GEBRUIK VAN DE CAMERA
Druk de cameraschakelaar in om de camera in te schakelen. De indicaties op het LCD-venster
verschijnen.
Wordt de camera langer dan 3 minuten niet gebruikt, dan schakelt deze zichzelf uit.
Richt de camera, terwijl u door de zoeker kijkt, op het onderwerp en druk op de zoomknop.
Zet de zoomknop in de stand " " (Tele) om de lens uit te schuiven en in de stand " " (Wide) om de
lens terug te schuiven.
Tijdens het zoomen verschijnen in het LCD-venster achtereenvolgens de volgende
brandpuntsafstanden: 38, 45, 55, 60, 70, 80, 90, 100, 110, 120 mm.
OPMERKINGEN
De flitser komt naar buiten als de camera wordt ingeschakeld. Overbelast de flitser niet om te voorkomen
dat deze afbreekt.
Als de camera wordt uitgeschakeld, schuift de flitser terug in de behuizing van de camera.
[ 13 ]