"BRAVIA" Sync ([Controle
voor HDMI])
De functie [Controle voor HDMI] werkt niet
("BRAVIA" Sync).
t Controleer of [Controle voor HDMI]
is ingesteld op [Aan] (pagina 64).
t Als u de HDMI-verbinding wijzigt,
zet dan het systeem uit en weer aan.
t Stel na een stroomstoring [Controle
voor HDMI] in op [Uit] en stel
[Controle voor HDMI] vervolgens
weer in op [Aan] (pagina 64).
t Controleer de volgende punten en
raadpleeg de gebruiksaanwijzing van
de apparatuur.
• Zorg ervoor dat de aangesloten
apparatuur compatibel is met de
functie [Controle voor HDMI].
• Zorg ervoor dat de instelling van
de aangesloten apparatuur voor de
functie [Controle voor HDMI]
correct is.
Netwerkverbinding
Het systeem kan geen verbinding maken
met het netwerk.
t Controleer de netwerkverbinding
(pagina 25) en de netwerkinstellingen
(pagina 65).
76
Draadloos LAN-verbinding
U kunt uw pc niet verbinden met het
internet na het uitvoeren van [Wi-Fi
Protected Setup (WPS)].
t De draadloze instellingen van de
router kunnen automatisch worden
gewijzigd als u de functie Wi-Fi
Protected Setup gebruikt voordat u de
routerinstellingen aanpast. Wijzig in
dat geval de draadloze instellingen van
uw pc dienovereenkomstig.
Het systeem slaagt er niet in om verbinding
te maken met het netwerk of de
netwerkverbinding is niet stabiel.
t Controleer of de router voor draadloos
LAN is ingeschakeld.
t Controleer de netwerkverbinding
(pagina 25) en de netwerkinstellingen
(pagina 65).
t Afhankelijk van de gebruiksomgeving
(bijv. het materiaal waaruit de muren
bestaan, de ontvangstomstandigheden
voor de radiogolven of obstakels
tussen het systeem en de router voor
draadloos LAN) is het mogelijk dat de
communicatieafstand kleiner wordt.
Plaats het systeem en de router voor
draadloos LAN dichter bij elkaar.
t Apparaten die gebruikmaken van een
frequentieband van 2,4 GHz, zoals een
magnetron,
digitaal draadloos apparaat, kunnen
de communicatie verstoren. Plaats
het hoofdapparaat uit de buurt van
dergelijke apparaten of zet deze uit.
t De verbinding via draadloos LAN
kan instabiel zijn afhankelijk van de
gebruiksomgeving, vooral wanneer
de
-functie van het systeem
wordt gebruikt. Pas in dergelijke
gevallen de gebruiksomgeving aan.
-apparaat of een