Werking
1
1. Olievuldop
2. Oliesmeringscontrolevenstertje
NOTA:
Het oliesmeringscontrolevenstertje geeft niet
het motoroliepeil aan. Gebruik het oliesme-
ringscontrolevenstertje om na te gaan of de
motor wordt gesmeerd met olie wanneer hij
draait.
4.
Breng de olievuldop aan en draai hem
helemaal vast.
5.
Verwijder de olievuldop opnieuw en ga
na of het oliepeil op de peilstok zich tus-
sen de bovenste en de onderste marke-
ring bevindt. Wanneer het oliepeil niet
correct is, dient u olie toe te voegen of te
verwijderen tot het oliepeil zich tussen de
bovenste en onderste peilmarkeringen
bevindt.
1. Oliepeilstok
2. Bovenste peilmarkering
3. Onderste peilmarkering
28
6.
7.
2
DMU27154
Motor
Controleer de motor en ga na of hij goed
gemonteerd werd.
Controleer op losse of beschadigde beves-
tigingsmiddelen.
ZMU06769
Controleer de propeller op beschadigin-
gen.
Controleer op motorolielekken.
DMU39862
Installeren van de motorkap
1.
2.
1. Brandstoftankkap
2. Handgreep repeteerstarter
3. Rubberen dichting
1
3.
2
3
ZMU06737
Breng de olievuldop aan en draai hem
helemaal vast.
Installeer de motorkap.
Controleer de rubberen dichting op
schade. Als de rubberen dichting be-
schadigd is, dient u ze te laten vervan-
gen door een Yamaha-dealer.
Breng de brandstoftankdop en de repe-
teerstarter tegenover hun respectieve
openingen in de motorkap.
Haak de motorkaphaak vast op de on-
derbak, en vergewis u er vervolgens van
dat de brandstoftankdop en de repeteer-
starter correct in hun respectieve ope-
ningen passen.
1
2
3
ZMU06856