ONDERHOUD
Nieuwe bougie
Bougie moet
vervangen worden
10. Inspecteer de bougies.
(1) Als de elektrodes ernstig
verroest zijn of or vervuild zijn
met koolstof, moeten ze worden
gereinigd met een staalborstel.
(2) Vervang een bougie als de
centrale elektrode versleten is.
De bougie kan op verschillende
manieren verslijten.
Als de onderlegring tekenen van
slijtage vertoont, of als de
isolatoren gebarsten of
geschilferd zijn, moeten de
bougies worden vervangen.
94
ZIJ-ELEKTRODE
–
1,0
1,1 mm
AFDICHTRING
ISOLATOR
11. Meet de elektrodenafstand van de
bougie met een voelermaatje van
het draadtype.
De afstanden moeten 1,0 – 1,1 mm
zijn. Corrigeer de afstand indien
nodig door de massa-elektrode
voorzichtig te verbuigen.
12. Draai de bougie met de hand in om
te voorkomen dat deze er scheef
ingedraaid wordt.
13. Als de bougie goed ingedraaid is,
draai deze dan verder vast met een
bougiesleutel om de afdichtring in
te drukken.
AANHAALMOMENT BOUGIE:
18 N·m (1,8 kgf·m)
Draai een nieuwe bougie nog een halve
slag verder om de afdichtring in te
drukken.
Bij het monteren van nieuwe bougies
moeten deze nadat ze zijn aangelegen
nog 1/8 – 1/4 slag extra worden
aangedraaid om de ringen samen te
drukken.
De bougies moeten goed
vastgedraaid worden. Als de bougie
niet goed vastgedraaid is, kan deze
erg heet worden en kan de motor
beschadigd raken.
14. Druk de stekker terug op de bobine.
Controleer of deze vast klikt.
15. Plaats de bobine terug. Draai de
bout vast.
16. Herhaal deze procedure voor de
overige drie bougies.