3 Installatie
2.3
Definities bedrijfsmodi door leds aangegeven
De leds geven de volgende bedrijfsmodi aan van het toestel.
Toestelstatus
Alternatieve modus
Geen voeding
Alle leds uit
Start voeding aan Alle leds knipperen afwisselend 10 s
Gereed/normaal
Groene led = AAN
Gele led = UIT
Rode led = UIT
Storing - COPM
Groene led = AAN
Gele led = langzaam knipperend (1 Hz)
Rode led = UIT
Storing - andere
Groene led = AAN
Gele led = AAN
Rode led = UIT
Alarm low
Groene led = AAN
Gele led = UIT
Rode led = langzaam knipperend (1 Hz)
Alarm high
Groene led = AAN
Gele led = UIT
Rode led = AAN
3
Installatie
WAARSCHUWING!
• Installeer of gebruik een toestel niet dat beschadigd is.
• Installeer het toestel op een locatie uit de buurt van omstandigheden (zoals hogedrukstoom) waardoor er zich
elektrostatische energie kan opbouwen op niet-geleidende oppervlakken. Deze apparatuur maakt gebruik van een
externe non-metalen coating. Als er extreme hoeveelheden elektrostatische energie zich opbouwen, kan er een
ontsteking optreden.
• Zorg ervoor dat er geen fysieke blokkade door permanente objecten is, zoals constructies en apparatuur of tijdelijke
objecten zoals personeel en voertuigen in het zichtveld van de sensor. Als er een fysieke blokkade in het zichtveld
van de sensor is, kan het toestel het gebied niet accuraat bewaken op vlammen.
• Stel het toestel niet bloot aan trilling en mechanische schokken, wat schade kan veroorzaken.
Het niet opvolgen van deze waarschuwingen ernstig persoonlijk letsel of de dood tot gevolg hebben.
3.1
Benodigd gereedschap
• 5 mm inbussleutel (meegeleverd bij het toestel)
• Platte schroevendraaier, maximaal 1/8 inch breed
• Nr. 2 kruiskopschroevendraaier
• 10 mm inbussleutel
• Instelbare moersleutel
8
Standaard modus
Groene led = AAN met hartslag
(5 s AAN, 0,5 s UIT)
Groene led = UIT
Groene led = UIT
Groene led = UIT
Groene led = UIT
FL500 UV/IR, FL500-H2 vlamdetector
NL