Volvo S90 2018 Handleiding

UW VOLVO LEREN KENNEN
Dit hoofdstuk geeft u informatie over een aantal systemen en services van Volvo, en een overzicht van de binnen- en buitenkant, en het middendisplay.
AAN DE SLAG
Om uw Volvo optimaal te gebruiken, zijn er diverse functies, termen en tips die handig zijn om te kennen.
Volvo ID
Volvo ID is een persoonlijke ID die u toegang geeft tot een scala aan diensten met een enkele gebruikersnaam en wachtwoord. Enkele voorbeelden zijn Volvo On Call*, kaartdiensten*, een persoonlijke login op volvocars.com en de mogelijkheid om service en reparatie te boeken. U kunt een Volvo ID aanmaken via volvocars.com, de Volvo On Call app of rechtstreeks in uw auto.
Sensus
Sensus is de intelligente interface van de auto en omvat alle oplossingen in de auto die verband houden met entertainment, internetverbinding, navigatie* en informatiediensten. Het is Sensus dat de communicatie tussen u, de auto en de buitenwereld mogelijk maakt.
Volvo On Call*
Volvo On Call biedt direct contact met de auto en extra comfort en assistentie, 24 uur per dag. De Volvo On Call app maakt het mogelijk om bijvoorbeeld te zien of er lampen moeten worden vervangen of dat er ruitensproeiervloeistof moet worden bijgevuld. U kunt de auto vergrendelen en ontgrendelen, het brandstofniveau controleren en het dichtstbijzijnde benzinestation weergeven. De voorklimatisering kan ook worden aangepast en gestart via de klimaatregeling van de auto of de functie voor starten op afstand1. Download de Volvo On Call app om aan de slag te gaan.
Volvo On Call omvat ook pechhulp, andere beveiligingsdiensten en noodhulp via de knoppen ON CALL en SOS in de dakconsole van de auto.
Bestuurdersprofielen
Veel van de instellingen die in de auto zijn gemaakt, kunnen worden aangepast aan de persoonlijke voorkeuren van de bestuurder en kunnen vervolgens worden opgeslagen in een of meer bestuurdersprofielen. Elke sleutel kan aan een bestuurdersprofiel worden gekoppeld. Zie het gedeelte Bovenaanzicht in deze Quick Guide voor meer informatie over bestuurdersprofielen.
1 Beschikbaar in bepaalde markten en modellen.
OVERZICHT, EXTERIEUR

- Controle en opslag van bandenspanning (ITPMS)* wordt uitgevoerd via TPMS in de app Car Status in de app-weergave van het middendisplay. Bij een lage bandenspanning brandt het
symbool continu in het bestuurdersdisplay. Bij een lage bandenspanning de bandenspanning van alle vier de banden controleren en aanpassen en op Store Pressure (Spanning opslaan) drukken om een nieuwe bandenspanning op te slaan. - Het controleren van het motoroliepeil gebeurt via de app Car Status. Hier kunt u ook statusberichten bekijken en service en reparatie* boeken.
- Achteruitkijkspiegels kunnen automatisch* naar beneden worden gekanteld wanneer de achteruitversnelling wordt geselecteerd. Wanneer de auto wordt vergrendeld/ontgrendeld met de afstandsbedieningssleutel, kunnen de achteruitkijkspiegels automatisch in-/uitklappen. Activeer deze functies onder Settings > My Car > Mirrors and Convenience in de bovenaanzicht van het middendisplay.
- Sleutelloos vergrendelen/ontgrendelen* betekent dat u de afstandsbedieningssleutel gewoon bij u hoeft te hebben, bijvoorbeeld in een zak, om de auto te vergrendelen of ontgrendelen. De afstandsbedieningssleutel moet zich binnen een afstand van ca. 1 meter (3 voet) van de auto bevinden.
Pak een deurgreep vast of druk op de rubberen drukplaat van het kofferdeksel om de auto te ontgrendelen. Om de auto te vergrendelen, drukt u voorzichtig op een van de uitsparingen van de deurgreep. Vermijd het aanraken van beide drukoppervlakken tegelijkertijd. - Zonnedak* wordt bediend door een bedieningselement boven de achteruitkijkspiegel wanneer de auto zich ten minste in de ontstekingsstand I bevindt. Openen naar de ventilatiestand door het bedieningselement omhoog te drukken en sluiten door het bedieningselement omlaag te trekken. Om het zonnedak volledig te openen, drukt u het bedieningselement naar achteren en sluit u het door het bedieningselement omlaag te trekken. Het zonnescherm, dat automatisch wordt geopend wanneer het zonnedak wordt geopend, wordt handmatig gesloten.
- De elektrisch bedienbare kofferdeksel* kan worden geopend met behulp van de voetbediende kofferdekselfunctie* door middel van een langzame voorwaartse trapbeweging onder het linkergedeelte van de achterbumper. Sluit en vergrendel het kofferdeksel met behulp van de
knop aan de onderkant. Of sluit de achterklep met een langzame trapbeweging. De auto moet zijn uitgerust met sleutelloos vergrendelen/ontgrendelen* om het mogelijk te maken de kofferdeksel met een voetbeweging te openen. De afstandsbedieningssleutel moet zich op ca. 1 meter (3 voet) achter de auto bevinden bij het openen en sluiten met de voet beweging.
VERGRENDELEN/ONTGRENDELEN
Afstandsbedieningssleutel
![]() | Een korte druk vergrendelt deuren, kofferdeksel en brandstofvulklep en schakelt het alarm* in. Een lange druk sluit het zonnedak* en alle zijruiten tegelijkertijd. |
![]() | Een korte druk ontgrendelt deuren, kofferdeksel en brandstofvulklep en schakelt het alarm* uit. Een lange druk opent alle zijruiten tegelijkertijd. |
![]() | Een korte druk ontgrendelt en schakelt het alarm alleen voor het kofferdeksel uit. Een lange druk opent of sluit de elektrisch bedienbare* kofferdeksel. Op auto's zonder elektrische kofferdeksel wordt de kofferdeksel mechanisch geopend met een lange druk. |
![]() | De paniekfunctie activeert de richtingaanwijzers en de claxon om de aandacht te trekken wanneer dat nodig is. Houd de knop minstens 3 seconden ingedrukt of druk tweemaal op de knop binnen 3 seconden om te activeren. De functie kan worden gedeactiveerd met dezelfde knop nadat deze minstens 5 seconden is geactiveerd. Anders wordt deze na 3 minuten automatisch gedeactiveerd. |
Privévergrendeling
Privévergrendeling vergrendelt de kofferdeksel en de rugleuning op de achterbank, wat handig kan zijn wanneer de auto bijvoorbeeld voor onderhoud of in een hotel wordt gebracht.
![]()
Tik in de functie-weergave van het middendisplay op Private Locking om de functie te activeren/deactiveren.
Er wordt een pop-upvenster weergegeven voor activering/deactivering. Er wordt telkens een viercijferige code geselecteerd wanneer de vergrendeling wordt gebruikt. De eerste keer dat de functie wordt gebruikt, moet een extra beveiligingscode worden geselecteerd.
Het vergrendelen* van het dashboardkastje gebeurt handmatig met de bijgeleverde sleutel die zich in het dashboardkastje bevindt.
OVERZICHT, INTERIEUR

- Middendisplay wordt gebruikt om veel van de belangrijkste functies van de auto te bedienen, bijvoorbeeld media, navigatie*, klimaatregeling, bestuurdersassistentiesystemen en apps in de auto.
- Het bestuurdersdisplay toont informatie over de rit, bijvoorbeeld snelheid, motortoerental, navigatie* en actieve bestuurdersassistentie. Het is mogelijk om te kiezen wat er op het bestuurdersdisplay wordt weergegeven via het app-menu, dat u opent met het rechtertoetsenblok op het stuur. Instellingen kunnen ook worden gemaakt via Settings > My Car > Displays in de bovenaanzicht van het middendisplay.
- Head-up display* is een aanvulling op het bestuurdersdisplay van de auto en projecteert informatie op de voorruit. Het wordt geactiveerd via de functie-weergave van het middendisplay.
- Startknop wordt gebruikt om de auto te starten. Draai met de klok mee en laat los voor de ontstekingsstand I. Houd het rempedaal ingedrukt en draai de startknop met de klok mee om de auto te starten. Voor auto's met handgeschakelde versnellingsbak moet ook het koppelingspedaal worden ingedrukt. Voor auto's met automatische versnellingsbak moet de versnellingsstand P of N worden geselecteerd. Schakel de auto uit door de startknop met de klok mee te draaien.
- Rijmodi* worden ingesteld met de bediening op de tunnelconsole. De auto start altijd in de Comfort-modus. Druk op de bediening en rol deze om te kiezen tussen Comfort, Eco, Dynamic en Individual in het middendisplay. Bevestig door op de bediening te drukken. Met Individual kunt u een rijmodus aanpassen aan uw favoriete rijeigenschappen. De individuele rijmodus wordt geactiveerd in Settings > My Car > Individual Drive Mode in de bovenaanzicht van het middendisplay.
- Parkeerrem wordt geactiveerd wanneer u de
bediening omhoog trekt, waarna een symbool in het bestuurdersdisplay oplicht. Laat het handmatig los door de bediening omlaag te duwen en tegelijkertijd het rempedaal in te trappen. Bij gebruik van automatische remming bij stilstand (
) kan het rempedaal worden losgelaten terwijl het remeffect wordt gehandhaafd wanneer de auto is gestopt, bijvoorbeeld bij verkeerslichten.
Vergeet niet dat zowel Automatische remming bij stilstand als Automatische activering van de parkeerrem moeten worden gedeactiveerd voor een automatische wasstraat. Automatische activering van de parkeerrem wordt gedeactiveerd in de bovenaanzicht van het middendisplay onder Settings > My Car > Parking Brake and Suspension. - Schakelaar voor passagiersairbag* bevindt zich aan het uiteinde van het instrumentenpaneel aan de passagierszijde en is toegankelijk wanneer de deur open is. Trek de schakelaar uit en draai naar ON/OFF om de airbagfunctie te activeren/deactiveren.
MIDDENDISPLAY
U kunt instellingen maken en de meeste functies in het middendisplay bedienen. Het middendisplay heeft drie hoofdweergaven: startweergave, functie-weergave en app-weergave. U kunt de functie-weergave en app-weergave vanuit de startweergave bereiken door naar rechts of links te vegen. Er is ook een bovenaanzicht dat u opent door het bovenste deel van het display omlaag te slepen.
Wijzig het uiterlijk in het middendisplay en in het bestuurdersdisplay door een thema te selecteren in Settings > My Car > Displays in de bovenaanzicht. Hier kunt u ook een donkere of een lichte achtergrond voor het middendisplay selecteren.
Keer terug naar de startweergave vanuit een andere weergave door kort op de fysieke startknop onder het display te drukken. De laatst gebruikte modus voor de startweergave wordt dan weergegeven. Een volgende korte druk op de startknop zet alle tegels van de startweergave in de standaardmodus.
Voor het reinigen van het middendisplay vergrendelt u de aanraakfunctie met een lange druk op de fysieke startknop onder het display. Heractiveer het display met een korte druk op de startknop.
Statusbalk aan de bovenkant van het display toont de activiteiten in de auto. Links wordt informatie over het netwerk en de verbinding weergegeven, met media-gerelateerde informatie, de tijd en de indicator voor achtergrondactiviteit aan de rechterkant.
In de klimaatregel onderaan kunt u de temperatuur en het zitcomfort instellen door op het betreffende pictogram te tikken. Open de klimaatweergave door op de middelste knop in de klimaatregel te tikken.
INTERIEUR EN AANSLUITINGEN
Hier kunt u lezen over verschillende functies in de passagiersruimte, zoals stoelinstellingen en een internetverbinding.
ELEKTRISCH BEDIENBARE* VOORSTOELEN
Gebruik de bedieningselementen aan de buitenkant van de stoel om bijvoorbeeld de stoelpositie en de lendensteun* aan te passen. De twee bedieningselementen in de vorm van een stoel worden gebruikt om de positie van de stoel aan te passen. Het derde, multifunctionele bedieningselement* wordt gebruikt om de verschillende comfortfuncties aan te passen, zoals massage*.

De bedieningselementen in de vorm van een stoel
Stel het zitkussen in of verplaats de hele stoel met behulp van de onderste bediening. Stel de hoek van de rugleuning in met behulp van de achterste bediening.
Multifunctionele bediening2
Instellingen voor massage*, zijdelingse steun*, lendensteun* en zitkussenverlenging* zijn gekoppeld aan de multifunctionele bediening.
- Activeer de stoelinstelling op het middendisplay door de bediening omhoog/omlaag te draaien.
- Schakel tussen de verschillende functies op het middendisplay door de bediening omhoog/omlaag te draaien.
- Wijzig de instelling van de geselecteerde functie door op het bovenste/onderste/voorste/achterste deel van de bediening te drukken.
Posities opslaan
- Stel de stoel, de buitenspiegels en het head-updisplay* in op de gewenste positie en druk op de M-knop op het portierpaneel. Het controlelampje in de knop gaat branden.
- Druk binnen 3 seconden op de geheugenknop 1 of 2. Er klinkt een geluidssignaal en het controlelampje in de M-knop gaat uit.
Om uw opgeslagen positie te gebruiken:
Met het portier open - druk op een van de geheugenknoppen en laat deze los.
Met het portier gesloten - houd een van de geheugenknoppen ingedrukt totdat de opgeslagen positie is bereikt.
2 Op auto's met vierweg-lendensteun*
DE RUGLEUNINGEN VAN DE ACHTERBANK NEERKLAPPEN*
Zorg er bij het neerklappen van de achterbank voor dat de rugleuning en de hoofdsteun niet in contact komen met de achterkant van de stoel ervoor. De voorstoelen moeten mogelijk worden versteld om de rugleuningen te kunnen neerklappen.

De rugleuningen neerklappen
Om de achterbank te kunnen neerklappen, moet de auto stilstaan en moet minstens één achterportier open zijn.
- Laat de hoofdsteun van de middelste stoel handmatig zakken.
- Houd een van de knoppen op de hoedenplank aan de linkerkant van de auto ingedrukt.
- De stoel wordt uit de vergrendeling losgemaakt, maar blijft in dezelfde positie. De hoofdsteunen worden automatisch neergelaten.
- Klap de rugleuning handmatig omlaag in de horizontale positie.
De rugleuningen omhoog zetten
- Beweeg de rugleuning omhoog/terug totdat deze in de vergrendeling vastklikt.
- Zet de hoofdsteun handmatig omhoog.
- Zet indien nodig de hoofdsteun van de middelste stoel omhoog.
STUURWIEL

Het stuurwiel verstellen
U kunt de positie van het stuurwiel in hoogte en diepte verstellen.
- Duw/trek3 de hendel onder het stuurwiel naar voren/achteren.
- Stel het stuurwiel in op de gewenste positie en beweeg de hendel terug in de vergrendelde positie.
3 Afhankelijk van de markt.
Linker toetsenblok
Bestuurdersassistentie wordt geselecteerd in het bestuurdersdisplay met behulp van de pijlen in het linker toetsenblok van het stuurwiel (
en
). Wanneer het symbool van de bestuurdersassistentie wit is, is de functie actief. Grijs betekent dat de functie is gestopt of in de stand-bymodus staat.
Symbolen op het bestuurdersdisplay:
![]() | Snelheidsbegrenzer helpt om te voorkomen dat een geselecteerde maximumsnelheid wordt overschreden. |
![]() | Cruisecontrol helpt om een constante snelheid aan te houden. |
![]() | Adaptieve cruisecontrol* helpt om een constante snelheid aan te houden, gecombineerd met een vooraf geselecteerd tijdsinterval tot het voertuig ervoor. |
![]() | Pilot Assist helpt de bestuurder om de auto tussen de zijmarkeringen van de rijstrook te houden met behulp van stuurbekrachtiging en om een constante snelheid aan te houden, gecombineerd met een vooraf geselecteerd tijdsinterval tot het voertuig ervoor. |
Druk op
om de geselecteerde functie te starten of te stoppen.
Een korte druk op
/
verhoogt/verlaagt de opgeslagen snelheid met 5 km/u. Houd de knop ingedrukt om traploos te wijzigen, laat de knop los bij de gewenste snelheid.
verkleint/vergroot de afstand tot het voorliggende voertuig bij gebruik van Adaptieve cruisecontrol en Pilot Assist.
Een druk op
hervat ook de opgeslagen snelheid voor de geselecteerde functie.
Rechter toetsenblok
Gebruik het rechter toetsenblok van het stuurwiel om in het bestuurdersdisplay te navigeren.
![]() | Het appmenu van het bestuurdersdisplay wordt geopend/gesloten. De tripcomputer, mediaspeler, telefoon en navigatie* kunnen vanaf hier worden bediend. |
![]() | Blader tussen de verschillende apps door op de linker- of rechterpijl te drukken. |
![]() | Selecteer, deselecteer of bevestig een optie, bijvoorbeeld het menu van de tripcomputer selecteren of een bericht in het bestuurdersdisplay verwijderen. |
![]() | Blader door de functies voor de geselecteerde app door omhoog of omlaag te tikken. |
Het mediavolume verhogen/verlagen door op
en
te drukken. Als er geen andere functie actief is, fungeren deze knoppen als volumeregeling.
Stembediening wordt geactiveerd met behulp van de
knop en stelt u in staat om bijvoorbeeld media, navigatie en klimaatregeling met uw stem te bedienen. Zeg bijvoorbeeld "Radio", "Temperatuur verhogen" of "Annuleren".
Zie het hoofdstuk Spraakbediening in deze Snelgids voor meer spraakopdrachten.
Tripcomputer
De tripcomputer toont bijvoorbeeld het aantal kilometers, het brandstofverbruik en de gemiddelde snelheid. Het is mogelijk om te selecteren welke informatie van de tripcomputer in het bestuurdersdisplay moet worden weergegeven. De tripcomputer berekent de resterende afstand tot de lege tank. Gebruik het rechter toetsenblok van het stuurwiel om de verschillende opties weer te geven. Er is onvoldoende brandstof over om de resterende afstand te berekenen wanneer het bestuurdersdisplay "----" weergeeft. Tank de auto zo snel mogelijk.
LINKER STUURSCHAKELAAR

Koplampfuncties worden bediend met behulp van de linker stuurkolomschakelaar.
In de AUTO-modus detecteert de auto wanneer het donker/licht is en past de verlichting dienovereenkomstig aan, bijvoorbeeld wanneer de avond valt of wanneer u een tunnel inrijdt. Draai het duimwiel van de stuurkolomschakelaar naar
voor grootlicht dat automatisch dimt voor tegemoetkomend verkeer. Beweeg de stuurkolomschakelaar in de richting van het stuurwiel om het grootlicht handmatig te activeren en in de richting van het instrumentenpaneel om het te deactiveren.
Actieve bochtverlichting* is ontworpen om maximale verlichting te bieden in bochten en op kruispunten door middel van het licht dat de stuurbewegingen volgt. De functie wordt automatisch geactiveerd wanneer de auto wordt gestart en kan worden gedeactiveerd in de functieaanzicht van het middendisplay,
.
Approach lighting schakelt de buitenverlichting in wanneer u de auto met de sleutel ontgrendelt en helpt u om de auto veilig in het donker te bereiken.
Home safe lighting verlicht een deel van de buitenverlichting nadat u de auto hebt vergrendeld om u wat licht in het donker te geven. Activeer de functie nadat u de auto hebt uitgeschakeld door de linker stuurkolomschakelaar naar het instrumentenpaneel te bewegen en vervolgens los te laten. De tijd dat de home safe lighting moet blijven branden, kan worden ingesteld via het middendisplay.
De dagteller resetten
Reset alle informatie in de handmatige dagteller (TM) met een lange druk op de RESET (RESET)-knop. Een korte druk reset alleen de kilometerstand. De dagteller, automatisch (TA), wordt automatisch gereset wanneer de auto 4 uur niet is gebruikt.
RECHTER STUURSCHAKELAAR
De rechter stuurschakelaar bedient de ruitenwissers en de regensensor.

- Beweeg de stuurschakelaar naar beneden om de ruitenwisser één keer over de voorruit te laten gaan.
- Beweeg de hendel trapsgewijs omhoog voor interval, normale en hoge snelheid.
- Pas de interval aan met het duimwiel op de stuurschakelaar.
- Beweeg de hendel in de richting van het stuur om de voorruit- en koplampsproeiers te starten.
Druk op de regensensor-knop om de regensensor in/uit te schakelen. De ruitenwisserschakelaar moet in stand 0 staan of in de stand voor één keer wissen. De regensensor start automatisch de ruitenwissers op basis van de hoeveelheid water die op de voorruit wordt gedetecteerd. Draai het duimwiel omhoog/omlaag voor een hogere/lagere gevoeligheid.
![]()
Gebruik de servicestand voor de ruitenwissers bijv. bij het vervangen, reinigen of optillen van de ruitenwissers. Tik op de knop Wiserservicepositie op het functiescherm van het middendisplay om de servicestand te activeren of deactiveren.
KLIMAATREGELING PASSAGIERSCOMPARTIMENT
De klimaatregelingsfuncties voor het voorste en achterste gedeelte van het passagierscompartiment worden bediend via het middendisplay en de knoppen op de middenconsole en de achterkant van de tunnelconsole*. Sommige klimaatfuncties kunnen ook worden bediend met spraakbediening.

Het pictogram dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot de klimaataanzicht bevindt zich in het midden onderaan het middendisplay. Wanneer de tekst Clean Zone blauw is, geeft dit aan dat aan de voorwaarden is voldaan voor een goede luchtkwaliteit in het passagierscompartiment.
- Tik op AUTO in de klimaataanzicht voor automatische regeling van verschillende klimaatfuncties. Een korte tik regelt automatisch de luchtcirculatie, airconditioning en luchtverdeling.
Een lange tik regelt automatisch de luchtcirculatie, airconditioning en luchtverdeling, en dat temperatuur en ventilatorsnelheid worden gewijzigd in standaardinstellingen: 22 °C (72 °F) en niveau 3 (niveau 2 op de achterbank4). U kunt de temperatuur en ventilatorsnelheid wijzigen zonder de automatische klimaatregeling te deactiveren. - Tik op een van de pictogrammen in de klimaatrij aan de onderrand van het middendisplay om de temperatuur, stoelverwarming* en ventilatorsnelheid aan te passen.
Om de temperatuur voor alle zones te synchroniseren met de temperatuur aan de bestuurderszijde, tikt u op het temperatuurpictogram voor de bestuurderszijde en op Temperatuur synchroniseren.
Voorconditionering*
Voorconditionering kan worden ingesteld via het middendisplay van de auto en de Volvo On Call*-app.
Voorconditionering verwarmt* of ventileert het passagierscompartiment vóór het rijden. Het is mogelijk om direct te starten of voorconditionering in te stellen via de timer.
Direct starten voorconditionering
- Open klimaataanzicht in het middendisplay.
- Selecteer het tabblad Parkeerklimaat en tik vervolgens op Voorconditionering.
De timer instellen voor voorconditionering
- Open klimaataanzicht in het middendisplay.
- Selecteer het tabblad Parkeerklimaat > Timer toevoegen en stel de datum/dag naar wens in.
Luchtkwaliteitssysteem IAQS*
IAQS maakt deel uit van het Clean Zone Interior Package* en is een volledig automatisch systeem dat de lucht in het passagierscompartiment reinigt van verontreinigingen zoals deeltjes, koolwaterstoffen, stikstofoxiden en ozon op grondniveau. De functie wordt geactiveerd in de bovenaanzicht van het middendisplay via Instellingen > Klimaat > Luchtkwaliteitssensor.
4 Voor auto's met 4-zone klimaatregeling*.
AANSLUITINGEN
U kunt media, sms-berichten en telefoongesprekken afspelen/bedienen met behulp van spraakherkenning, en de auto verbinden met internet via verschillende externe apparaten, bijv. smartphones. Het elektrische systeem van de auto moet minstens in contactslotstand I staan, zodat u de aangesloten apparaten kunt gebruiken.

De modem van de auto5
De eenvoudigste en meest effectieve manier om uw auto met internet te verbinden, is via de eigen modem van de auto. Deze heeft de hoogste prestaties, wordt automatisch geactiveerd voor elke rit en vereist geen verbinding met een smartphone.
- Plaats een persoonlijke simkaart in de houder onder de vloer van de bagageruimte.
- Druk op Instellingen > Communicatie > Auto-modeminternet in de bovenaanzicht.
- Activeer door het vakje voor Auto-modeminternet aan te vinken.
Tethering
Wanneer de auto via de modem met internet is verbonden, kunt u de internetverbinding (Wi-Fi-hotspot) delen met andere apparaten onder Instellingen in de bovenaanzicht. Druk op Communicatie > Auto-Wi-Fi-hotspot.
Bluetooth
Gebruik Bluetooth voornamelijk om telefoongesprekken, sms-berichten en media van uw telefoon naar het systeem van de auto te beheren. U kunt de auto ook via Bluetooth met internet verbinden. Het is mogelijk om twee Bluetooth-apparaten tegelijkertijd aangesloten te hebben, in welk geval er slechts één media kan streamen. De twee meest recent aangesloten telefoons worden automatisch verbonden wanneer de auto opnieuw wordt gebruikt, als de Bluetooth van de telefoon actief is. Er worden maximaal 20 apparaten opgeslagen in een lijst om een latere verbinding te vergemakkelijken.
- Activeer Bluetooth op de telefoon. Om verbinding te maken met internet, activeert u ook tethering in de telefoon.
- Open de subweergave voor de telefoon in het middendisplay.
- Tik op Telefoon toevoegen of, als er al een telefoon is aangesloten, tikt u op Wijzigen en vervolgens op Telefoon toevoegen.
- Selecteer de aan te sluiten telefoon en volg de stappen op het middendisplay en de telefoon. Houd er rekening mee dat op bepaalde telefoons de berichtenfunctie moet worden geactiveerd.
Wi-Fi
Door de auto via Wi-Fi met internet te verbinden, kunt u online services sneller streamen dan met Bluetooth, zoals internetradio en muziek via apps in de auto, software downloaden/bijwerken, enz. Een Wi-Fi-verbinding vanaf een smartphone fungeert als hotspot voor de auto en alle andere externe apparaten in de auto.
- Activeer tethering op de telefoon.
- Tik op Instellingen in de bovenaanzicht van het middendisplay.
- Tik op Communicatie > Wi-Fi en activeer door het vakje voor Wi-Fi-verbinding aan te vinken.
Houd er rekening mee dat bepaalde telefoons tethering uitschakelen nadat het contact met de auto is verbroken. De tethering in de telefoon moet daarom de volgende keer dat deze wordt gebruikt opnieuw worden geactiveerd.
USB
U kunt USB gebruiken om een extern apparaat aan te sluiten om media af te spelen. De USB-poort wordt ook gebruikt voor Apple CarPlay* en Android Auto*. Sluit in de gevallen waar er twee USB-poorten zijn aan op degene met het witte frame. Het externe apparaat wordt opgeladen terwijl het op de auto is aangesloten.
- USB-ingangen (type A) zijn te vinden in het opbergvak in de armsteun tussen de stoelen.
Stopcontacten
De volgende stopcontacten zijn beschikbaar in uw auto:
- 12 V stopcontact.
- 12 V stopcontact en 230 V stopcontact*. Er is ook een 12 V stopcontact* in de bagageruimte.
5 Alleen auto's met P-SIM*. Auto's die zijn uitgerust met Volvo On Call* gebruiken de internetverbinding met de modem van de auto voor de services.
AANGESLOTEN APPARATEN GEBRUIKEN
U kunt externe apparaten aansluiten om bijvoorbeeld telefoongesprekken af te handelen en media af te spelen via het audio- en mediasysteem van de auto.

Telefoongesprekken beheren6
U kunt bellen en gebeld worden via een via Bluetooth aangesloten telefoon.
6 Informatie over welke telefoons compatibel zijn met de auto vindt u op support.volvocars.com.
Bellen via het middendisplay
- Open de tegel Telefoon in de startweergave. Selecteer om te bellen via het oproeplogboek, de contactenlijst of voer een nummer in met behulp van het toetsenblok.
- Druk op
.
Bellen met het rechtertoetsenblok op het stuurwiel
- Druk op
en navigeer naar Telefoon door op
of
te drukken. - Blader door de lijst met oproepen met
en selecteer met
.
U kunt oproepen ook beheren met behulp van stembesturing. Druk op de knop voor stembesturing
in het rechtertoetsenblok van het stuurwiel. Zie de paragraaf Stembesturing in deze Snelgids voor spraakopdrachten.
Media afspelen
Om audio af te spelen vanaf een extern apparaat, moet u het met de gekozen methode aansluiten op de auto; zie de vorige pagina voor verschillende aansluitingen.
![]()
Via Bluetooth aangesloten apparaat
- Start het afspelen op het aangesloten apparaat.
- Open de Bluetooth-app in de appweergave op het middendisplay. Het afspelen begint.
![]()
Via USB aangesloten apparaat
- Start de USB-app in de appweergave.
- Selecteer wat u wilt afspelen. Het afspelen begint.
![]()
Via een MP3-speler of iPod aangesloten apparaat
- Start het afspelen op het apparaat.
- Open de iPod- of USB-app, afhankelijk van de aansluitmethode. Om audio af te spelen vanaf een iPod, selecteert u de iPod-app, ongeacht de aansluitmethode. Het afspelen begint.
Apple® CarPlay®*7 en Android Auto*
Met CarPlay en Android Auto kunt u bepaalde apps op uw iOS- of Android-apparaat via de auto gebruiken om bijvoorbeeld muziek af te spelen of naar podcasts te luisteren. De interactie vindt plaats via het middendisplay van de auto of het apparaat.
Om CarPlay te kunnen gebruiken, moet Siri zijn geactiveerd op het iOS-apparaat. Het apparaat heeft ook een internetverbinding nodig via wifi of een mobiel netwerk.
- Sluit de telefoon aan op de USB-poort met een wit frame.
- Tik op Apple CarPlay of Android Auto in de appweergave om te activeren.
![]()
Activeer stembesturing met CarPlay en Android Auto door lang op de
-knop in het rechtertoetsenblok op het stuurwiel te drukken. Een korte druk activeert in plaats daarvan het eigen spraakbesturingssysteem van de auto.
Bluetooth wordt uitgeschakeld wanneer CarPlay wordt gebruikt. Als u de auto met internet wilt verbinden, gebruikt u wifi of de modem* van de auto.
7 Apple en CarPlay zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc.
DE SCHERMEN VAN HET CENTRALE DISPLAY
Hier vindt u informatie over de verschillende hoofdschermen van het centrale display, vanwaar u vele functies van de auto kunt bedienen.
HOME VIEW
Wanneer het centrale display start, wordt de home view weergegeven en zijn de tegels voor Navigation, Media en Phone, evenals de laatst gebruikte app of autofunctie, van hieruit toegankelijk.

- Navigation – Tik hier om het navigatiesysteem met Sensus Navigation* te openen.
Bestemming instellen met vrije tekst - Vouw de werkbalk uit met de pijl-omlaag aan de linkerzijde en tik op
. De kaartafbeelding verandert in een zoekopdracht met vrije tekst. Voer de zoektermen in.
Bestemming invoeren met kaart – Maximaliseer de kaart door op
te drukken. Houd de locatie waar u naartoe wilt ingedrukt en selecteer vervolgens Ga hierheen.
Een bestemming verwijderen - Tik op
om de route te openen. Tik op de prullenbak om een tussenbestemming in de route te verwijderen, of tik op Route wissen om de hele route te verwijderen.
Kaartupdate8 - Tik op Download Centre in de app view. Het aantal beschikbare kaartupdates wordt weergegeven bij Kaarten. Tik op Kaarten > Installeren voor het bijwerken van kaarten of het installeren van een geselecteerde kaart. Er is ook de mogelijkheid om kaarten van support.volvocars.com naar een USB-stick te downloaden en deze vervolgens naar de auto over te brengen. - Media - hier wordt bijvoorbeeld uw muziek van een extern apparaat weergegeven of als u FM-radio in de app view hebt geselecteerd. Tik op de tegel om de instellingen te openen. Van hieruit kunt u uw muziekbibliotheek, radiostations, enz. bekijken.
- Phone, de telefoonfunctie is van hieruit toegankelijk. Tik op de tegel om deze uit te vouwen. Hier kunt u bellen vanuit de oproepgeschiedenis of de contactenlijst, of handmatig een nummer invoeren met behulp van het toetsenblok. Nadat u een nummer hebt geselecteerd, tikt u op
. - Laatst gebruikte app of autofunctie - hier ziet u de laatst gebruikte app of autofunctie die niet in een van de andere tegels wordt weergegeven, bijv.
Autostatus of Bestuurdersprestaties. U kunt op de tegel tikken om de laatst gebruikte functie te openen.
8 Beschikbaarheid van functies kan per markt verschillen.
FUNCTION VIEW EN APP VIEW

Function view
Wanneer u van links naar rechts9 veegt in de home view, bereikt u de function view. Van hieruit kunt u verschillende autofuncties activeren/deactiveren, bijv. Zonnescherm achter*, Park Assist en Lane Keeping Aid. Ze worden geactiveerd/gedeactiveerd door op het betreffende symbool te tikken. Sommige functies openen in een apart venster.
App view
Veeg van rechts naar links9 in de home view om de app view te openen. Hier ziet u de apps die bij de auto zijn geleverd, evenals de apps die u kunt kiezen om zelf te downloaden en te installeren.
Apps en systemen beheren en updaten
![]()
In Download Centre, in de app view, kunt u verschillende systemen van de auto updaten. Hiervoor moet de auto met internet zijn verbonden. In Download Centre kunt u:
Apps downloaden - Tik op Nieuwe apps en selecteer de gewenste app. Selecteer Installeren om de app te downloaden.
Apps updaten - Tik op Alles installeren om alle apps te updaten. Of tik op Applicatie-updates om een lijst met mogelijke updates weer te geven. Selecteer de gewenste app en tik op Installeren.
Apps verwijderen - Tik op Applicatie-updates en selecteer de gewenste app. Tik op Verwijderen om een app te verwijderen.
Systeemsoftware updaten - Tik op Systeemupdates om een lijst weer te geven met updates die in de auto kunnen worden geïnstalleerd. Tik op Alles installeren onder aan de lijst om alle software bij te werken of op Installeren voor een individueel softwareprogramma. Als er geen lijst nodig is, selecteert u Alles installeren op de knop Systeemupdates.
Iconen verplaatsen
De apps en knoppen voor autofuncties in de app view en function view kunnen naar wens worden verplaatst.
- Tik op een app of knop en houd deze vast.
- Sleep de app of knop naar een onbezette locatie in het scherm en laat deze los.
9 Geldt voor auto's met het stuur links. Voor auto's met het stuur rechts - veeg in de tegenovergestelde richting.
TOP VIEW
Het bovenste deel van het display bevat een tabblad dat u omlaag kunt slepen om de top view te openen. Van hieruit hebt u toegang tot Instellingen, Handleiding, Profiel en de opgeslagen berichten van de auto.

Persoonlijke voorkeuren
Onder Instellingen kunt u vele persoonlijke voorkeuren instellen, bijv. voor displays, spiegels, voorstoel, navigatie*, audio- en mediasysteem, taal en spraakbesturing.
Bestuurdersprofielen
![]()
Als de auto door meerdere bestuurders wordt gebruikt, kan elke bestuurder een persoonlijk bestuurdersprofiel hebben. Elke keer dat u in de auto stapt, hebt u de mogelijkheid om uw bestuurdersprofiel te selecteren, waar uw persoonlijke voorkeuren worden opgeslagen. Het aantal profielen is afhankelijk van het aantal sleutels dat beschikbaar is voor de auto. Het Gast-profiel is niet verbonden met een specifieke sleutel.
Het laatst actieve bestuurdersprofiel is het profiel dat wordt gebruikt voor het ontgrendelen. Wijzig het bestuurdersprofiel door Profiel te selecteren in de top view.
De bestuurdersprofielen kunnen worden verbonden met de autosleutels en wanneer deze wordt ontgrendeld, wordt de auto automatisch aangepast aan uw persoonlijke voorkeuren. Verbind een sleutel onder Instellingen > Systeem > Bestuurdersprofielen. Selecteer een van de bestuurdersprofielen (het Gast-profiel kan niet worden verbonden). De home view wordt opnieuw weergegeven. Sleep de top view opnieuw omlaag, herhaal dit in overeenstemming met het bovenstaande en selecteer Bewerken op het gekozen profiel en vervolgens Sleutel verbinden.
Individuele rijmodus
Als u een van de rijmodi Comfort, Eco of Dynamic wilt aanpassen, activeert u de rijmodus onder Instellingen > My Car > Individuele rijmodus.
Systeemvolumes
Als u het volume van de systeemgeluiden wilt aanpassen of uitschakelen, bijv. het geluid voor het tikken op het scherm, gaat u naar Instellingen > Geluid > Systeemvolumes.
SLIM RIJDEN
In dit hoofdstuk worden verschillende bestuurdershulpsystemen van de auto beschreven en tips gegeven over hoe u zuiniger kunt rijden.
BESTUURDERSONDERSTEUNING
Uw auto is uitgerust met een aantal functies die u helpen veilig te rijden en die ongevallen kunnen voorkomen. U kunt deze functies activeren in de function view van het centrale display. Onthoud dat de bestuurdersassistentiefuncties slechts hulpmiddelen zijn en dat u als bestuurder altijd de volledige verantwoordelijkheid hebt om de auto op een veilige manier te besturen. Hieronder volgt een selectie:
City Safety™
City Safety10 kan u in kritieke situaties helpen om een botsing met voertuigen, grotere dieren, voetgangers of fietsers te voorkomen of te verzachten. Visuele, akoestische en rempuls waarschuwingen worden gegeven in geval van een risico op een botsing om u te helpen tijdig te handelen. Als u niet tijdig handelt en een botsing bijna onvermijdelijk is, kan de auto automatisch worden afgeremd. City Safety wordt geactiveerd wanneer de motor wordt gestart en kan niet worden gedeactiveerd.
Blind Spot Information (BLIS)*
![]()
BLIS kan u informeren over voertuigen in uw dode hoek en snel naderende voertuigen in een aangrenzende rijstrook.
Cross Traffic Alert (CTA)*
![]()
CTA is een bestuurdershulpsysteem ter aanvulling op BLIS en kan waarschuwen voor verkeer dat achter de auto kruist. CTA wordt geactiveerd als de achteruitversnelling is ingeschakeld of als de auto achteruit rolt.
Lane Keeping Aid
![]()
Rijstrookassistentie (Lane Keeping Aid) kan u helpen het risico te verkleinen dat de auto onbedoeld zijn rijstrook verlaat. De gewenste vorm van assistentie wordt geselecteerd via Instellingen > My Car > IntelliSafe > Lane Keeping Aid-modus in de top view van het centrale display.
Stuurassistentie bij dreigende botsing
![]()
De functie Botsingvermijdingsassistentie kan u helpen het risico te verkleinen dat de auto onbedoeld zijn rijstrook verlaat en/of in botsing komt met een ander voertuig/obstakel door de auto actief terug in zijn rijstrook te sturen en/of uit te wijken. De functie bestaat uit drie subfuncties: Stuurassistentie bij dreigend van de weg raken; Stuurassistentie bij dreigende frontale botsing; en Stuurassistentie bij dreigende kop-staartbotsing*.
Pilot Assist
Pilot Assist11 is een comfortfunctie die kan helpen om de auto in zijn rijstrook te houden en op een vooraf ingestelde afstand van het voorligger te houden. Pilot Assist wordt geselecteerd en geactiveerd met behulp van het linker toetsenblok van het stuurwiel. Om de stuurassistentie te laten werken, moet de bestuurder bijvoorbeeld beide handen op het stuurwiel hebben en moeten de rijstrookmarkeringen zichtbaar zijn. Wanneer de stuurassistentie actief is, geeft het bestuurdersdisplay een GROEN stuurwielsymbool weer.
10 Niet beschikbaar voor alle markten.
11 Deze functie kan standaard of een optie zijn, afhankelijk van de markt.
PARK ASSIST
Park Assist Pilot*
Park Assist Pilot kan de bestuurder helpen bij het manoeuvreren van de auto tijdens het parkeren. De taak van de bestuurder is om op te letten rond de auto, de instructies op het centrale display te volgen, de versnelling te selecteren, de snelheid te regelen en klaar te zijn om te remmen/stoppen.
Parkeren met Park Assist Pilot
![]()
Rijd met een snelheid lager dan 30 km/u (20 mph) voor fileparkeren of 20 km/u (12 mph) voor loodrecht parkeren. De afstand tussen de auto en de parkeerplaatsen moet ongeveer 1 meter (3 voet) zijn wanneer de functie naar een parkeerplaats zoekt.
- Druk op de knop Park In in de function view of camera view.
- Wees klaar om de auto te stoppen wanneer de grafische en tekstuele aanwijzingen op het centrale display aangeven dat er een geschikte parkeerplaats is gevonden. Er wordt een pop-upvenster weergegeven.
- Selecteer Fileparkeren of Loodrecht parkeren en selecteer vervolgens de achteruitversnelling.
Fileparkeren verlaten met Park Assist Pilot
De functie kan alleen worden gebruikt voor een filegeparkeerde auto.
![]()
Druk op de knop Park Out in de function view of in de camera view.- Gebruik de richtingaanwijzer om de richting te selecteren waarin de auto de parkeerplaats moet verlaten.
- Volg de instructies op het centrale display.
Parkeerhulpcamera*
De parkeerhulpcamera kan helpen bij het manoeuvreren in krappe ruimtes door obstakels aan te geven met camerabeelden en een grafische weergave op het centrale display. De selectie van cameraweergaven en parkeerhulplijnen wordt gemaakt in het centrale display. Houd er rekening mee dat objecten/obstakels dichter bij de auto kunnen zijn dan ze op het scherm lijken. De parkeerhulpcamera wordt automatisch gestart wanneer de achteruitversnelling wordt geselecteerd of handmatig in het centrale display:
![]()
Tik op de knop Camera in de function view om de functie handmatig te activeren/deactiveren.
PUURDER RIJPLEZIER
Door uw rijgedrag te plannen en zuinig te rijden, kunt u het brandstofverbruik, de koolstofdioxide-uitstoot en andere luchtverontreiniging verminderen. Dit vermindert uw impact op het milieu en verlaagt de kosten van uw brandstofverbruik. U kunt sommige factoren zelf beïnvloeden, maar andere niet. Hier is wat advies.
Plan uw rijgedrag door altijd het volgende uit te voeren:
- Plan de reis - veel onnodige stops en een ongelijkmatige snelheid dragen bij aan een verhoogd brandstofverbruik.
Rijd zuinig door middel van het volgende:
- Activeer Eco rijmodus, die de auto aanpast voor een energiezuiniger rijgedrag.
- Vermijd het stationair laten draaien van de motor – zet de motor uit wanneer u langere tijd stilstaat.
- Rijd met een constante snelheid en houd een goede afstand tot andere voertuigen en objecten om het remmen te minimaliseren.
- Rijd met de juiste bandenspanning in de banden en controleer ze regelmatig. Selecteer ECO-bandenspanning voor de beste resultaten.
- Vermijd het rijden met open ramen.
Factoren die u niet kunt beïnvloeden
- Verkeerssituatie.
- Wegomstandigheden en topografie.
- Buitentemperatuur en tegenwind.
Raadpleeg de gebruikershandleiding voor meer tips over zuinig rijden.
SPRAAKHERKENNING
Hier vindt u de verschillende commando's/zinnen die u kunt gebruiken met het spraakherkenningssysteem van de auto.
SPRAAKCOMMANDO'S
Het spraakbesturingssysteem biedt u de mogelijkheid om spraakherkenning12 te gebruiken om bepaalde functies van de mediaspeler, een via Bluetooth verbonden telefoon, het klimaatregelingssysteem en het navigatiesysteem* van Volvo te bedienen. Spraakbediening wordt geactiveerd door op de spraakbedieningsknop in het rechtertoetsenblok op het stuurwiel te drukken.

De volgende commando's kunnen meestal ongeacht de situatie worden gebruikt:
- Herhalen
- Annuleren
- Help
Spraakcommando's voor telefoon
- Bel [contact]
- Bel [telefoonnummer]
- Recente oproepen
- Bericht lezen
- Bericht naar [contact]13
Spraakcommando's voor radio en media
- Media
- Speel [artiest]
- Speel [nummer titel]
- Speel [nummer titel] van [album]
- Speel [tv-zender naam]*14
- Speel [radiozender]
- Stem af op [frequentie]
- Stem af op [frequentie] [golflengte]
- Radio
- Radio FM
- Radio AM
- DAB*
- TV*
- CD*
- USB
- iPod
- Bluetooth
- Vergelijkbare muziek
Spraakcommando's voor klimaatregeling
- Klimaat
- Stel de temperatuur in op X graden
- Verhoog de temperatuur/Verlaag de temperatuur
- Synchroniseer temperatuur
- Lucht op voeten/Lucht op lichaam
- Lucht op voeten uit/Lucht op lichaam uit
- Zet de ventilator op max./Schakel de ventilator uit
- Verhoog de ventilatorsnelheid/Verlaag de ventilatorsnelheid
- Schakel auto in
- Airconditioning aan/Airconditioning uit
- Recirculatie aan/Recirculatie uit
- Schakel de ontdooier in/Schakel de ontdooier uit
- Schakel de maximale ontdooier in/Schakel de maximale ontdooier uit
- Schakel de elektrische ontdooier in/Schakel de elektrische ontdooier uit*
- Schakel de achterruitverwarming in/Schakel de achterruitverwarming uit
- Schakel de stuurwielverwarming in/Schakel de stuurwielverwarming uit*
- Verhoog de stuurwielverwarming/Verlaag de stuurwielverwarming*
- Schakel de stoelverwarming in/Schakel de stoelverwarming uit*
- Verhoog de stoelverwarming/Verlaag de stoelverwarming*
- Schakel de stoelventilatie in/Schakel de stoelventilatie uit*
- Verhoog de stoelventilatie/Verlaag de stoelventilatie*
Spraakcommando's voor navigatiesystemen*
- Navigatie
- Breng me naar huis
- Ga naar [stad]
- Ga naar [adres]
- Voeg kruising toe
- Ga naar [postcode]
- Ga naar [contact]
- Zoek [POI-categorie]
- Zoek [POI-categorie] [stad]
- Zoek [POI-naam]
- Verander land/Verander staat15, 16
- Toon favorieten
- Wis route
- Herhaal spraakbegeleiding
- Schakel spraakbegeleiding uit
- Schakel spraakbegeleiding in
12 Geldt voor bepaalde markten.
13 Alleen bepaalde telefoons kunnen berichten via de auto verzenden. Zie support.volvocars.com voor compatibiliteit.
14 Geldt voor bepaalde markten.
15 In Europese landen wordt "Land" gebruikt in plaats van "Staat".
16 Voor Brazilië en India wordt het zoekgebied gewijzigd via het middendisplay.
SPECIALE TEKSTEN
De gebruikershandleiding en andere handleidingen bevatten veiligheidsinstructies en alle waarschuwings-, belangrijke en opmerkingsteksten die moeten worden gelezen. Sommige functies zijn alleen van toepassing op bepaalde markten.
AAN DE SLAG
Volvo On Call – De diensten van het systeem werken alleen in gebieden waar de partners van Volvo On Call mobiele dekking hebben en in de markten waar Volvo On Call beschikbaar is.
Net als bij mobiele telefoons kunnen atmosferische storingen of een slechte zenderdekking ertoe leiden dat een verbinding onmogelijk is, bijvoorbeeld in dunbevolkte gebieden.
Zie voor waarschuwings-, belangrijke en opmerkingsteksten voor Volvo On Call-diensten het contract dat van toepassing is op het Volvo On Call-abonnement en de gebruikershandleiding.
Sensus Navigation* – Richt al uw aandacht op de weg en zorg ervoor dat u zich volledig concentreert op het rijden. Volg de toepasselijke verkeerswetgeving en rijd met een goed oordeel. Omdat de weersomstandigheden of de tijd van het jaar de wegomstandigheden beïnvloeden, kunnen sommige aanbevelingen minder betrouwbaar zijn.
OVERZICHT, EXTERIEUR
Achterklep – houd rekening met het risico op beknelling bij het openen/sluiten van de achterklep. Controleer of er niemand in de buurt van de achterklep is, aangezien beknellingsletsel ernstige gevolgen kan hebben. Bedien de achterklep altijd met voorzichtigheid.
Sleutelloos vergrendelen/ontgrendelen* – Controleer of kinderen of andere passagiers geen risico lopen op beknelling wanneer alle ramen worden gesloten met de afstandsbedieningssleutel of sleutelloze opening* met een deurgreep.
OVERZICHT, INTERIEUR
Als de auto niet is uitgerust met een schakelaar voor het activeren/deactiveren van de passagiersairbag, dan is de passagiersairbag altijd geactiveerd. Gebruik nooit een achterwaarts gericht kinderzitje op de passagiersstoel voorin wanneer de airbag is geactiveerd. De passagiersairbag moet altijd worden geactiveerd wanneer voorwaarts gerichte passagiers (kinderen en volwassenen) op de passagiersstoel voorin zitten. Plaats geen voorwerpen voor of boven het dashboard waar de passagiersairbag zich bevindt.
De afstandsbedieningssleutel moet altijd uit de auto worden gehaald wanneer u deze verlaat. Zorg ervoor dat het elektrische systeem van de auto in ontstekingsmodus 0 staat, vooral als er kinderen in de auto zijn.
Parkeerrem moet altijd worden gebruikt bij het parkeren op een helling. Het inschakelen van een versnelling of de P-stand van de automatische transmissie is niet voldoende om de auto in alle situaties stil te houden.
ELEKTRISCH BEDIENBARE VOORSTOELEN
Pas de positie van de bestuurdersstoel aan voordat u vertrekt, nooit tijdens het rijden. Zorg ervoor dat de stoel in een vergrendelde positie staat om persoonlijk letsel te voorkomen in het geval van plotseling remmen of een ongeluk.
DE RUGLEUNINGEN VAN DE ACHTERBANK INKLAPPEN
Controleer of de rugleuningen goed zijn vergrendeld nadat ze zijn opgetild of neergelaten en of de hoofdsteunen goed zijn vergrendeld nadat ze zijn opgetild.
KLIMAATREGELING IN DE PASSAGIERSCOMPARTIMENT
Verwarmde stoelen* mogen niet worden gebruikt door mensen die het moeilijk vinden om een temperatuurstijging waar te nemen als gevolg van gevoelloosheid of die anderszins problemen hebben met het bedienen van de bedieningselementen voor de verwarmde stoelen. Anders kunnen ze brandwonden oplopen.
Voorconditionering kan worden gestart via een timer die ver van tevoren is ingesteld. Gebruik geen voorconditionering als de auto is uitgerust met een verwarming*:
- In onbeluchte ruimtes binnenshuis. Er komen uitlaatgassen vrij als de verwarming start.
- Op locaties met brandbaar of ontvlambaar materiaal in de buurt. Brandstof, gas, lang gras, zaagsel, enz. kunnen ontbranden.
- Wanneer er een risico is dat de uitlaatleiding van de verwarming kan worden geblokkeerd. Diepe sneeuw in de rechter voorwielkast kan bijvoorbeeld de ventilatie van de verwarming belemmeren.
AANSLUITINGEN
- Gebruik alleen accessoires die onbeschadigd en foutloos zijn. De accessoires moeten een CE-markering, UL-markering of een gelijkwaardige veiligheidsmarkering hebben.
- Accessoires moeten geschikt zijn voor 230 V en 50 Hz met connectoren die zijn ontworpen voor het stopcontact.
- Laat stopcontacten, connectoren of accessoires nooit in contact komen met water of andere vloeistoffen. Raak het stopcontact niet aan en gebruik het niet als het beschadigd lijkt te zijn of in contact is gekomen met water of een andere vloeistof.
- Sluit geen verdeeldozen, adapters of verlengkabels aan op het stopcontact, omdat deze de veiligheidsvoorzieningen van het stopcontact kunnen overrulen.
- Het stopcontact is uitgerust met een beschermkap, zorg ervoor dat er niets uitsteekt in het stopcontact of het beschadigt, waardoor de kap zijn werk niet kan doen. Laat kinderen niet zonder toezicht in de auto achter wanneer het stopcontact actief is.
BESTUURDERSONDERSTEUNING
De in de auto beschikbare bestuurdersondersteuningssystemen zijn ontworpen als aanvullende hulpmiddelen voor de bestuurder, maar kunnen niet alle situaties in alle verkeers-, weers- en wegomstandigheden aan. Ze kunnen nooit een vervanging zijn voor de aandacht en het oordeel van de bestuurder. De bestuurder is altijd verantwoordelijk voor het veilig besturen van de auto, met de juiste snelheid, met een passende afstand tot andere voertuigen en in overeenstemming met de geldende verkeersregels en -voorschriften. De bestuurder is altijd eindverantwoordelijk voor het remmen en besturen van de auto.
Voordat u de auto gebruikt, wordt aanbevolen dat u alle paragrafen in de gebruikershandleiding leest die betrekking hebben op bestuurdersondersteuningssystemen in de auto.
PARKEERHULP
Park Assist Pilot is aanvullende bestuurdersondersteuning, maar kan niet alle situaties aan. De functie is alleen bedoeld om de bestuurder te helpen bij parallel en loodrecht parkeren. De bestuurder draagt de volledige verantwoordelijkheid voor het veilig parkeren van de auto en het remmen wanneer dat nodig is. De scan kan objecten missen die zich diep in de parkeerplaats bevinden. De bestuurder draagt altijd de verantwoordelijkheid om te beoordelen of de ruimte die Park Assist Pilot biedt geschikt is om te parkeren.
Parkeerhulpcamera is een aanvullend hulpmiddel voor de bestuurder bij het parkeren van de auto. De functie kan nooit de aandacht en het oordeel van de bestuurder vervangen. De camera's hebben blinde vlekken waar obstakels niet kunnen worden gedetecteerd. Besteed extra aandacht als er mensen en dieren in de buurt van de auto zijn. Houd er rekening mee dat de voorkant van de auto tijdens de parkeermanoeuvre naar tegemoetkomend verkeer kan uitzwaaien.
Voordat u de auto gebruikt, wordt aanbevolen dat u alle paragrafen in de gebruikershandleiding leest die betrekking hebben op bestuurdersondersteuningssystemen in de auto.
SPRAAKCOMMANDO'S
De bestuurder is altijd volledig verantwoordelijk voor het veilig besturen van het voertuig en het naleven van alle toepasselijke verkeersregels.
OVERZICHT, INTERIEUR
De head-up display unit* van waaruit de informatie wordt geprojecteerd, bevindt zich in het instrumentenpaneel. Om schade aan het afdekglas van de display unit te voorkomen - bewaar geen voorwerpen op het afdekglas en zorg ervoor dat er geen voorwerpen erop vallen.
MIDDENDISPLAY
Gebruik bij het reinigen van het middendisplay een microvezeldoek die vrij is van zand en dergelijke. Gebruik bij het reinigen van het middendisplay alleen lichte druk op het display. Zware druk kan het display beschadigen.
Spuit geen vloeistof of bijtende chemicaliën rechtstreeks op het middendisplay. Gebruik geen ruitenreinigingsmiddel, andere reinigingsmiddelen, spuitbussen, oplosmiddelen, alcohol, ammoniak of reinigingsmiddelen die schuurmiddelen bevatten. Gebruik nooit schurende doeken, papieren handdoeken of tissuepapier, omdat deze krassen op het display kunnen veroorzaken.
DE RUGLEUNINGEN VAN DE ACHTERBANK INKLAPPEN
Er mogen geen voorwerpen op de achterbank liggen wanneer de rugleuning moet worden neergeklapt. De veiligheidsgordels mogen ook niet vastgemaakt zijn.
De geïntegreerde kinderzitje*/armsteun* op de middelste stoel moet in ingetrokken positie staan.
RECHTER STUURSCHAKELAAR
Ruitenwisserblad in onderhoudspositie - Voordat u de ruitenwisserbladen in de onderhoudspositie plaatst, moet u ervoor zorgen dat ze niet vastgevroren zijn. Als de ruitenwisserarmen in de onderhoudspositie van de voorruit zijn opgeklapt, moeten ze terug op de voorruit worden geklapt voordat de ruitenwisser, de wasinstallatie of de regensensor worden geactiveerd, evenals voordat u gaat rijden. Dit om te voorkomen dat de lak op de motorkap wordt beschadigd.
AANSLUITINGEN
Elektrisch stopcontact – het maximale stroomverbruik voor een 12 V elektrisch stopcontact is 120 W (10 A) per stopcontact.
Het maximale stroomverbruik voor een 230 V elektrisch stopcontact is 150 W.
OPMERKING
OVERZICHT, EXTERIEUR
Voetbediende achterklep - Er is een risico op verminderde functie, of helemaal geen functie, als de achterbumper is beladen met grote hoeveelheden ijs, sneeuw, vuil of iets dergelijks. Zorg er daarom voor dat u deze schoon houdt.
De voetbediende achterklepfunctie is beschikbaar in twee versies:
- Alleen openen met voetbeweging.
- Zowel openen als sluiten met voetbeweging. Let op: de functie voor sluiten met voetbeweging vereist een elektrisch bedienbare achterklep*.
Let op de mogelijkheid dat het systeem kan worden geactiveerd in een wasstraat of iets dergelijks als de afstandsbedieningssleutel binnen bereik is.
Elektromagnetische velden en afscherming kunnen de functies van de afstandsbedieningssleutel verstoren.
Vermijd het opbergen van de afstandsbedieningssleutel in de buurt van metalen voorwerpen of elektronische apparaten, bijvoorbeeld mobiele telefoons, tablets, laptops of opladers - bij voorkeur niet dichter dan 10-15 cm.
OVERZICHT, INTERIEUR
Tijdens een koude start kan het stationair toerental merkbaar hoger zijn dan normaal voor bepaalde motortypes. Dit wordt gedaan om ervoor te zorgen dat het emissiesysteem zo snel mogelijk de normale bedrijfstemperatuur bereikt, wat de uitlaatgasemissies minimaliseert en het milieu beschermt.
Head-up display* – Wanneer een City Safety-functie wordt geactiveerd, wordt de informatie in het head-up display vervangen door een afbeelding voor City Safety. Deze afbeelding wordt verlicht, zelfs als het head-up display is uitgeschakeld.
De bestuurder heeft mogelijk minder kans om informatie in het head-up display te zien als hij/zij bijvoorbeeld een gepolariseerde zonnebril draagt, als hij/zij niet centraal op de stoel zit, als er voorwerpen op het afdekglas van de display unit liggen of bij ongunstige lichtomstandigheden. Bepaalde visuele defecten kunnen hoofdpijn en een gevoel van stress veroorzaken tijdens het gebruik van het head-up display.
STUURWIEL
Tripcomputer – er kunnen bepaalde afwijkingen optreden bij het berekenen van de afgelegde afstand als de rijmethode wordt gewijzigd.
KLIMAATREGELING IN DE PASSAGIERSCOMPARTIMENT
Verwarming of koeling kan niet worden versneld door een hogere of lagere temperatuur te selecteren dan de werkelijke gewenste temperatuur.
Voorconditionering - De deuren en ramen van de auto moeten gesloten zijn tijdens de voorconditionering van het passagierscompartiment.
AANSLUITINGEN
Internet – er worden gegevens verzonden (dataverkeer) bij het gebruik van internet, en dit kan kosten met zich meebrengen. Activering van dataroaming en Wi-Fi hotspots kan extra kosten met zich meebrengen. Neem contact op met uw netwerkoperator over de kosten van dataverkeer. Let bij het downloaden met een telefoon extra op de kosten van dataverkeer.
Het downloaden van gegevens kan andere services beïnvloeden die gegevens verzenden, bijvoorbeeld webradio. Als het effect op andere services als problematisch wordt ervaren, kan het downloaden worden onderbroken. Als alternatief kan het passend zijn om andere services uit te schakelen of te annuleren. Let bij het downloaden met een telefoon extra op de kosten van dataverkeer.
Bijwerken – Als het besturingssysteem van de telefoon wordt bijgewerkt, kan de Bluetooth-verbinding worden verbroken. Verwijder de telefoon uit de auto en maak opnieuw verbinding.
VERBONDEN APPARATEN GEBRUIKEN
Apple CarPlay en Android Auto - Volvo is niet verantwoordelijk voor de inhoud in de CarPlay- of Android Auto-app.
VOLVO'S SUPPORT SITE
De supportsite van Volvo Cars (support.volvocars.com) bevat handleidingen en video-tutorials, evenals aanvullende informatie en hulp voor uw Volvo en uw autobezit.
Download handleiding
Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.
Download Volvo S90 2018 Handleiding




bediening omhoog trekt, waarna een symbool in het bestuurdersdisplay oplicht. Laat het handmatig los door de bediening omlaag te duwen en tegelijkertijd het rempedaal in te trappen. Bij gebruik van automatische remming bij stilstand 







.
en navigeer naar Telefoon door op
of
te drukken.
.