameternaam
PI-01
Proportionele versterking (gain) van de PID-regeling
De fout (verschil tussen het de gewenste waarde en de terugkoppeling) wordt vermenigvuldigd met de proportionele
versterking (gain). Hoe hoger de waarde hoe heftiger de PID-regeling reageert. Let op: een te hoge waarde kan leiden tot
instabiliteit.
PI-02
Integratietijd van de PID-regeling (I-actie)
Gebruikt de geaccumuleerde fout (verschil tussen het de gewenste waarde en de terugkoppeling) om de regeling te dempen.
Hoe groter de integratietijd hoe groter de demping. Korte tijden zorgen voor een snelle reactie maar kunnen ook leiden tot
instabiliteit.
PI-03
Differentiatietijd van de PID-regeling (D-actie)
PI-03 staat standaard ingesteld op 0. Dit houdt in dat de D-actie is uitgeschakeld. De D-actie kan een oplossing zijn voor zeer
snelle processen. Let wel op dat er zeer snel instabiliteit optreedt.
PI-04
Werking PID-regeling
0: Normale PID-regeling. Voor pompen en ventilatoren. Bij het sneller draaien van de motor neemt de druk/flow toe.
1: geïnverteerde PID-regeling. Voor compressoren. Bij het sneller draaien van de motor neemt de druk af.
PI-05
Selectie gewenste waarde PID-regeling
Met deze parameter wordt de keuze gemaakt waar de gewenste waarde vandaan komt.
0: Digitaal. Zie parameter PI-06 voor meer info.
1: Analoge ingang 1.
2: Analoge ingang 2.
PI-06
Gewenste waarde PID-regeling digitaal
Opgave digitale setpoint wanneer PI-05 = 0.
PI-07
Bovengrens PID-uitgang
Begrenst de maximaal uitgestuurde waarde van de PID-regeling.
PI-08
Ondergrens PID-uitgang
Begrenst de minimaal uitgestuurde waarde van de PID-regeling.
PI-09
Selectie begrenzing PID-uitgang
0: Digitale grenzen. Zie parameters PI-07 & PI-08
1: Analoge ingang 1 zorgt voor een instelbare bovengrens. Het uitgangsbereik van de PID-regelaar wordt begrensd door PI-08
(minimaal) en de waarde van analoge ingang 1 (maximaal).
2: Analoge ingang 2 zorgt voor een instelbare ondergrens. Het uitgangsbereik van de PID-regelaar wordt begrensd door de
waarde van analoge ingang 2 (minimaal) en PI-07 (maximaal).
3: PID uitgang toevoegen aan waarde van analoge ingang 1. De uitgang van de PID-regelaar wordt toegevoegd aan de gewenste
referentie van analoge ingang 1.
www.geindustrial.com/Drives
Minimaal
Minimaal
0.1
0.0
0.00
0
0
0.0
PI-08
0.0
0
DET1018NL
Maximaal
Standaard
0
7
2
0
2
0
0
1
0
0
9999
101
Maximaal
Standaard
30.0
1.0
30.0
1.0
1.00
0.0
1
0
2
0
100.0
0.0
100.0
100.0
PI-07
0.0
3
0
Eenheid
-
-
-
-
Eenheid
-
Seconden
Seconden
-
-
%
%
%
-
33
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave