Onderhoud
brandstofsysteem
GEVAAR
In bepaalde omstandigheden zijn brandstof
en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en
explosief. Brand of explosie van brandstof
kan brandwonden of materiële schade
veroorzaken.
• Vul de brandstoftank in de open lucht
wanneer de motor koud is en uit staat.
Eventueel gemorste brandstof opnemen.
• Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul
de brandstoftank tot 25 mm vanaf de
bovenkant van de tank, niet de vulbuis. Dit
geeft de brandstof in de tank ruimte om uit
te zetten.
• Rook nooit wanneer u met brandstof bezig
bent en houd de brandstof weg van open
vlammen of vonken.
• Bewaar de brandstof in schone, veilige en
goedgekeurde containers en zorg ervoor
dat de dop op zijn plaats blijft.
Brandstoffilter vervangen
Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren/Jaar-
lijks (houd hierbij de kortste periode
aan)
Belangrijk:
Na verwijdering mag u nooit een vuil
filter opnieuw aan de brandstofslang monteren.
1.
Laat de motor afkoelen.
2.
Sluit de brandstofklep
Figuur 52
1. Brandstoffilter
(Figuur
52).
g010059
2. Brandstofafsluitklep
3.
Druk de uiteinden van de slangklemmen naar
elkaar toe en schuif ze weg van het filter
52).
4.
Trek het filter uit de brandstofslangen.
5.
Monteer een nieuw filter en schuif de
slangklemmen terug tot dicht bij het filter
52).
6.
Neem eventueel gemorste brandstof op.
7.
Open de brandstofafsluitklep
Brandstof aftappen uit de
brandstoftank
GEVAAR
In bepaalde omstandigheden is brandstof
uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand
of explosie van brandstof kan brandwonden
bij u of anderen en materiële schade
veroorzaken.
• Tap de brandstof af uit de brandstoftank
wanneer de motor koud is. Doe dit buiten
op een open terrein. Eventueel gemorste
brandstof opnemen.
• Rook nooit als u benzine aftapt en blijf
uit de buurt van open vuur of als de kans
bestaat dat benzinedampen door een vonk
kunnen ontbranden.
1.
Plaats de machine op een horizontaal oppervlak,
zet de motor af, stel de parkeerrem in werking
en verwijder het sleuteltje.
2.
Sluit de brandstofklep
3.
Maak de slangklem op het brandstoffilter los en
schuif deze over de brandstofslang weg van het
brandstoffilter
4.
Trek de brandstofslang van het brandstoffilter
(Figuur
52). Open de brandstofafsluitklep en laat
de benzine in een benzinevat of een opvangbak
lopen.
Opmerking:
dit een uitstekend moment om het brandstoffilter
te vervangen.
5.
Plaats de brandstofslang op het filter. Schuif
de slangklem dicht op het filter om de
brandstofslang vast te zetten
40
(Figuur
(Figuur
52).
(Figuur
52).
Omdat de tank nu toch leeg is, is
(Figuur
(Figuur
(Figuur
52).
52).