• Gebruik bij lage temperaturen (beneden 0° C)
• Trekken van een aanhangwagen
• Veelvuldig gebruik op stoffige wegen
• Bouwwerkzaamheden
• Na langdurig gebruik in modder, zand, water, of soortgelijke vuile omstandigheden moet u de remmen zo
snel mogelijk laten controleren en schoonmaken. Dit voorkomt dat schurend materiaal overmatige slijtage
veroorzaakt.
• Als het voertuig veelvuldig in zware omstandigheden wordt gebruikt, moet u vet in alle smeernippels spuiten.
Het voertuig mag uitsluitend worden onderhouden, gerepareerd, afgesteld of geïnspecteerd door
vakbekwame en erkende technici.
Voorkom brandgevaar en zorg ervoor dat er brandbestrijdingsapparatuur in het werkgebied aanwezig
is. Controleer nooit met een open vuur het peil van de brandstof, het accuzuur of de koelvloeistof, of
een lekkage. Gebruik geen open bakken met brandstof of ontvlambare reinigingsvloeistoffen om
onderdelen schoon te maken.
Bij een groot aantal van de onderhoudswerkzaamheden die in dit hoofdstuk worden besproken, dient de laadbak
opgeheven of neergelaten te worden. De volgende voorzorgsmaatregelen moeten in acht worden genomen om
ernstig lichamelijk of zelfs dodelijk letsel te voorkomen.
Voordat u onderhoudswerkzaamheden aan het voertuig verricht of deze afstelt, moet u de motor
afzetten, de parkeerrem in werking stellen en het sleuteltje uit het contact verwijderen. Verwijder de
lading uit de bak of een ander werktuig voordat u onder een opgehaalde bak gaat werken. Werk
nooit onder een opgehaalde bak zonder dat u de laadbakbeveiliging hebt geplaatst op de volledige
uitgetrokken cilinderstang.
Nadat u de onderhoudswerkzaamheden hebt voltooid, moet u de laadbakbeveiliging verwijderen, deze op
de daarvoor bestemde haak plaatsen en de laadbak neerlaten.
Procedures
voorafgaande aan
onderhoud
De laadbakbeveiliging
gebruiken
1. Haal de laadbak op totdat de hefcilinders hun uiterste
positie hebben bereikt.
2. Verwijder de laadbakbeveiliging van de opberghaken
aan de achterzijde van het paneel van de rolbeugel
(Figuur 37).
1. Laadbakbeveiliging
3. Druk de laadbakbeveiliging op de cilinderstang,
waarbij u ervoor moet zorgen dat de beide uiteinden
van de laadbakbeveiliging rusten op het uiteinde van
42
Figuur 37