INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING
Afdrukken via de IPP-functie
Het apparaat kan niet afdrukken via de IPP-functie. Als het apparaat zich op een externe locatie bevindt, kan deze functie worden
gebruikt in plaats van de faxfunctie om een hogere beeldkwaliteit dan een faxkwaliteit af te drukken. Als u de IPP-functie wilt
gebruiken, volgt u deze stappen om het PPD-bestand te selecteren als u het printerstuurprogramma configureert.
v10.4.11, v10.5 - 10.5.8, v10.6 - 10.6.4
(1) Klik op het pictogram [IP-printer].
Als u Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 of v10.6 gebruikt
tot 10.6.4, klik op het pictogram [IP].
(2) Selecteer [Internet Printing Protocol] in
"Protocol". Voer het adres van het apparaat in (IP-adres
of domeinnaam) en de naam van de wachtrij.
Voer "ipp" in bij "Wachtrij".
(3) Selecteer [Sharp] in "Druk af via" en klik op het
PPD-bestand van uw model.
Als u Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 gebruikt, of v10.6 tot
10.6.4, selecteert u [Selecteer besturingsbestand] (of
[Selecteer printersoftware]) in "Druk af via" en klikt u op
het PPD-bestand voor uw model.
(4) Klik op de knop [Voeg toe].
Het scherm "Installeerbare opties" verschijnt nu. Let
erop dat de instellingen correct zijn en klik op [Ga door].
v10.2.8, v10.3.9
(1)
(2)
(3)
(4)
(1) Selecteer [Afdrukken via IP].
(2) Selecteer [Internet Printing Protocol] in "Printertype".
Voer het adres van het apparaat in (IP-adres of
domeinnaam) en de "Naam wachtrij".
• Als u Mac OS X v10.2.8 gebruikt, voert u het adres
van het apparaat in (IP-adres of domeinnaam) in
"Printeradres".
• Voer "ipp" in bij "Naam wachtrij".
(3) Selecteer [Sharp] in "Printermodel" en klik op het
PPD-bestand van uw model.
(4) Klik op de knop [Voeg toe].
- 22 -
(1)
(2)
(3)
(4)