7. Druk op OK (
) om het nummer in de display te bevestigen. U wordt gevraagd om nog een faxnummer in te voeren.
8. Druk op OK (
) om het nummer in te voeren.
Of druk op bladertoetsen (
9. Wanneer u een naam aan de verzending wilt toekennen, voer dan de naam in. Indien niet, sla deze stap dan over.
Zie
"Karakters met de cijfertoetsen
10. Druk op OK (
). Het display geeft de huidige tijd weer en vraagt u om het tijdstip in te voeren waarop de fax moet worden verzonden.
11. Voer de tijd in met de cijfertoetsen.
Om VM of NM voor het 12-uur-formaat te kiezen, drukt u op de knop
Wanneer de cursor zich niet onder de indicatie VM of NM bevindt, druk dan op de knop
Wanneer u een tijd insteld die vóór de actuele tijd ligt, dan kan het document op dat tojdstip de volgende dag verzonden worden.
12. Druk op OK (
) wanneer de starttijd juist wordt weergegeven.
13. Eerst wordt het document in het geheugen gescand. Op het display verschijnt de geheugencapaciteit en het aantal pagina's dat is opgeslagen in het
geheugen.
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, wordt u gevraagd of u nog een pagina wilt verzenden. Kies Ja om een pagina toe te voegen. Of kies
anders Nee.
14. De printer keert terug naar de Stand-bymodus. Op het weergavescherm leest u dat u in Standby-modus bent en dat de uitgestelde fax ingesteld is.
OPMERKING:
Zie
"Een uitgestelde fax
Een prioritair faxbericht verzenden
Met de functie Prioritaire fax kunt u een document met hoge prioriteit verzenden voordat andere ingestelde bewerkingen worden uitgevoerd. Het document
wordt gescand, in het geheugen gezet en verzonden zodra de huidige bewerking is afgelopen. Een prioritaire verzending onderbreekt een rondzending (de
prioritaire fax wordt dan verzonden na de verzending naar ontvanger A en voor de verzending naar ontvanger B). Een prioritaire verzending komt ook tussen
twee kiespogingen.
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaats één document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat.
Zie
"Een origineel
plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen (
3. Pas documentcontrast en -resolutie volgens uw faxbehoefte aan.
Zie
"Faxcontrast
instellen"en
4. Druk op bladertoetsen (
5. Druk op bladertoetsen (
6. Geef met de cijfertoetsen het eerste faxnummer in waarnaar u het document wilt verzenden.
U kunt ook gebruik maken van één-, twee- of driecijferige snelkiesnummers of een groepsnummer ingeven.
7. Druk op OK (
) om het nummer in de display te bevestigen. U wordt gevraagd om nog een faxnummer in te voeren.
8. Druk op OK (
) om het nummer in te voeren.
Of druk op bladertoetsen (
9. Wanneer u een naam aan de verzending wilt toekennen, voer dan de naam in. Indien niet, sla deze stap dan over.
Zie
"Karakters met de cijfertoetsen
10. Druk op OK (
).
Eerst wordt het document in het geheugen gescand. Op het display verschijnt de geheugencapaciteit en het aantal pagina's dat is opgeslagen in het
geheugen.
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, wordt u gevraagd of u nog een pagina wilt verzenden. Kies Ja om een pagina toe te voegen. Of kies
anders Nee.
11. De printer toont het gekozen nummer en begint met het versturen van het document.
of
) om Nee te kiezen en druk dan op OK (
invoeren"voor informatie over het invoeren van een naam met de cijfertoetsen.
annuleren", wanneer u een uitgestelde verzending wilt annuleren.
of
) om FAX te markeren en druk dan op OK (
"Faxresolutie
instellen"voor meer informatie.
of
) om Faxfuncties te markeren en druk dan op OK (
of
) om Priorit. fax te markeren en druk dan op OK (
of
) om Nee te kiezen en druk dan op OK (
invoeren"voor informatie over het invoeren van een naam met de cijfertoetsen.
).
of
.
of
en de cursor gaat direct naar de indicatie.
).
).
).
).