ONDERDELEN VAN HET APPARAAT
Origineel deksel geïnstalleerd
14
13
Uitgangszone
1
Het origineel komt hier naar buiten nadat het is
verzonden of in het geheugen gescand.
Documentinvoer
2
Plaats het origineel met de printzijde omhoog in
deze lade om het te verzenden. (p.8)
Documentgeleiders
3
Pas deze geleiders aan de breedte van het
origineel aan. (p.8)
Documentdeksel
4
Sluit dit deksel om het origineel plat op de
glasplaat te leggen.
Glasplaat
5
Boeken en andere originelen, de niet in de RSPF
kunnen worden ingevoerd, worden hier geplaatst.
(p.8)
Bedieningspaneel (p.4)
6
Sorteerlade
7
Ontvangen faxberichten worden in deze lade
gedeponeerd. Lijsten met faxfuncties worden hier
eveneens gedeponeerd na het printen.
*De sorteerlade kan niet worden gebruikt, indien er
een afwerkingeenheid geïnstalleerd is. Bovendien
kan de uitgangslade worden veranderd met behulp
van een key operator programma voor de
kopieerfunctie. Zie "UITGANGSLADES" in het
handboek voor de key operator.
Middelste lade:
8
De uitgangslade voor ontvangen faxberichten kan
worden gewijzigd naar de middelste lade met
behulp van de key operator programma's voor de
kopieerfunctie.
1
4
12
11
VOOR HET GEBRUIK VAN HET FAXTOESTEL
2
3
Voorklep
9
Open deze klep om een papierstoring te
verhelpen. (Zie de gebruiksaanwijzing voor de
kopieerder)
Papierlades
10
Deze bevatten het papier dat wordt gebruikt voor
de faxontvangst en het kopiëren. Elke lade kan
ongeveer 500 vellen kopieerpapier bevatten.
(Zie de gebruiksaanwijzing voor de kopieerder)
Aan-/uitschakelaar
11
Schakelt de stroom aan en uit. (p.2)
Luidspreker
12
Er kan naar de leiding worden geluisterd via de
luidspreker tijdens kiezen met de hoorn op de haak
en naar pieptonen die het voltooien van een
faxtransmissie aangeven.
LINE aansluiting
13
Steek het telefoonsnoer in deze bus. (p.3)
TEL aansluiting
14
Sluit hier een neventoestel aan.
De methoden voor het aansluiten van een
neventoestel variëren van land tot land. Voor
nadere informatie, zie pagina 36.
Voor onderdelen van het toestel die zowel
Opmerking
voor de fax- als voor de kopieerfunctie wor-
den gebruikt (onderdelen voor het verhelpen
van papierstoringen, het laden van papier
enz.), zie "NAMEN VAN ONDERDELEN EN
FUNCTIES" in de gebruiksaanwijzing van
de kopieermachine.
1
5
6
7
8
9
10
5