6.2.4 De centrale terugbrengen naar standaardinstellingen
Elke module kan men naar de standaardinstellingen terugbrengen. Het is raadzaam
de module terug te brengen naar de standaardinstellingen voordat u begint met het
programmeren van de module.
1.
Ga met de
modulemenu en druk OK. In dit geval moet u Centrale>Default instellingen
selecteren om de standaardinstellingen van de centrale te herstellen.
2.
Op het LCD-scherm verschijnt een bevestigingsbericht. Druk OK om de
standaardinstellingen te accepteren.
3.
De zoemer van het bediendeel piept eenmaal om de reset te bevestigen.
6.2.5 De landcode instellen
De centrale wordt geleverd met software die verschillende standaardinstellingen per land
bevat. Wanneer u een landcode verandert of selecteert, wordt de centrale geconfigureerd
met de overeenkomstige standaardwaarden.
1.
Ga met de
2.
Blader door de landen en druk OK om het juiste land te selecteren. Voor een lijst
van standaardlandcodes, zie Tabel 1 op pagina 6.
6.3
Het systeem configureren
6.3.1 Bediendelen configureren
U stelt de bediendeelopties in voor het huidige bediendeel. U kunt deze instellingen naar
een ander bediendeel kopiëren. Het bediendeelnummer en het gebiednummer worden
NIET gekopieerd.
1.
Ga met de
2.
Blader door de configureerbare opties om het bediendeel in te stellen. Druk OK om
een optie te wijzigen.
3.
Ga met de
4.
Als u de instellingen van het huidige bediendeel wilt kopiëren naar één ander
bediendeel, selecteert u Naar één bediendeel en kiest u het gebiednummer.
5.
Ga naar het bediendeel waarnaar u de instellingen wilt kopiëren en druk OK. In dit
geval selecteert u Bediendeel 2 en u drukt OK om de instellingen van bediendeel
1 naar bediendeel 2 te kopiëren.
6.
Als u de instellingen naar alle andere bediendelen wilt kopiëren, selecteert u
Naar alle bediendelen. Druk OK om de instellingen te kopiëren.
6.3.2 Zones configureren
U kunt een zone programmeren volgens één van de 20 verschillende zonetypes.
1.
Ga met de
2.
Een lijst met alle zones wordt getoond. Selecteer de zonegroep, druk OK en
en vervolgens het nummer van de zone die u wilt configureren en druk OK.
3.
Ga naar Zonetype en druk OK.
4.
Selecteer het gewenste zonetype en druk OK.
• In dit geval selecteert u Zone 1>Zonetype en u drukt OK. Kies In/Uitloop en
CS5500 Programmeerhandleiding
toetsen naar de menu-optie Default instellingen in het betreffende
toetsen naar Landcode en druk OK. Het huidige land wordt getoond.
toetsen naar Dit bediendeel>Bediendeel opties en druk OK.
toetsen naar Kopieer bediendeel en druk OK.
toetsen naar Centrale>Ingangen>Zones en druk OK.
druk OK.
29