Garmin FORCE Serie Handleiding

Inhoud

Aan de slag

Aan de slag - Productoverzicht

Bevestiging
Besturingssysteem
Diepte-aanpassingsring
Schacht
Propelleraandrijfmotor
Stroomkabelconnector

Het product op de bevestiging installeren


Gebruik bij het vervoeren van de elektromotor altijd de handgreep aan de achterkant van de behuizing van het besturingssysteem en let op de propelleraandrijfmotor en de propeller om de kans op persoonlijk letsel of schade aan eigendommen te voorkomen.

  1. Draai zo nodig de draaiknoppen aan beide zijden van de elektromotor los.
  2. Laat de motor in een hoek van ongeveer 45 graden op de bevestiging zakken en zorg ervoor dat de draaiknoppen op de motor overeenkomen met de draaisteunen op de bevestiging.
    Aan de slag - Het product op de bevestiging installeren
  3. Laat de motor naar een verticale positie draaien.
  4. Draai de knoppen aan beide zijden van de motor vast totdat ze stoppen.
  5. Steek het trektouw gedeeltelijk in het oogje aan de voorkant van het motorbesturingssysteem en trek het bovenste deel van het touw omhoog totdat het in het oogje glijdt.

De diepte aanpassen


Voordat u de motordiepte instelt, moet u ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is voor de propeller tijdens de rotatie van de motoras (De propellerruimte controleren).

  1. Draai de ring aan de basis van de behuizing van het besturingssysteem los.
    Aan de slag - De diepte aanpassen
  2. Verhoog of verlaag de diepte van de elektromotor.
  3. Nadat u de motor op de gewenste diepte hebt ingesteld, draait u de ring aan de basis van de behuizing van het besturingssysteem vast.

De propellerruimte controleren


Voordat u de elektromotor inschakelt, moet u ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is tussen de propeller en de romp tijdens de volledige rotatie van de motoras. Als de motor wordt geïnstalleerd met onvoldoende ruimte tussen de propeller en de romp, kan dit leiden tot persoonlijk letsel en schade aan eigendommen als de propeller tijdens gebruik in contact komt met de romp.

  1. Draai de propelleraandrijfmotor handmatig om de ruimte te controleren tijdens een volledige rotatie van 360 graden van de as.
    Aan de slag - De propellerruimte controleren
  2. Pas zo nodig de motordiepte aan om voldoende ruimte tussen de propeller en de romp te garanderen (De diepte aanpassen).

Aansluiten op voeding

brandgevaarschokgevaar
Om mogelijk ernstig persoonlijk letsel of schade aan eigendommen te voorkomen, moet de stroomonderbreker in de uit-stand staan voordat u de stroomkabel van de elektromotor erop aansluit.
U moet de positieve (+) draad op de stroomkabel aansluiten via een stroomonderbreker of een zekering van 40 A (continu). Als u deze draad zonder stroomonderbreker of zekering op de stroom aansluit, kan dit leiden tot kortsluiting in de draad, wat kan leiden tot oververhitting en mogelijk brand.

LET OP
U moet de Force Current elektromotor aansluiten op een 12- of 24Vdc-accu. Als u de motor op andere spanningen aansluit, kan dit leiden tot slechte prestaties of schade aan het product.

  1. Sluit de stroomkabel van de elektromotor aan op de accu en leid de rode (+) draad door een stroomonderbreker met een waarde van 40 A (continu).
  2. Draai de beschermkap op de stroomconnector van de elektromotor een kwartslag tegen de klok in om de stroomconnector bloot te leggen.
  3. Steek de stroomkabelconnector erin, met de kabel ongeveer parallel aan de kajak, en duw totdat deze volledig is ingebracht.
    OPMERKING: Zorg ervoor dat de borgring op de stroomkabelconnector in de ontgrendelde stand staat voordat u deze op de motor aansluit.
    De trekontlasting van de stroomkabel rust tegen de houder op de motorbehuizing.
  4. Draai de borgring op de stroomkabelconnector een kwartslag met de klok mee om deze op zijn plaats te vergrendelen.

Het product opbergen

Aan de slag - Het product opbergen

  1. Trek de touwgreep naar de motor toe en til de propelleraandrijfmotor uit het water.
  2. Laat het touw zakken zodat het in de kikker blijft haken en laat de spanning voorzichtig los.

Het touw zit stevig onder spanning in de kikker en houdt de motor in de opgeborgen positie.

De motor uitklappen

  1. Trek de hendel omhoog en naar achteren om het touw uit de kikker te halen.
    Aan de slag - De motor uitklappen
  2. Laat de spanning op het touw voorzichtig los om de propelleraandrijfmotor in het water te laten zakken totdat deze stopt.
    De vergrendeling van de bevestiging grijpt de vergrendelingspen vast, waardoor de motor in de uitgeklapte positie wordt gehouden.

Het product van de bevestiging verwijderen

U moet de stroomonderbreker uitschakelen en de stroomkabel van de motor loskoppelen voordat u de motor van de bevestiging verwijdert.
U moet de motor naar de uitgeklapte positie brengen (De motor uitklappen) of het touw van de kikker losmaken en de motor ondersteunen met behulp van de handgreep aan de achterkant van de behuizing van het besturingssysteem voordat u de motor van de bevestiging verwijdert.


U moet de elektromotor van de kajak verwijderen voordat u de kajak vervoert. Het vervoeren van de kajak met de elektromotor op de bevestiging kan leiden tot een ongeluk dat ernstig persoonlijk letsel en schade aan eigendommen veroorzaakt.


Gebruik bij het vervoeren van de elektromotor altijd de handgreep aan de achterkant van de behuizing van het besturingssysteem en let op de propelleraandrijfmotor en de propeller om de kans op persoonlijk letsel of schade aan eigendommen te voorkomen.

  1. Trek de bovenkant van het touw gedeeltelijk uit de open kant van het oogje aan de voorkant van het motorbesturingssysteem en trek het onderste deel van het touw naar beneden totdat het uit het oogje glijdt.
  2. Draai de knoppen aan beide zijden van de motor los totdat ze stoppen.
  3. Kantel de motor omhoog in een hoek van ongeveer 45 graden met behulp van de handgreep aan de achterkant van de motor.
    Als de motor in de uitgeklapte positie staat, moet u aan het touw trekken om de vergrendeling van de bevestiging los te maken voordat u de motor kunt kantelen.
    Aan de slag - Het product van de bevestiging verwijderen
  4. Til de motor met beide handen van de bevestiging.

Statusindicator

De status-LED's op het bovenpaneel van de elektromotor geven de status van de motor aan.
Aan de slag - Statusindicatoren

Man Overboord (MOB) tag (MOB-tag):
  • Continu groen: De MOB-tag is verbonden.
  • Knipperend rood: De MOB-tagverbinding is verbroken. De propeller is uitgeschakeld.
    OPMERKING: Nadat de MOB-tagverbinding is hersteld, moet u op de knop op de MOB-tag drukken of de melding op de afstandsbediening of op een aangesloten kaartplotter sluiten voordat u de propeller kunt inschakelen.
  • Continu rood: De MOB-tag is niet verbonden. De propeller is uitgeschakeld.
  • Knipperend geel: De MOB-tag is niet verbonden en de MOB-tag override-modus is ingeschakeld. De propeller is niet uitgeschakeld (De MOB-tag overschrijven).
Propeller- en pilootstatus:
  • Continu groen: De propeller is ingeschakeld.
  • Knipperend groen: De pilootmodus is ingeschakeld.
  • Uit: De propeller is uitgeschakeld.

Accustatus:

  • Continu groen: Het accuniveau is goed.
  • Continu geel: Het accuniveau is gemiddeld.
  • Continu rood: Het accuniveau is laag.
  • Knipperend rood: Het accuniveau is kritiek laag.

OPMERKING: De indicator voor het accuniveau is standaard geoptimaliseerd voor lithium-ijzerfosfaataccu's (Accubeheerinstellingen).

GPS-status:
  • Continu groen: De motor heeft een goed GPS-signaal.
  • Continu geel: De motor heeft een slecht GPS-signaal.
  • Continu rood: De motor heeft geen GPS-signaal.
Status:
  • Continu groen: Er zijn geen fouten.
  • Continu blauw: De motor bevindt zich in de koppelmodus.
  • Continu rood: Er is een fout opgetreden 1.
  • Knipperend rood: Er is een kritieke fout opgetreden.
Alles Afwisselend knipperend groen: De motor, de afstandsbediening of de voetpedalen installeren een software-update.

1 Na het oplossen van de fout moet u mogelijk de motor uitschakelen en weer inschakelen om de rode fout-LED te wissen.

De propeller vervangen


Koppel de motor altijd los van de accu voordat u de propeller hanteert of ermee werkt om ernstig letsel of de dood te voorkomen.

LET OP
U mag de Force Current elektromotor met de uiterst efficiënte propeller alleen in open water gebruiken. Wanneer u de uiterst efficiënte propeller gebruikt in ondiep water, is er een verhoogd risico op beschadiging van de propeller als de motor in aanraking komt met een obstakel onder water.

De Force Current elektromotor wordt geleverd met een uiterst efficiënte propeller en een wierbestendige propeller. Volg deze stappen bij het vervangen van propellers.

  1. Gebruik een dopsleutel van 9/16 inch (15 mm) om de moer te verwijderen waarmee de propeller is bevestigd.
    Aan de slag - De propeller vervangen
  2. Verwijder de propeller en leg de borgring, de platte ring en de offeranode opzij.
  3. Zorg ervoor dat de pen in de propelleras van de motor op zijn plaats zit en vervang deze indien nodig.
  4. Installeer de nieuwe propeller.
  5. Plaats de anode, de platte ring, de borgring en de moer terug op de aandrijfas van de propeller.
  6. Gebruik een dopsleutel van 9/16 inch (15 mm) om de moer vast te draaien tot 16,27 N-m (12 lbf-ft) om de propeller vast te zetten.

Afstandsbediening

Afstandsbediening

Knop Beschrijving
Houd ingedrukt om de afstandsbediening in en uit te schakelen.
Druk hierop om de cruisecontrol in te schakelen en in te stellen op de huidige snelheid over de grond (SOG) (Uw snelheid behouden).
Druk nogmaals om de cruisecontrol uit te schakelen en terug te keren naar handmatige snelheidsregeling.
Druk tweemaal om de schroef in te schakelen en op volle snelheid in te stellen.
Druk nogmaals om terug te keren naar de vorige snelheid en schroefstatus.
Druk hierop voor handmatige bediening (De trollingmotor handmatig besturen).
Houd ingedrukt om te sturen met behulp van bewegingen (Bewegingsbediening gebruiken om te sturen).
Druk eenmaal om de schroef in of uit te schakelen (De schroef in- en uitschakelen).
Druk tweemaal om een eventuele automatische pilootfunctie (indien ingeschakeld) uit te schakelen, de schroef te stoppen en te schakelen tussen voorwaartse en achterwaartse stuwkracht (Achterwaartse stuwkracht).
Druk hierop om door het menu te navigeren (Door het menu navigeren).
Druk in het menu op om een menu-item te selecteren en druk op om terug te gaan zonder op te slaan. Wanneer de ankervergrendeling is ingeschakeld, drukt u hierop om de ankervergrendelingspositie vooruit, achteruit, naar links of naar rechts te verplaatsen in stappen van 1,5 m.
Druk in de koersvasthoud- of handmatige bedieningsmodus op en voor stappen van één graad, of houd ingedrukt om in stappen van vijf graden te sturen.
Druk op en voor stapsgewijze snelheidsveranderingen, of houd ingedrukt voor continue snelheidsveranderingen.
Wanneer uw snelheid is ingesteld op nul, drukt u op om in de achteruit te schakelen (Achterwaartse stuwkracht).
Druk hierop om koersvasthouden in te schakelen. Koersvasthouden gebruikt de trollingmotor om uw huidige koers te behouden (Uw koers behouden).
Druk nogmaals om koersvasthouden uit te schakelen, de schroef te stoppen en de handmatige bediening te hervatten.
Houd ingedrukt om de koers vast te houden door de afstandsbediening te richten (Bewegingsbediening).
Druk hierop om ankervergrendeling in te schakelen. Ankervergrendeling gebruikt de trollingmotor om uw positie vast te houden (Uw positie vasthouden).
Druk nogmaals om de ankervergrendeling uit te schakelen en terug te keren naar de vorige stuurmodus.
Houd ingedrukt om de ankervergrendelingspositie te verplaatsen door de afstandsbediening te richten (Bewegingsbediening gebruiken om uw vastgehouden positie aan te passen).
Druk hierop om het menu te openen.
Druk hierop om het menu te verlaten.
Druk hierop om een waypoint te markeren.
1 t/m 4 Druk hierop om de snelkoppeling te openen voor de Garmin kaartplotter die aan de knop is toegewezen 2

2 Vereist een verbinding met een compatibele Garmin kaartplotter. Zie de handleiding van uw kaartplotter voor instructies.

Scherm van de afstandsbediening

Afstandsbediening - Scherm van de afstandsbediening

Geeft de operationele status van de trollingmotor weer.
Als u bijvoorbeeld in handmatige bediening bent, wordt Handmatig weergegeven, en wanneer de koers is vastgehouden, wordt Koers vasthouden weergegeven, samen met het ingestelde punt voor koersvasthouden in graden.
Geeft de batterijstatus van de trollingmotor weer.
Groen: het spanningsniveau van de motorbatterij is goed.
Geel: het spanningsniveau van de motorbatterij is gemiddeld.
Rood: het spanningsniveau van de motorbatterij is laag.
Knipperend rood: het spanningsniveau van de motorbatterij is kritiek laag.
OPMERKING: De batterijniveau-indicator is standaard geoptimaliseerd voor lithium-ijzerfosfaatbatterijen (Instellingen batterijbeheer).
TIP: U kunt het uiterlijk van de batterijstatus van de trollingmotor wijzigen, zodat er een numerieke spanning wordt weergegeven in plaats van een pictogram (Product Instellingen).
U kunt het batterijniveau van de afstandsbediening bekijken door op te drukken.
Geeft de status van de schroef weer.
Wit en draaiend: de schroef levert een voorwaartse stuwkracht.
Rood en draaiend: de schroef levert een achterwaartse stuwkracht 3
Niet draaiend: de schroef is ingeschakeld met de snelheid ingesteld op nul.
Niet weergegeven: de schroef is uitgeschakeld.
Geeft de GPS-signaalsterkte van de trollingmotor weer.
PROP Geeft het snelheidsniveau van de schroef weer (De snelheid aanpassen). Wanneer de schroef actief een achterwaartse stuwkracht levert, wordt het snelheidsniveau in rood weergegeven.4
OPMERKING: De schroefsnelheid wordt niet weergegeven wanneer de motor cruisecontrol gebruikt.
SOG Geeft de gemeten snelheid over de grond (SOG) weer.

3 De motor kan luider draaien bij achterwaartse stuwkracht dan bij voorwaartse stuwkracht.
4 Bij achterwaartse stuwkracht draait de motor luider, produceert hij minder stuwkracht en is hij minder efficiënt dan bij voorwaartse stuwkracht.

U kunt de menu- en pijltoetsen gebruiken om door het menu op de afstandsbediening te navigeren.

  • Om het menu te openen, drukt u op .
  • Om tussen verschillende menu-items te bewegen, drukt u op en .
  • Om een menu-item te selecteren, drukt u op .
  • Om terug te gaan naar een vorig menu-item, drukt u op .
  • Om het menu te verlaten, drukt u op , of drukt u herhaaldelijk op totdat u het hoofdscherm bereikt.

Bewegingsbediening

U kunt de afstandsbediening richten of bewegen om met de trollingmotor te communiceren. U moet het kompas in de trollingmotor (Het kompas kalibreren) en het kompas in de afstandsbediening (De afstandsbediening kalibreren) kalibreren voordat u de bewegingsbediening kunt gebruiken.

Bewegingsbediening gebruiken om te sturen

U kunt de motor besturen door de afstandsbediening te richten.

  1. Schakel indien nodig de schroef in (De schroef in- en uitschakelen).
  2. Houd ingedrukt.
  3. Terwijl u ingedrukt houdt, richt u de afstandsbediening naar links of rechts om bakboord of stuurboord te sturen.
  4. Laat los om te stoppen met sturen.

Bewegingsbediening gebruiken om de koersvasthouden aan te passen

U kunt de afstandsbediening bewegen om uw koersvasthouden aan te passen (Uw koers behouden).

  1. Schakel indien nodig de schroef in (De schroef in- en uitschakelen).
  2. Houd ingedrukt.
  3. Richt de afstandsbediening op de plaats waar u de koers wilt aanpassen.
  4. Laat los om de koersrichting in te stellen.

Bewegingsbediening gebruiken om uw vastgehouden positie aan te passen

U kunt de afstandsbediening bewegen om uw positie aan te passen wanneer u de ankervergrendelingsfunctie gebruikt (Uw positie vasthouden).

  1. Houd ingedrukt.
  2. Richt de afstandsbediening in de richting waarin u uw positie wilt verplaatsen.
    Uw positie schuift 1,5 m in de richting die u aanwijst.
  3. Laat los.
  4. Herhaal deze procedure totdat u zich in de gewenste positie bevindt.

Batterijen plaatsen in de afstandsbediening

De afstandsbediening werkt op twee AA-batterijen (niet meegeleverd). Gebruik lithiumbatterijen voor de beste resultaten.

  1. Draai de D-ring tegen de klok in en trek omhoog om de kap te verwijderen.
  2. Plaats twee AA-batterijen, let op de polariteit.
  3. Plaats de batterijklep terug en draai de D-ring met de klok mee.

Een koord bevestigen

Afstandsbediening - Een koord bevestigen

  1. Begin aan de achterkant van de afstandsbediening en steek de lus van het koord door de sleuf.
  2. Haal het andere uiteinde van het koord door de lus en trek deze strak.
  3. Plaats het koord indien nodig om uw nek of pols om het tijdens gebruik vast te maken.

De afstandsbediening kalibreren

LET OP
Kalibreer het elektronische kompas buiten. Ga niet in de buurt staan van objecten die magnetische velden beïnvloeden, zoals voertuigen, gebouwen en bovengrondse hoogspanningskabels, om de nauwkeurigheid van de koers te verbeteren.

U moet het kompas in de afstandsbediening kalibreren voordat u de motor met gebaren kunt bedienen. Als de bewegingsbediening na kalibratie niet goed werkt, kunt u dit proces zo vaak herhalen als nodig is.

  1. Selecteer > Instellingen > Afstandsbediening > Kalibreren.
  2. Selecteer Start (Start) en volg de instructies op het scherm.

De afstandsbediening koppelen

De afstandsbediening is in de fabriek gekoppeld aan de trollingmotor. Volg deze stappen als u deze opnieuw moet koppelen.

  1. Schakel de trollingmotor in.
  2. Druk drie keer op op de trollingmotor om de koppelingsmodus te activeren.
    De status-LED op de trollingmotor licht blauw op wanneer er naar een verbinding wordt gezocht.
  3. Houd de afstandsbediening binnen 1 m van de trollingmotor.
  4. Schakel de afstandsbediening in.
  5. Selecteer op de afstandsbediening > Instellingen > Afstandsbediening > Koppelen > Koppelen > Start (Start).
    Na enkele seconden wordt Koppelen voltooid weergegeven op de afstandsbediening.

Een extra afstandsbediening koppelen
U kunt maximaal twee afstandsbedieningen tegelijkertijd op uw trollingmotor hebben aangesloten.
Om een tweede afstandsbediening te koppelen, moet u deze stappen volgen met behulp van de eerste aangesloten afstandsbediening.

  1. Schakel de trollingmotor in.
  2. Selecteer op een afstandsbediening die al aan de motor is gekoppeld > Instellingen > Afstandsbediening > Koppelen > Extra afstandsbediening toevoegen.
  3. Houd de extra afstandsbediening binnen 1 m van het displaypaneel op de trollingmotor.
  4. Schakel de extra afstandsbediening in.
  5. Selecteer op de extra afstandsbediening > Instellingen > Afstandsbediening > Koppelen > Koppelen > Start (Start).
    Apparaat gevonden verschijnt op de eerste afstandsbediening. Na enkele seconden verschijnt Koppelen voltooid op de tweede afstandsbediening.

Bediening

U kunt alle functies van de trollingmotor bedienen met de meegeleverde afstandsbediening (Afstandsbediening).
Naast de afstandsbediening kunt u bepaalde functies van de Force Current trollingmotor bedienen met een van de volgende apparaten:

  • de Power Steer voetpedalen, die bij sommige modellen worden meegeleverd (Power Steer voetpedalen).
  • een mobiel toestel met de ActiveCaptain app (Verbinding maken met een mobiel toestel met de ActiveCaptain app).
  • een compatibele Garmin kaartplotter (Verbinding maken met een kaartplotter).5
  • een compatibel Garmin horloge (Verbinding maken met een Garmin horloge).

Zie de Gebruiksaanwijzing voor het specifieke toestel voor meer informatie over het bedienen van de trollingmotor met een horloge of een kaartplotter.

5 Sommige ECHOMAP Ultra en ECHOMAP UHD kaartplotters die geen software-updates meer ontvangen, ondersteunen sommige functies van de Force Current trollingmotor niet. U moet de trollingmotor-afstandsbediening gebruiken voor de eerste installatie.

De propeller in- en uitschakelen

Waarschuwing
Gebruik de motor niet in gebieden waar u of andere personen in het water in contact kunnen komen met de draaiende propeller, wat kan leiden tot ernstig letsel.
Laat de motor niet draaien als de propeller zich buiten het water bevindt. Contact met de draaiende propeller kan leiden tot ernstig letsel.

  1. Plaats de trollingmotor indien nodig (De motor plaatsen).
    OPMERKING: De propeller kan niet worden ingeschakeld wanneer de trollingmotor in de opgeborgen positie staat.
  2. Druk op de afstandsbediening op om de propeller in te schakelen.
  3. Druk nogmaals op om de propeller uit te schakelen.

De snelheid aanpassen

Druk op de afstandsbediening op of om uw snelheid te verhogen of te verlagen.
In de handmatige modus wordt de propellersnelheid, die wordt weergegeven in het PROP-veld op het scherm van de afstandsbediening, dienovereenkomstig verhoogd of verlaagd.
In de cruisecontrolmodus wordt de huidige doelsnelheid weergegeven op het scherm van de trollingmotor-afstandsbediening en wordt deze dienovereenkomstig verhoogd of verlaagd.
OPMERKING: In de handmatige modus wordt de propeller niet automatisch ingeschakeld wanneer u de snelheid verhoogt of verlaagt met de afstandsbediening. U moet op de knop op de afstandsbediening drukken om de propeller in te schakelen.

Volledige snelheid in- of uitschakelen

  1. Druk op de afstandsbediening twee keer op .
    De propellersnelheid van de trollingmotor neemt snel toe tot de volledige snelheid.
  2. Druk op om terug te keren naar de vorige propellersnelheid.
    TIP: Wanneer u op volle snelheid bent, kunt u op op de afstandsbediening drukken om de propellersnelheid langzaam te verlagen.

De propeller bedienen wanneer deze gedeeltelijk is geplaatst

Waarschuwing
Laat de motor niet draaien als de propeller zich buiten het water bevindt. Contact met de draaiende propeller kan leiden tot ernstig letsel.
U mag de trollingmotor-propeller alleen bedienen met de motor gedeeltelijk geplaatst in beperkte omstandigheden, bijvoorbeeld bij het passeren van waterplanten of ondergedompelde obstakels. Anders kunnen u of iemand anders in contact komen met de draaiende propeller, wat ernstig letsel kan veroorzaken.

Let op
Voordat u de motor gedeeltelijk uit het water tilt, moet u op op de afstandsbediening drukken om ervoor te zorgen dat de motor in de handmatige modus staat. Als u de motor uit het water tilt terwijl deze in een automatische pilootmodus draait, kan dit onverwachte bewegingen van de motor of kajak veroorzaken, wat mogelijk kan leiden tot persoonlijk letsel of schade aan eigendommen.

LET OP
U mag de Force Current trollingmotor met de hoogrendementpropeller alleen gebruiken in open water. Wanneer u de hoogrendementpropeller in ondiep water gebruikt, is er een verhoogd risico op beschadiging van de propeller als de motor in botsing komt met een onderwaterobstakel.

  1. Trek met de trollingmotor in de geplaatste positie langzaam aan de touwgreep om de motor omhoog te brengen totdat deze in de juiste positie staat om de waterplanten of het obstakel te passeren.
    Als u de motor te ver uit het water tilt, wordt de propeller automatisch uitgeschakeld.
  2. Schakel de propeller in en stel de propellersnelheid in zoals nodig om de boot voorbij de obstructie te bewegen.
  3. Wanneer u het obstakel bent gepasseerd, laat u de motor langzaam terugzakken naar de geplaatste positie.

Handmatig sturen

De handmatige modus is de standaard bedieningsmodus van de trollingmotor. In de handmatige modus kunt u de richting en snelheid van de trollingmotor naar wens aanpassen.

OPMERKING: De trollingmotor staat standaard in de handmatige modus wanneer u deze inschakelt.

  1. Selecteer indien nodig op de afstandsbediening .
  2. Selecteer een actie:
    • Druk op de afstandsbediening op en om te sturen.
      OPMERKING: U kunt ook gebarenbedieningen gebruiken om de boot handmatig te besturen met de afstandsbediening (Gebarenbedieningen gebruiken om te sturen).
    • Duw met het voetpedaal met uw tenen en hiel op het pedaal om te sturen.

Achterwaartse stuwkracht

In de handmatige modus kunt u de propeller achteruit laten draaien. Het achteruit laten draaien van de propeller gedurende korte perioden kan in sommige situaties handig zijn, zoals het achteruitrijden uit een krappe ruimte met minder besturing van de motor.
Omdat de propeller op de trollingmotor voornamelijk is ontworpen voor voorwaartse stuwkracht, is deze minder efficiënt in het creëren van achterwaartse stuwkracht, wat resulteert in meer geluid van de motor, vooral bij hogere propellersnelheden, en meer turbulentie onder water.

LET OP
U moet achterwaartse stuwkracht spaarzaam gebruiken om cavitatie en overmatige slijtage van de propeller en de propelleraandrijfmotor te minimaliseren.

Schakelen tussen voorwaartse en achterwaartse modus

  1. Druk twee keer op .
    Het -pictogram op het scherm van de afstandsbediening wordt rood wanneer de propeller is ingesteld op achteruit. Als de motor in een automatische pilootmodus draait, schakelt deze automatisch over naar de handmatige modus. Als de propeller draait, stopt deze automatisch.
  2. Druk nogmaals op om de propeller in te schakelen.
    OPMERKING: Wanneer u schakelt tussen de voorwaartse en achterwaartse modus, wordt de propellersnelheid automatisch ingesteld op de laatste snelheid die u in dezelfde stuwkrachtmodus hebt gebruikt.

Waypoints

Waypoints worden gebruikt om locaties te markeren, zodat u er later naar terug kunt keren. De trollingmotor kan maximaal 5000 waypoints opslaan.
Wanneer de trollingmotor is verbonden met een kaartplotter, worden de waypoints die zijn opgeslagen op de trollingmotor en op de kaartplotter automatisch gesynchroniseerd.
OPMERKING: Omdat de systemen worden gesynchroniseerd, worden de waypoints op de kaartplotter ook verwijderd wanneer u waypoints verwijdert, de standaardinstellingen herstelt of gebruikersgegevens wist met de afstandsbediening van de trollingmotor. Evenzo wordt een waypoint dat u van de kaartplotter verwijdert, automatisch verwijderd van de trollingmotor.

Een waypoint maken

U kunt uw huidige locatie opslaan als een waypoint.

  1. Rijd indien nodig naar een locatie die u als waypoint wilt opslaan.
  2. Druk op de afstandsbediening op .
  1. Selecteer op de afstandsbediening > Waypoints.
    Er wordt een lijst met de tien dichtstbijzijnde waypoints weergegeven.
  2. Selecteer een waypoint.
  3. Selecteer Navigate To (Navigeer naar).
  4. Schakel de propeller in (De propeller in- en uitschakelen).
    De trollingmotor rijdt naar de waypointlocatie (Navigeren).

Waypointdetails bekijken

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Waypoints.
    Er wordt een lijst met de tien dichtstbijzijnde waypoints weergegeven.
  2. Selecteer een waypoint.
  3. Selecteer Review (Controleren).

Een waypointnaam bewerken

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Waypoints.
    Er wordt een lijst met de tien dichtstbijzijnde waypoints weergegeven.
  2. Selecteer een waypoint.
  3. Selecteer Edit (Bewerken).
  4. Voer een nieuwe naam in voor het waypoint.

Een waypoint verwijderen

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Waypoints.
    Er wordt een lijst met de tien dichtstbijzijnde waypoints weergegeven.
  2. Selecteer een waypoint.
  3. Selecteer Delete (Verwijderen).

Routes

Een route is een reeks locaties die u naar uw uiteindelijke bestemming leiden.
Wanneer u de trollingmotor op een kaartplotter aansluit, worden de routes die op de kaartplotter zijn opgeslagen, gesynchroniseerd met de routes die op de trollingmotor zijn opgeslagen. Het verwijderen of bewerken van routes op het ene toestel wijzigt automatisch de routes die op het andere toestel zijn opgeslagen. U kunt alleen routes maken op de kaartplotter.
U kunt maximaal 100 routes opslaan.

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Routes.
    Er wordt een lijst met de tien dichtstbijzijnde routes weergegeven.
  2. Selecteer een route.
  3. Selecteer Navigate To (Navigeer naar).
  4. Selecteer een optie:
    • Als u de route wilt navigeren vanaf het beginpunt dat is gebruikt toen de route werd gemaakt, selecteert u Forward (Vooruit).
    • Als u de route wilt navigeren vanaf het bestemmingspunt dat is gebruikt toen de route werd gemaakt, selecteert u Backward (Achteruit).
    • Als u vanaf uw huidige locatie naar het begin van de route wilt navigeren en vervolgens de route wilt navigeren, selecteert u From Start (Vanaf start).
  5. Schakel de propeller in (De propeller in- en uitschakelen).
    De trollingmotor rijdt in de gekozen richting langs de route (Navigeren).

Als u het einde van de route nadert, schakelt de trollingmotor standaard over op de ankervergrendelingsfunctie en houdt hij de positie aan het einde van de route vast. U kunt dit gedrag wijzigen in de instellingen (Product Settings (Productinstellingen)).

Routedetails bekijken

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Routes.
    Er wordt een lijst met de tien dichtstbijzijnde routes weergegeven.
  2. Selecteer een route.
  3. Selecteer Review (Controleren).

Een routenaam bewerken

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Routes.
    Er wordt een lijst met de tien dichtstbijzijnde routes weergegeven.
  2. Selecteer een route.
  3. Selecteer Edit (Bewerken).
  4. Voer een nieuwe naam in voor de route.

Een route verwijderen

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Routes.
    Er wordt een lijst met de tien dichtstbijzijnde routes weergegeven.
  2. Selecteer een route.
  3. Selecteer Delete (Verwijderen).

Tracks

Een track is een opname van het pad van uw boot. De track die momenteel wordt opgenomen, wordt de actieve track genoemd en kan worden opgeslagen. U kunt maximaal 50 tracks opslaan.
Wanneer u de trollingmotor aansluit op een kaartplotter, worden de actieve track en opgeslagen tracks die op de kaartplotter zijn opgeslagen, gesynchroniseerd met de actieve track en opgeslagen tracks die op de trollingmotor zijn opgeslagen. Het toevoegen, verwijderen of bewerken van actieve en opgeslagen tracks op het ene apparaat wijzigt automatisch de actieve en opgeslagen tracks die op het andere apparaat zijn opgeslagen.

De actieve track opslaan

De track die momenteel wordt opgenomen, wordt de actieve track genoemd. U kunt de actieve track opslaan en er later naartoe navigeren.
U kunt maximaal 50 tracks opslaan op de trollingmotor.

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Tracks > Save Active Track (Actieve track opslaan).
    De actieve track wordt opgeslagen met de huidige datum als tracknaam.
  2. Wijzig de naam voor de opgeslagen track (optioneel).

De actieve track wissen

Selecteer > Tracks > Clear Active Track (Actieve track wissen).
Het trackgeheugen wordt gewist en de actieve track blijft worden opgenomen.

De track die momenteel wordt opgenomen, wordt de actieve track genoemd. U kunt vanaf uw huidige positie terugnavigeren naar het startpunt van de actieve track langs het pad dat u hebt afgelegd.

  1. Selecteer > Tracks > Backtrack (Terugspelen).
  2. Schakel de propeller in (De propeller in- en uitschakelen).
    De trollingmotor navigeert terug naar het beginpunt van de actieve track langs het pad dat u hebt afgelegd (Navigeren).
  1. Selecteer > Tracks > Saved Tracks (Opgeslagen tracks).
    Er wordt een lijst weergegeven met de tien dichtstbijzijnde opgeslagen tracks.
  2. Selecteer een opgeslagen track.
  3. Selecteer Navigate To (Navigeren naar).
  4. Selecteer een optie:
    • Als u de opgeslagen track wilt navigeren van het begin van de track naar het einde, selecteert u Forward (Vooruit).
    • Als u de opgeslagen track wilt navigeren van het einde van de track terug naar het begin, selecteert u Backward (Achteruit).
  5. Schakel de propeller in (De propeller in- en uitschakelen).
    De trollingmotor rijdt langs de opgeslagen track in de gekozen richting (Navigeren).

Details van een opgeslagen track bekijken

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Tracks > Saved Tracks (Opgeslagen tracks).
    Er wordt een lijst weergegeven met de tien dichtstbijzijnde opgeslagen tracks.
  2. Selecteer een opgeslagen track.
  3. Selecteer Review (Bekijken).

De naam van een opgeslagen track bewerken

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Tracks > Saved Tracks (Opgeslagen tracks).
    Er wordt een lijst weergegeven met de tien dichtstbijzijnde opgeslagen tracks.
  2. Selecteer een opgeslagen track.
  3. Selecteer Edit (Bewerken).
  4. Voer een nieuwe naam in voor de opgeslagen track.

Een opgeslagen track verwijderen

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Tracks > Saved Tracks (Opgeslagen tracks).
    Er wordt een lijst weergegeven met de tien dichtstbijzijnde opgeslagen tracks.
  2. Selecteer een opgeslagen track.
  3. Selecteer Delete (Verwijderen).

Autopiloot

Waarschuwing
U bent verantwoordelijk voor de veilige en verstandige bediening van uw vaartuig. De functies voor de automatische piloot op de trollingmotor zijn hulpmiddelen die uw vermogen om uw boot te bedienen verbeteren. Ze ontslaan u niet van de verantwoordelijkheid om uw boot veilig te bedienen. Vermijd navigatiegevaren en laat de motorbediening nooit onbeheerd achter.
Voordat u een functie van de automatische piloot activeert, moet u ervoor zorgen dat de motor volledig in de uitklapstand staat en dat de vergrendeling van de steun is geactiveerd. Het activeren van een functie van de automatische piloot voordat de motor is vergrendeld in de uitklapstand, kan leiden tot onverwachte bewegingen van de kajak, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of schade aan eigendommen.
Leer de functies van de automatische piloot bedienen op kalm en gevaarlijk open water.

Let op
Wees bij gebruik van de functies van de automatische piloot voorbereid op plotselinge stops, versnellingen en bochten.
De Force Current trollingmotor ondersteunt functies voor de automatische piloot, zoals het volgen van een vooraf geplande route, het vasthouden van de koers van uw kajak en het vasthouden van uw positie.
U moet het kompas van de trollingmotor kalibreren voordat u de functies van de automatische piloot kunt gebruiken (Het kompas kalibreren). U moet een GPS-signaal hebben om een modus voor de automatische piloot te activeren (Een GPS-signaal verkrijgen).
U kunt de modi voor de automatische piloot activeren en bedienen met behulp van de afstandsbediening (Afstandsbediening), de Power Steer voetpedalen (De voetpedaalhendels gebruiken), een kaartplotter, een mobiel toestel met de ActiveCaptain app of een compatibel Garmin horloge. Zie de Gebruikershandleiding voor meer informatie over de functies van de automatische piloot.
TIP: In sommige situaties kunnen de modi voor de automatische piloot meer turbulentie veroorzaken dan verwacht. U kunt de versterkingsinstellingen van de automatische piloot aanpassen om de gevoeligheid van de automatische piloot aan te passen aan verschillende omstandigheden (De reactie van de automatische piloot aanpassen).

De Force Current ondersteunt de volgende functies voor de automatische piloot:
Cruisecontrol: De motor regelt automatisch de propellersnelheid om een doelsnelheid aan te houden (Uw snelheid aanhouden).
Ankervergrendeling: De motor stuurt en laat de propeller automatisch draaien om uw positie te behouden (Uw positie vasthouden).
Koers vasthouden: De motor stuurt automatisch om uw boot in dezelfde koers te houden (Uw koers aanhouden).
Route volgen: De motor kan automatisch sturen en de propeller laten draaien om naar een waypoint te navigeren of langs een koers of een track (Navigeren).

Het kompas kalibreren

Voordat u het kompas van de trollingmotor kalibreert, moet u naar een open gebied met kalm water gaan, met voldoende ruimte om de kajak in een cirkel te manoeuvreren.

LET OP
Het kalibreren van het kompas van de trollingmotor in ruw water en bij winderige omstandigheden kan de prestaties van de automatische piloot negatief beïnvloeden.

  1. Zorg ervoor dat de trollingmotor in de uitklapstand staat (De motor uitklappen).
  2. Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Trolling Motor > Calibrate (Kalibreren) > Compass (Kompas).
  3. Volg de instructies op het scherm om het kompas te kalibreren wanneer u hierom wordt gevraagd.

LET OP
Tijdens het kalibreren van het kompas moet u de trollingmotor gebruiken om de kajak met lage snelheid te besturen. Het gebruik van een peddel om de kajak te besturen om het kompas te kalibreren, kan overmatige bewegingen veroorzaken, wat kan leiden tot slechte prestaties van de automatische piloot.
Als de functies van de automatische piloot niet naar verwachting werken, moet u het kalibratieproces herhalen. Autopiloot

Een GPS-signaal verkrijgen

  1. Verplaats de kajak naar een gebied met vrij zicht op de lucht.
  2. Wacht 30 tot 60 seconden terwijl de trollingmotor satellieten zoekt.
    Wanneer de motor een positie heeft verkregen via GPS, brandt de LED-indicator continu groen.

De reactie van de automatische piloot aanpassen

U kunt de versterkingsinstelling van de automatische piloot aanpassen om de gevoeligheid van de automatische piloot aan te passen aan verschillende omstandigheden.

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Trolling Motor.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u de versterking voor de modus Ankervergrendeling wilt aanpassen, selecteert u Anchor Gain (Ankerversterking).
    • Als u de versterking van de automatische piloot voor navigatiemodi, inclusief Koers vasthouden en Cruisecontrol, wilt aanpassen, selecteert u Navigation Gain (Navigatieversterking).
  3. Selecteer of om de versterkingswaarde te verhogen of te verlagen:
    • Verhoog de versterkingsinstelling om de automatische piloot responsiever te maken. De motor is nauwkeuriger in het besturen van uw kajak, maar kan meer turbulentie veroorzaken. Hogere versterkingswaarden zijn meestal nodig voor grotere of zwaardere boten.
    • Verlaag de versterkingsinstelling om de automatische piloot minder responsief te maken. De motor veroorzaakt minder turbulentie, maar is mogelijk minder nauwkeurig in het besturen van uw kajak.

Uw snelheid aanhouden

Voordat u de functies van de automatische piloot kunt gebruiken, moet u de trollingmotor kalibreren (Het kompas kalibreren).
De cruisecontrol is een functie van de automatische piloot die een bepaalde snelheid over de grond instelt en aanhoudt en automatisch aanpast aan veranderingen in stroming en wind.
TIP: U kunt de cruisecontrol samen met andere modi voor de automatische piloot gebruiken (Autopiloot).
Druk op de afstandsbediening op .
De cruisecontrol is ingeschakeld bij de huidige snelheid.
Als u de cruisecontrol wilt uitschakelen en de propeller wilt uitschakelen, moet u op drukken.

Uw positie vasthouden

Voordat u de functies van de automatische piloot kunt gebruiken, moet u de trollingmotor kalibreren (Het kompas kalibreren).
De ankervergrendelingsfunctie maakt gebruik van GPS om uw positie te behouden met behulp van de trollingmotor.
Druk op .
OPMERKING: U kunt de positie van de ankervergrendeling aanpassen door op een pijltoets op de afstandsbediening te drukken of door gebarenbediening te gebruiken (Gebarenbediening gebruiken om uw vastgehouden positie aan te passen).
Als u de ankervergrendeling wilt uitschakelen, drukt u nogmaals op .

Uw koers aanhouden

Voordat u de functies van de automatische piloot kunt gebruiken, moet u de trollingmotor kalibreren (Het kompas kalibreren).
U kunt Koers vasthouden activeren om uw boot in dezelfde kompasrichting te laten bewegen. De motor kan uw koers automatisch aanpassen om drift te compenseren die wordt veroorzaakt door factoren zoals wind en stroming.

  1. Stuur de boot in de richting die u wilt varen.
  2. Druk op .
    OPMERKING: U kunt de richting aanpassen door op en te drukken of door gebarenbediening te gebruiken (Gebarenbediening).
    TIP: Tijdens het gebruik van deze modus voor de automatische piloot kunt u ook uw snelheid aanhouden met behulp van de cruisecontrol (Uw snelheid aanhouden).
    Als u Koers vasthouden wilt uitschakelen en terug wilt keren naar de handmatige modus, moet u of selecteren.

Het gedrag van Koers vasthouden wijzigen
De functie Koers vasthouden is standaard ingesteld op de modus Ga naar, die uw koers kan aanpassen om drift te compenseren en uw boot in dezelfde richting te laten bewegen. Indien gewenst kunt u de functie Koers vasthouden configureren om de modus Vaartuig uitlijnen te gebruiken, die drift negeert en de boeg van uw boot eenvoudigweg in dezelfde richting houdt.

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Trolling Motor > Heading Hold (Koers vasthouden).
  2. Selecteer Vessel Align (Vaartuig uitlijnen).

U kunt Ga naar selecteren om terug te keren naar het standaardgedrag van Koers vasthouden.

Voordat u de functies van de automatische piloot kunt gebruiken, moet u de trollingmotor kalibreren (Het kompas kalibreren.
De trollingmotor maakt gebruik van GPS om de boot naar een waypointlocatie te sturen of om een route of track te volgen.

  1. Selecteer op de afstandsbediening een optie:
    • Begin met navigeren naar een opgeslagen waypoint (Naar een waypoint navigeren).
    • Begin met het navigeren van een opgeslagen route (Een route navigeren).
    • Begin met het volgen van de actieve track (Naar het begin van de actieve track navigeren).
    • Begin met het navigeren van een opgeslagen track (Een opgeslagen track navigeren).

OPMERKING: U kunt de trollingmotor ook gebruiken om autogeleidingspaden te volgen wanneer de navigatie wordt gestart vanaf een aangesloten kaartplotter. Zie de gebruikershandleiding van uw kaartplotter voor meer informatie.
De navigatie wordt weergegeven op het scherm van de afstandsbediening en de trollingmotor stuurt de boot automatisch naar de bestemming.

  1. Pas de snelheid indien nodig aan.

TIP: Tijdens het gebruik van deze modus voor de automatische piloot kunt u ook uw snelheid aanhouden met behulp van de cruisecontrol (Uw snelheid aanhouden).

Navigatie onderbreken en hervatten

  1. Selecteer tijdens het navigeren op de afstandsbediening een optie:
    • Als u de navigatie wilt onderbreken terwijl u in dezelfde richting met dezelfde snelheid verdergaat, selecteert u > Standby.
    • Als u de navigatie wilt onderbreken en de ankervergrendeling wilt instellen, selecteert u

De navigatie stopt en de trollingmotor keert terug naar de handmatige modus of houdt uw positie vast in de ankervergrendeling.

  1. Selecteer > Follow Route (Route volgen) of druk op om de navigatie te hervatten.
  2. Start indien nodig de propeller.

Navigatie stoppen

Selecteer > Stop Nav (Navigatie stoppen).
De navigatie stopt en de trollingmotor keert terug naar de handmatige modus.

Instellingen

Productinstellingen

Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Trolling Motor (Trollingmotor).
Wi-Fi: Hiermee stelt u de voorkeuren voor het draadloze netwerk voor de trollingmotor in (Instellingen draadloos netwerk).
Calibrate (Kalibreren): Hiermee kalibreert u het kompas van de trollingmotor (Het kompas van de trollingmotor kalibreren) en stelt u de boegoffset van de trollingmotor in.
Steering Mode (Besturingsmodus): Bepaalt hoe de Power Steer-voetpedalen de boot besturen (De besturingsrespons omkeren).
MOB Tag Override Mode (MOB-tag overschrijfmodus): Schakel dit in om de schroef te laten draaien, zelfs als de motor de verbinding met de MOB-tag heeft verloren (De MOB-tag overschrijven).
Programmable Keys (Programmeerbare toetsen): Hiermee wijzigt u de functie van de hendels op de Power Steer-voetpedalen (De functie van de voetpedaalhendels wijzigen).
Units (Eenheden): Hiermee stelt u de meeteenheden in.
Battery Management (Batterijbeheer): Hiermee stelt u instellingen in met betrekking tot de accu van de trollingmotor (Instellingen batterijbeheer).
Beeper (Pieptoon): Hiermee schakelt u de pieptonen voor automatische pilootmeldingen uit of in.
Auto Power On (Automatisch inschakelen): Hiermee schakelt u de trollingmotor in wanneer u het systeem van stroom voorziet.
Heading Hold (Koers vasthouden): Hiermee stelt u het gedrag in van de functie voor koers vasthouden (Het gedrag van koers vasthouden wijzigen).
Nav. Arrival (Nav. aankomst): Hiermee stelt u het gedrag van de trollingmotor in wanneer u het einde van een route bereikt. Met de instelling Anchor Lock (Ankervergrendeling) houdt de trollingmotor de positie vast met behulp van de ankervergrendelingsfunctie wanneer de boot het einde van de route bereikt. Met de instelling Manual (Handmatig) wordt de schroef uitgeschakeld wanneer de boot het einde van de route bereikt.

Voorzichtig
Wanneer u Manual (Handmatig) gebruikt voor de instelling Nav. Arrival (Nav. aankomst), moet u klaar zijn om de controle over de boot over te nemen.

Anchor Gain (Ankerversterking): Hiermee stelt u het niveau van de automatische pilootrespons in de ankervergrendelingsmodus in (De automatische pilootrespons aanpassen).
Navigation Gain (Navigatieversterking): Hiermee stelt u het niveau van de automatische pilootrespons in andere automatische pilootmodi in (De automatische pilootrespons aanpassen.)
Clear User Data (Gebruikersgegevens wissen): Hiermee verwijdert u alle opgeslagen waypoints, routes, tracks en uw actieve track.
NOTE: (OPMERKING:) Als u bent verbonden met een kaartplotter, worden door deze selectie de gebruikersgegevens van zowel de trollingmotor als de aangesloten kaartplotter gewist.
Restore Defaults (Standaardwaarden herstellen): Hiermee zet u de instellingen van de trollingmotor terug naar de fabrieksinstellingen.
NOTE: (OPMERKING:) Het herstellen van de standaardinstellingen wist geen gebruikersgegevens op de trollingmotor of op een aangesloten kaartplotter.

Instellingen draadloos netwerk

Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Trolling Motor (Trollingmotor) > Wi-Fi.
NOTE: (OPMERKING:) De actieve Wi‑Fi modus wordt boven aan het scherm weergegeven.
Mode (Modus): Hiermee stelt u de Wi‑Fi modus in. U kunt de Wi‑Fi technologie uitschakelen, verbinding maken met het netwerk van een kaartplotter of een draadloos toegangspunt maken om de ActiveCaptain app te gebruiken (Verbinding maken met een mobiel toestel met de ActiveCaptain app).
Setup > Name (Instellingen > Naam): Hiermee stelt u de naam in van het draadloze toegangspunt op de trollingmotor (alleen ActiveCaptain modus).
Setup > Password (Instellingen > Wachtwoord): Hiermee stelt u het wachtwoord in voor het draadloze toegangspunt op de trollingmotor (alleen ActiveCaptain modus).

Instellingen batterijbeheer

Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Trolling Motor (Trollingmotor) > Battery Management (Batterijbeheer).
Indicator: Hiermee stelt u de weergave van de batterij-indicator van de trollingmotor in op een pictogram of een numerieke spanningswaarde.
Battery Setup (Batterij-instelling): Hiermee stelt u het type batterij in dat is aangesloten op de trollingmotor, wat helpt bij het berekenen van de gerapporteerde batterijstatus.

Instellingen afstandsbediening

Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Remote Control (Afstandsbediening). Backlight (Achtergrondverlichting): Hiermee past u de instellingen voor achtergrondverlichting aan. (Instellingen achtergrondverlichting)
Beeper (Pieptoon): Hiermee stelt u de pieptoon in voor toetsaanslagen en alarmen.
Auto Power Off (Automatisch uitschakelen): Hiermee stelt u de tijdsduur in voordat de afstandsbediening automatisch wordt uitgeschakeld.
Calibrate (Kalibreren): Hiermee kalibreert u de afstandsbediening voor de functies voor bewegingsbesturing (De afstandsbediening kalibreren).
Pairing (Koppelen): Hiermee koppelt u de afstandsbediening met de trollingmotor (De afstandsbediening koppelen).
Language (Taal): Hiermee stelt u de taal van de tekst op het scherm in.
Restore Defaults (Standaardwaarden herstellen): Hiermee zet u de afstandsbediening terug naar de fabrieksinstellingen. Hiermee worden de standaardconfiguratie-instellingen op de afstandsbediening hersteld, maar worden geen opgeslagen gebruikersgegevens verwijderd.

Backlight Settings (Instellingen achtergrondverlichting)
Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Remote Control (Afstandsbediening) > Backlight (Achtergrondverlichting).
Keys (Toetsen): Hiermee stelt u de achtergrondverlichting zo in dat deze wordt ingeschakeld wanneer een toets wordt ingedrukt.
Alarms (Alarmen): Hiermee stelt u de achtergrondverlichting zo in dat deze wordt ingeschakeld wanneer een alarm op de afstandsbediening klinkt.
Timeout (Time-out): Hiermee stelt u de tijdsduur in voordat de achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld.
Brightness (Helderheid): Hiermee stelt u het helderheidsniveau van de achtergrondverlichting in.

MOB-tag

De Man Overboord (MOB)-tag is een meegeleverd accessoire dat is bedoeld om uw veiligheid te waarborgen wanneer u de kajak verlaat. Wanneer de MOB-tag is ingeschakeld en gekoppeld aan de trollingmotor, stopt de schroef automatisch wanneer de MOB-tag onder water wordt gedompeld.

Waarschuwing
U moet de MOB-tag op uw lichaam dragen en ervoor zorgen dat deze is ingeschakeld en gekoppeld aan de trollingmotor, zodat de automatische motoruitschakelfunctie van de MOB werkt zoals verwacht. Als de MOB-tag niet is ingeschakeld, gekoppeld en aan uw lichaam is bevestigd, of als de MOB-tag niet onder water is gedompeld, stopt de trollingmotor de schroef niet automatisch. Het verlaten van de kajak terwijl de schroef draait, kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood.

Overzicht MOB-tag

Power and interface button (Aan/uit-knop en interfaceknop):
  • Druk hierop om de status en het batterijniveau van de tag te controleren.
  • Houd ingedrukt om de tag in of uit te schakelen.

MOB button (MOB-knop):

  • Houd ingedrukt om de schroef te stoppen.
  • Nadat u bent teruggekeerd naar de kajak, drukt u hierop om de MOB-status te wissen en de normale werking van de motor te hervatten.

Waarschuwing
U moet ervoor zorgen dat het gebied rond de trollingmotor vrij is voordat u de normale werking van de motor hervat. Het hervatten van de normale werking terwijl anderen zich in de buurt van de trollingmotor bevinden, kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood.

TIP: U kunt de MOB-status ook wissen door op de MOB OVERRIDE (MOB-onderdrukking) op de trollingmotor te drukken of door het statusbericht op de afstandsbediening of op een aangesloten kaartplotter te sluiten.

Wanneer u op de aan/uit-knop drukt, geeft de LED-kleur de verbindingsstatus van de tag aan:
  • Groen: verbonden.
  • Rood: niet verbonden.
Wanneer u op de aan/uit-knop drukt, geeft de LED-kleur de batterijstatus van de tag aan:
  • Groen: het batterijniveau is hoog.
  • Oranje: het batterijniveau is gemiddeld.
  • Rood: het batterijniveau is laag.

De band of karabijnhaak bevestigen

De MOB-tag wordt geleverd met een karabijnhaak, een polsband en een drijvende sleutelhanger. U kunt de karabijnhaak gebruiken om de MOB-tag aan uw kleding te bevestigen, of u kunt de MOB-tag aan de polsband bevestigen om deze om uw pols te dragen. U kunt ook de drijvende sleutelhanger aan de karabijnhaak of aan de polsband bevestigen om te voorkomen dat de MOB-tag zinkt als deze per ongeluk in het water verloren raakt. Volg deze stappen om de polsband of de karabijnhaak aan de MOB-tag te bevestigen.

  1. Steek een uiteinde van de veerstaaf op de band of karabijnhaak in een van de gaten op de MOB-tag.
  2. Schuif de snelontgrendelingspin om het andere uiteinde van de veerpen in te trekken.
    De band of karabijnhaak bevestigen aan de MOB-tag
  3. Lijn de veerstaaf uit met het andere gat in de MOB-tag en laat de pin los.

De MOB-tag overschrijven

Als de trollingmotor de verbinding met de MOB-tag verliest, maar u de kajak niet hebt verlaten, kunt u de MOB-functie overschrijven om de normale werking tijdelijk te hervatten.

Waarschuwing
U moet ervoor zorgen dat het gebied rond de trollingmotor vrij is voordat u de normale werking van de motor hervat. Het hervatten van de normale werking terwijl anderen zich in de buurt van de trollingmotor bevinden, kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood.

Nadat de motor de verbinding met de MOB-tag heeft verloren en de schroef is gestopt, selecteert u een optie:

  • Selecteer op de afstandsbediening van de trollingmotor > Settings (Instellingen) > Trolling Motor (Trollingmotor) > MOB Tag Override Mode (MOB-tag overschrijfmodus).
  • Houd de knop MOB OVERRIDE (MOB-onderdrukking) op de bovenkant van de behuizing van de trollingmotor vijf seconden ingedrukt.

De trollingmotor stoot een lange pieptoon uit wanneer u de MOB Tag Override Mode (MOB-tag overschrijfmodus) in- of uitschakelt. De trollingmotor piept periodiek en de status-LED knippert geel wanneer de MOB Tag Override Mode (MOB-tag overschrijfmodus) is ingeschakeld.
Als u de MOB-tag terugvindt en de verbinding met de trollingmotor is hersteld, schakelt de trollingmotor de MOB Tag Override Mode (MOB-tag overschrijfmodus) automatisch uit. Om de normale werking te hervatten, moet u op de MOB button (MOB-knop) op de MOB-tag drukken of het MOB-bericht op de afstandsbediening of een aangesloten kaartplotter sluiten.

Een MOB-tag koppelen met het product

De MOB-tag die bij de Force Current trollingmotor wordt geleverd, is in de fabriek gekoppeld aan de trollingmotor. Volg de stappen om een nieuwe MOB-tag te koppelen aan de trollingmotor.

  1. Zorg ervoor dat de trollingmotor is ingeschakeld.
  2. Houd de aan/uit-knop aan de zijkant van de MOB-tag ingedrukt om deze in te schakelen.
    Het pictogram op de MOB-tag knippert rood.
  3. Druk op de trollingmotor drie keer op .
    De LED-indicator knippert blauw terwijl de motor naar een verbinding zoekt.
  4. Zorg ervoor dat de MOB-tag zich binnen 1 m (3 ft.) van de trollingmotor bevindt.
  5. Druk drie keer snel op de aan/uit-knop op de MOB-tag.
    Het pictogram op de MOB-tag knippert blauw terwijl deze naar een verbinding zoekt.

Wanneer de verbinding tot stand is gebracht, wordt de status-LED op de trollingmotor continu groen.

De batterij van de MOB-tag vervangen

Waarschuwing
Raadpleeg de handleiding Belangrijke product- en veiligheidsinformatie in de productverpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

  1. Gebruik een kruiskopschroevendraaier nr. 1 en draai de vier borgschroeven los om de achterklep te verwijderen.
  2. Til het witte lipje voorzichtig op om de batterij uit de achterklep te verwijderen.
  3. Plaats de nieuwe batterij in de achterklep met de positieve (+) kant naar beneden.
  4. Zorg ervoor dat de rubberen pakking in de voorklep van de MOB-tag niet is gebroken en volledig in de groef zit.
    De pakking past in een specifieke richting in de groef.

LET OP
Als de pakking niet goed en volledig in de groef zit, is deze niet afgedicht, wat leidt tot het defect raken van de MOB-tag wanneer deze aan water wordt blootgesteld. Zie de Field Service Manual (Onderhoudshandleiding) voor informatie over het aanschaffen van een vervangende pakking.

Nadat u de batterij hebt vervangen, moet u mogelijk de MOB-tag opnieuw koppelen (Een MOB-tag koppelen met het product).

Power Steer voetpedalen

De Power Steer voetpedalen zijn een optioneel accessoire dat bij sommige modellen wordt geleverd.

De pedalen aan de rails bevestigen

  1. Lijn de schroef aan de buitenkant van het pedaal uit met de schroefdraad in de pedaalklem op de rail en draai de knop aan de andere kant van het pedaal met de klok mee om het pedaal aan de pedaalklem te bevestigen.
    De pedalen aan de rails bevestigen
  2. Kantel het pedaal heen en weer om het bewegingsbereik te controleren en pas indien nodig de hoek van het pedaal aan.
  3. Duw indien nodig op de knop op de pedaalklem en schuif deze langs de rail om het pedaal op een comfortabele afstand te plaatsen.

LET OP
Verplaats de pedaalklemmen niet helemaal naar een van de uiteinden van de pedaalrail. Als de pedaalklem een van de montageschroeven van de pedaalrail overlapt, kan het lastig worden om deze te verplaatsen.

  1. Herhaal de stappen voor het andere pedaal.

TIP: U kunt de markeringen controleren waar de pedalen op de pedaalklemmen worden aangesloten om er zeker van te zijn dat beide pedalen onder dezelfde hoek zijn geïnstalleerd.

LET OP
U moet de pedalen uit de pedaalklemmen verwijderen voordat u de kajak vervoert. De pedalen kunnen tijdens het transport losraken, wat schade aan eigendommen kan veroorzaken.

Sturen met de voetpedalen


Leer de voetpedalen te bedienen op kalm en risicovrij open water. Begin met kleine bewegingen totdat u vertrouwd bent met de reactie van de pedalen.

U kunt elk pedaal naar voren of naar achteren kantelen vanuit een neutrale positie. Naarmate u de pedalen verder in een van beide richtingen kantelt, draait de schroef sneller. De gecombineerde positie van beide pedalen bepaalt de hoek van de schroefmotoraandrijving.

  • Om vooruit te bewegen, kantelt u beide pedalen naar voren.
  • Om achteruit te bewegen, kantelt u beide pedalen naar achteren.


Wanneer u de trollingmotor gebruikt om uw kajak achteruit te laten varen, kan de kajak onverwachts sturen, doordat de romp de motorkracht belemmert. U moet alert blijven en u bewust zijn van uw omgeving wanneer u de motor gebruikt om uw kajak achteruit te laten bewegen, om mogelijk persoonlijk letsel of schade aan het product als gevolg van een accidentele aanvaring te voorkomen.

  • Om naar links te draaien, kantelt u het rechterpedaal naar voren terwijl u het linkerpedaal in de neutrale positie houdt.
    De voorkant van de schroefmotoraandrijving draait naar rechts, waardoor de kajak naar links draait.
    Naar links draaien
  • Om naar rechts te draaien, kantelt u het linkerpedaal naar voren terwijl u het rechterpedaal in de neutrale positie houdt.
    De voorkant van de schroefmotoraandrijving draait naar links, waardoor de kajak naar rechts draait.
  • Om uw kajak in een scherpere hoek te draaien, kantelt u een pedaal naar voren terwijl u het andere pedaal naar achteren kantelt.
    De voorkant van de schroefmotoraandrijving draait tot 90 graden, afhankelijk van de relatieve hoek van elk pedaal.
    OPMERKING: Bij stuurhoeken groter dan 45 graden wordt de schroefsnelheid automatisch beperkt om turbulentie te verminderen.

U kunt de respons van het rechter- en linkerpedaal omkeren om in plaats daarvan het sturen met een kabelgestuurd roer te simuleren (De stuurrespons omkeren).

De stuurrespons omkeren
Standaard emuleren de Power Steer voetpedalen differentieel sturen, zoals dat van een zero-turn grasmaaier. U kunt de respons van het rechter- en linkerpedaal omkeren om in plaats daarvan het sturen met een kabelgestuurd roer te simuleren.

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Trolling Motor > Steering Mode (Stuurmodus).
  2. Selecteer Rudder (Roer).

U kunt Zero-Turn selecteren om terug te keren naar de standaard stuurmodus.

De voetpedaalhendels gebruiken

U kunt de hendels op elk van de voetpedalen gebruiken om automatische pilootmodi te activeren.

  • Om Heading Hold (Koers vasthouden) in of uit te schakelen, drukt u op de hendel op het linkerpedaal.
  • Om Anchor Lock (Ankervergrendeling) in of uit te schakelen, drukt u op de hendel op het rechterpedaal.

De functie van de voetpedaalhendels wijzigen

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Trolling Motor > Programmable Keys (Programmeerbare toetsen).
  2. Selecteer een optie:
    • Als u de hendel op het rechterpedaal wilt configureren, selecteert u Right Pedal (Rechterpedaal).
    • Als u de hendel op het linkerpedaal wilt configureren, selecteert u Left Pedal (Linkerpedaal).
  3. Selecteer een optie:
    • Als u de voetpedaalhendel wilt uitschakelen, selecteert u None (Geen).
    • Om Ankervergrendeling in of uit te schakelen wanneer u op de pedaalhendel drukt, selecteert u Anchor Lock (Ankervergrendeling).
    • Om Koers vasthouden in of uit te schakelen wanneer u op de pedaalhendel drukt, selecteert u Heading Hold (Koers vasthouden).
    • Als u een waypoint op uw huidige locatie wilt markeren wanneer u op de pedaalhendel drukt, selecteert u Mark Waypoint (Waypoint markeren).

De voetpedalen koppelen

Als de voetpedalen bij de trollingmotor zijn geleverd, zijn ze in de fabriek gekoppeld aan de trollingmotor. Volg deze stappen om een nieuwe set voetpedalen te koppelen.
U moet elk pedaal afzonderlijk koppelen.

  1. Zorg ervoor dat de trollingmotor is ingeschakeld.
  2. Druk op de trollingmotor drie keer op om de koppelingsmodus te openen.
    De LED-indicator knippert blauw terwijl er naar een verbinding wordt gezocht.
  3. Breng een voetpedaal binnen 1 m van de trollingmotor.
  4. Duw drie keer op de hendel op het voetpedaal.
    Het LED-indicatielampje op het voetpedaal knippert blauw terwijl er naar een verbinding wordt gezocht en wordt groen wanneer de verbinding tot stand is gebracht.
  5. Herhaal stap 2 tot en met 4 om het andere voetpedaal te koppelen.

TIP: Als test knippert het LED-indicatielampje groen wanneer u op de pedaalhendel drukt om aan te geven dat het pedaal aan de motor is gekoppeld, of knippert het rood om aan te geven dat het niet is gekoppeld.

Batterijen plaatsen in de voetpedalen

Elk voetpedaal werkt op twee AA-batterijen (niet meegeleverd). Gebruik lithiumbatterijen voor het beste resultaat.
TIP: U kunt twee keer op de pedaalhendel drukken om het niveau te testen. Het LED-indicatielampje op het pedaal wordt groen, geel of rood om het algemene batterijniveau aan te geven.

  1. Draai op een voetpedaal de D-ring tegen de klok in en trek omhoog om de klep te verwijderen.
  2. Plaats twee AA-batterijen, let op de polariteit.
  3. Plaats de batterijklep terug en draai de D-ring met de klok mee.
  4. Herhaal deze stappen voor het andere pedaal.

Status-LED

De LED op elk Power Steer voetpedaal licht op om de status van het pedaal aan te geven.

Groen Het voetpedaal is verbonden met de trollingmotor en een hendelopdracht is geactiveerd.
Blauw Het voetpedaal bevindt zich in de koppelingsmodus.
Wit Het voetpedaal is verbonden en is naar de neutrale positie verplaatst.
Paars Het voetpedaal installeert een software-update.
LET OP
U mag de stroomtoevoer naar het voetpedaal niet onderbreken wanneer de software wordt bijgewerkt, omdat dit het pedaal kan beschadigen.
Rood De voetpedaalhendel is geactiveerd, maar het pedaal is niet verbonden met de trollingmotor.

Verbinding maken met een mobiel toestel met de ActiveCaptain app

U kunt een mobiel toestel verbinden met de trollingmotor via de ActiveCaptain app. De app biedt een snelle en eenvoudige manier om met uw trollingmotor te communiceren en de toestelsoftware bij te werken.

  1. Selecteer op de afstandsbediening > Settings (Instellingen) > Trolling Motor > Wi-Fi > Mode (Modus) > ActiveCaptain > Setup (Instellen).
  2. Voer een naam en wachtwoord voor dit netwerk in.
  3. Installeer en open de ActiveCaptain app vanuit de app store op uw mobiele toestel.
  4. Houd het mobiele toestel in de buurt van de trollingmotor.
  5. Open vanuit de instellingen van uw mobiele toestel de Wi‑Fi-verbindingspagina en maak verbinding met de trollingmotor met behulp van de naam en het wachtwoord die u in de vorige stap hebt ingevoerd.

Verbinding maken met een kaartplotter

Op uw compatibele Garmin kaartplotter moet de nieuwste softwareversie zijn geïnstalleerd voordat u de trollingmotor kunt aansluiten.
U kunt de trollingmotor draadloos verbinden met een compatibele Garmin kaartplotter. Nadat u verbinding hebt gemaakt met een compatibele kaartplotter, kunt u de trollingmotor vanaf de kaartplotter bedienen.

  1. Schakel de kaartplotter en de trollingmotor in.
  2. Zorg ervoor dat de kaartplotter een draadloos netwerk host.
    OPMERKING: Als u meerdere kaartplotters hebt geïnstalleerd, is er maar één de host van het draadloze netwerk. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw kaartplotter voor meer informatie.
  3. Selecteer op de kaartplotter Settings (Instellingen) > Communications (Communicatie) > Wireless Devices (Draadloze toestellen) > Garmin Trolling Motor > Start.
  4. Druk op het scherm van de trollingmotor drie keer op om de koppelingsmodus te openen.
    Het LED-indicatielampje op de trollingmotor licht blauw op terwijl er naar een verbinding met de kaartplotter wordt gezocht en wordt groen wanneer de verbinding tot stand is gebracht.
    Er verschijnt een bevestigingsbericht op de kaartplotter wanneer de verbinding tot stand is gebracht.
  5. Nadat de kaartplotter en de trollingmotor succesvol verbinding hebben gemaakt, schakelt u de trollingmotorbalk op de kaartplotter in om de motor te bedienen.
    Raadpleeg de nieuwste versie van de gebruikershandleiding van uw kaartplotter voor volledige bedieningsinstructies.

Verbinding maken met een Garmin Watch

U kunt de trollingmotor draadloos verbinden met een compatibele Garmin watch en de trollingmotor bedienen met de Trolling Motor app op de watch.
De eerste keer dat u de trollingmotor met uw watch verbindt, moet u de watch en de motor koppelen. Nadat ze zijn gekoppeld, maakt de watch automatisch verbinding met de motor wanneer de motor is ingeschakeld en binnen bereik is.

  1. Zorg ervoor dat de trollingmotor is ingeschakeld en dat er een afstandsbediening op is aangesloten.
  2. Houd uw compatibele Garmin watch binnen 3 m van de trollingmotor.
  3. Houd op de watch MENU ingedrukt.
  4. Selecteer Sensors & Accessories (Sensoren en accessoires) > Add New (Nieuwe toevoegen) > Trolling Motor.
  5. Druk op het scherm van de trollingmotor drie keer op om de koppelingsmodus te openen.
    op het scherm van de trollingmotor is continu blauw terwijl er naar een verbinding wordt gezocht en wordt continu groen wanneer de verbinding tot stand is gebracht.
  6. Bevestig de koppelingscode die op de watch en op de aangesloten afstandsbediening wordt weergegeven.

U kunt op START drukken en Trolling Motor (Trollingmotor) selecteren in de lijst met activiteiten en apps om de trollingmotorbediening te openen.

Software-updates

U kunt naar garmin.com/support/software/marine/ gaan voor informatie over de nieuwste software-updates voor uw Garmin maritieme toestellen.

Onderhoudsbehoeften en -schema

LET OP
Na gebruik van de motor in zout water of brak water, moet u de gehele motor afspoelen met zoet water en een watergedragen siliconenspray aanbrengen met een zachte doek. Vermijd het spuiten van waterstralen op de motor, om te voorkomen dat er water binnendringt, wat kan leiden tot schade aan het product.

Om uw garantie te behouden, moet u routineonderhoud uitvoeren om uw motor klaar te maken voor het seizoen.

Voor de Force Current trollingmotor:

  • Controleer het uiteinde van het trekkoord onder de montagevergrendeling en knoop indien nodig een nieuwe stopperknoop.
  • Controleer de beweging van de montagevergrendeling. Als deze niet soepel terugveert, reinig en smeer dan de montagevergrendeling.
  • Controleer het uiteinde van het trekkoord in het trekhandvat en knoop indien nodig een nieuwe stopperknoop.
  • Controleer de koordkatrollen in de motorsteun en in de kikker en zorg ervoor dat ze vrij kunnen draaien. Reinig of vervang beschadigde onderdelen indien nodig.
  • Controleer het trekhandvat en vervang het als er scheuren of andere tekenen van slijtage zijn.
  • Controleer de gehele lengte van het trekkoord op rafelen of andere tekenen van slijtage. Vervang het indien nodig.
  • Controleer de padogen en de kikker. Draai de bevestigingsschroeven indien nodig aan. Vervang de padogen en de kikker als er scheuren of andere tekenen van slijtage op zitten.
  • Controleer de schroeven waarmee de steun aan de kajak is bevestigd. Draai ze indien nodig aan of vervang ze.
  • Controleer het montageoppervlak rond de steun. Als er tekenen van slijtage zijn, overweeg dan om het montageoppervlak te versterken en de steun opnieuw te installeren.
  • Controleer de motorsteun en vervang deze als er scheuren of andere tekenen van schade zijn.
  • Controleer de draaiknoppen van de motor en vervang ze als er scheuren of andere tekenen van schade zijn.
  • Controleer de gehele lengte van de voedingskabel op slijtage en vervang deze indien nodig.
  • Controleer de stekker van de voedingskabel op corrosie of verbogen contacten. Reinig of vervang de kabel indien nodig.
  • Controleer het afdekplaatje van de stekker op de motor om er zeker van te zijn dat het correct past om de stekker te beschermen. Vervang het afdekplaatje indien nodig.
  • Controleer de anodes op de schroefmotor en vervang ze indien nodig (De offeranodes controleren).
  • Controleer de schroef om er zeker van te zijn dat de schroefmoer is aangedraaid tot 16,27 N-m (12 lbf-ft.).
  • Controleer de schroef op slijtage. Vervang deze indien nodig (De schroef vervangen,).

Voor de Power Steer-voetpedalen:

  • Controleer de schroeven waarmee de pedaalrails aan de kajak zijn bevestigd. Draai ze indien nodig aan.
  • Controleer het batterijcompartiment in de voetpedalen om er zeker van te zijn dat de batterijen niet zijn gescheurd. Reinig de batterijcontacten indien nodig.

U kunt de meest voorkomende vervangingsonderdelen en accessoires bestellen op garmin.com/accessories/force_current_trolling_motor. Zie de Field Service Manual voor service-instructies en informatie over andere vervangingsonderdelen.

Het trekkoord vervangen

Het trekkoord vervangen

  1. Snijd het versleten of beschadigde koord door en verwijder het van de motor en van het koordhandvat.
  2. Voer het ene uiteinde van het nieuwe koord door de metalen ontgrendelingspal in de steun .
  3. Knoop het uiteinde van het nieuwe koord onder de steun in een stopperknoop om te voorkomen dat het koord door de ontgrendelingspal wordt getrokken.
  4. Voer het koord omhoog door het oogje aan de voorkant van de motor .
  5. Geleid het koord omlaag en voer het door de draaibare katrol op de steun .
  6. Leid het koord door de padogen en de kikker.
  7. Installeer het koordhandvat op het nieuwe koord (Het koordhandvat installeren).

Het koordhandvat installeren

  1. Voer het uiteinde van het koord door de twee delen van het trekhandvat.
  2. Knip het koord af en laat voldoende speling over om er zeker van te zijn dat u het gemakkelijk kunt bereiken vanuit uw zitpositie in uw kajak.
    TIP: We raden aan het koord af te knippen tot ongeveer 20 cm (8 inch) vanaf de kikker, zodat het trekhandvat dicht bij de kikker blijft wanneer de motor in de uitgeschoven stand staat.
  3. Knoop een stopperknoop om het koord in het trekhandvat te binden.
  4. Knip indien nodig het uiteinde van het koord af en smelt het om rafelen te voorkomen.
  5. Klik de twee delen van het trekhandvat in elkaar.
    Het koordhandvat installeren

De offeranodes controleren

De offeranodes controleren

  1. Maak met een 9/16 inch (15 mm) dopmoersleutel de moer aan het uiteinde van de schroef los.
  2. Verwijder de schroef en zet de moer, de borgring en de vlakke ring opzij.
  3. Verwijder en onderzoek de schroefanode
  4. Verwijder en onderzoek de schroefmotoranode met een 3 mm inbussleutel .
  5. Selecteer een optie:
    • Als een van beide anodes half zo groot is als de oorspronkelijke grootte of groter, reinig deze dan met een staalborstel of schuurpapier.

LET OP
U moet de anode van de motor verwijderen voordat u deze met een staalborstel of schuurpapier reinigt. Het reinigen van de anode terwijl deze op de motor is geïnstalleerd, kan de motor beschadigen, corrosie versnellen en de levensduur van de motor verkorten.

  • Als de anode kleiner is dan de helft van de oorspronkelijke grootte, gooi de anode dan weg en koop een vervangende anode.

U kunt een set vervangende anodes kopen op garmin.com/accessories/force_current_trolling_motor.

LET OP
Wanneer u de schroef weer op de schroefmotor installeert, moet u de schroefmoer aandraaien tot 16,27 N-m (12 lbf-ft.) om deze goed vast te zetten.

Specificaties

Product

Gewicht Alleen motor: 10,1 kg
Met bevestiging en kabel: 12,6 kg
Bedrijfstemperatuur Van -5° tot 40°C
Opslagtemperatuur Van -40° tot 85°C
Waterbestendigheid Behuizing van stuursysteem: IEC 60529 IPX76
Behuizing van schroefmotoraandrijving: IEC 60529 IPX87
Veilige afstand kompas 91 cm
Lengte stroomkabel 165 cm
Ingangsspanning Van 12 tot 24 Vdc
Ingangsstroomsterkte 40 A continu
Stroomonderbreker (niet meegeleverd) 32 VDC of hoger, geschikt voor 40 A continu
OPMERKING: u kunt het systeem beschermen door een grotere stroomonderbreker te gebruiken, niet hoger dan 60 A, als u bij hoge temperaturen werkt of als u het circuit met andere apparaten deelt. U moet controleren of de bedrading van uw boot voldoet aan de normen voor scheepsbedrading bij gebruik van een grotere stroomonderbreker voordat u deze wijzigt.
Maximaal stroomverbruik 420 W @ 12 Vdc
768 W @ 24 Vdc
Draadloze frequentie en zendvermogen 2,4 GHz @ maximaal 19,0 dBm

6 Bestand tegen incidentele blootstelling aan water tot 1 meter gedurende maximaal 30 minuten.
7 Bestand tegen continue onderdompeling in water tot 3 meter diep.

Afmetingen
Productafmetingen - Deel 1
Productafmetingen - Deel 2
Productafmetingen - Deel 3

431 mm
29 mm
290 mm min.
422 mm max.
470 mm min.
602 mm max.
527 mm
185 mm
1005 mm
385 mm
112 mm

Power Steer-voetpedalen

De Power Steer-voetpedalen worden alleen meegeleverd met sommige modellen.

Gewicht (compleet systeem, inclusief rails) 3,08 kg
Bedrijfstemperatuur Van -5° tot 40°C
Opslagtemperatuur Van -40° tot 85°C
Waterbestendigheid IEC 60529 IPX78
Veilige afstand kompas 61 cm
Voeding 2 AA-batterijen per pedaal
Draadloze frequentie en zendvermogen 2,4 GHz @ maximaal 9,1 dBm

8 Bestand tegen incidentele blootstelling aan water tot 1 meter gedurende maximaal 30 minuten.

Afmetingen
Afmetingen Power Steer-voetpedalen - Deel 1
Afmetingen Power Steer-voetpedalen - Deel 2

394 mm
87 mm minimum (korte stabilisatiearm)
196 mm maximum (lange stabilisatiearm)
32 mm
141 mm
21 mm

Afstandsbediening

Afmetingen (B×H×D) 152 x 52 x 32 mm
Gewicht 109 g zonder batterijen
Materiaal Glasgevuld nylon
Type scherm In zonlicht afleesbaar, transflecterend memory-in-pixel (MIP)
Schermresolutie R240 x 240 pixels
Schermgrootte (diameter) 30,2 mm
Bedrijfstemperatuur Van -15° tot 55°C
Opslagtemperatuur Van -40° tot 85°C
Batterijtype 2 AA (niet meegeleverd)
Levensduur batterij 240 uur, normaal gebruik
Radiofrequentie 2,4 GHz @ 10,0 dBm nominaal
Waterbestendigheid IEC 60529 IPX79
Veilige afstand kompas 15 cm

9 Bestand tegen incidentele blootstelling aan water tot 1 m gedurende maximaal 30 minuten.

MOB-tag

Gewicht 21,635 g (zwart model)
21,222 g (wit model)
Batterijtype CR2032 lithium knoopcel
Bedrijfstemperatuur Van −15° tot 60°C
Veilige afstand kompas 5 cm
Waterbestendigheid IEC 60529 IPX8 (5 ATM)10
Draadloze frequentie en zendvermogen 2,4 GHz @ +8 dBm nominaal

10 Bestand tegen incidentele blootstelling aan water tot 50 m gedurende maximaal 30 minuten. Ga voor meer informatie naar garmin.com/waterrating

Belangrijke informatie


Raadpleeg de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de productverpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
U moet de trollingmotor van de kajak verwijderen voordat u de kajak vervoert. Het vervoeren van de kajak met de trollingmotor op de steun kan leiden tot een ongeluk met ernstig persoonlijk letsel en materiële schade tot gevolg.
Laat de motor niet draaien als de schroef zich buiten het water bevindt. Contact met de draaiende schroef kan ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik de motor niet in gebieden waar u of andere personen in het water in contact kunnen komen met de draaiende schroef, wat ernstig letsel kan veroorzaken.
Wees voorzichtig bij het bedienen van de trollingmotor in de buurt van gevaren in het water, zoals bomen, ondiepe rotsen, dokken, palen en andere boten.
Koppel de motor altijd los van de batterij voordat u de schroef, de schroefmotoraandrijving, elektrische aansluitingen of elektronische behuizingen hanteert of eraan werkt om ernstig letsel of overlijden te voorkomen.
Neem altijd een peddel mee op uw kajak, om te voorkomen dat u op het water strandt in het geval van een onverwachte stroomstoring of een ander probleem dat het gebruik van de trollingmotor verhindert.


Wanneer u de trollingmotor gebruikt om uw kajak achteruit te laten varen, kan de kajak onverwachts sturen, omdat de romp de motorkracht hindert. U moet alert blijven en op de hoogte zijn van uw omgeving wanneer u de motor gebruikt om uw kajak achteruit te bewegen, om mogelijk persoonlijk letsel of schade aan het product veroorzaakt door een accidentele botsing te voorkomen. Gebruik bij het vervoeren van de trollingmotor altijd de handgreep aan de achterkant van de behuizing van het stuursysteem en let op de schroefmotoraandrijving en de schroef om mogelijk persoonlijk letsel of materiële schade te voorkomen.
U moet ervoor zorgen dat de motor in de opgeborgen positie staat voordat u de kajak in- of uitstapt. Het per ongeluk besturen van de kajak tijdens het in- of uitstappen kan leiden tot persoonlijk letsel of schade aan eigendommen.

KENNISGEVING
U dient de Force Current-trollingmotor met de high-efficiency schroef alleen in open water te gebruiken. Bij gebruik van de high-efficiency schroef in ondiep water bestaat een verhoogd risico op beschadiging van de schroef als de motor in aanraking komt met een obstakel onder water.

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Garmin FORCE Serie Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave