Figuur 83
1. Wethendel
6.
Zet de wethendel in de achteruitstand (R)
(Figuur
83).
GEVAAR
Bewegende maai-eenheden aanraken
kan lichamelijke letsels veroorzaken.
Om lichamelijk letsel te voorkomen, dient
u buiten het bereik van de maaidekken te
zijn voordat u verdere werkzaamheden
uitvoert.
7.
Zet de maai-/hefhendel in de M
zet de activerings-/blokkeringsschakelaar op
B
. Zet de maai-/hefhendel naar voren
LOKKEREN
om de gewenste maai-eenheden te beginnen
wetten.
8.
Breng de wetpasta aan met een borstel met
lange steel. Gebruik nooit een borstel met een
korte steel.
9.
Als de maai-eenheden blijven vastzitten of
instabiel worden tijdens het wetten, moet u het
toerental van de messenkooien verhogen totdat
de snelheid stabiliseert. Zet daarna het toerental
weer op stand 1 of de gewenste snelheid.
10.
Als u de maai-eenheden tijdens het wetten wilt
afstellen, schakelt u de maai-eenheden uit door
de maai-/hefhendel naar achteren te bewegen;
zet de activerings-/blokkeringsschakelaar op
B
en zet de motor af. Na de afstelling
LOKKEREN
herhaalt u
stappen5
11.
Herhaal deze procedure bij alle maaidekken die
u wilt wetten.
2. Knop voor de
toerentalregeling van
de messenkooien
en
AAISTAND
tot en met 9.
12.
Als u klaar bent met wetten, moet u de
wethendel terug in de
vloerpaneel laten zakken en alle wetpasta
van de maai-eenheden wassen. Stel indien
nodig het contact tussen de messenkooi en het
ondermes af. Zet de toerentalregeling van de
messenkooien in de gewenste maaistand.
Belangrijk:
wetten niet in de maaistand (F) wordt gezet,
zullen de maaidekken niet omhoog komen of
naar behoren werken.
Opmerking:
u de voorkant van het ondermes bijvijlen als u
klaar bent met wetten. Hiermee verwijdert u
bramen of ruwe randen die kunnen zijn ontstaan
op de snijrand.
g020248
58
zetten, het
MAAISTAND
Als de wetschakelaar na het
Voor een betere snijrand moet