Symboolverklaring
Sym-
Betekenis
bool
Afsluiter
Terugslagklep
Mengklep
Shunt-/regelafsluiter
Overstortventiel
Temperatuurvoeler
Circulatiepomp
Radiatorsysteem
Huishoud-warmtapwater
Vloerverwarmingssystemen
Koud en warm water
Koud en warm water aansluiten
Er moet ook een mengklep worden geïnstalleerd als
■
de fabrieksinstelling voor het warmtapwater wordt
gewijzigd. Houd rekening met lokale wet- en regelge-
ving.
De instelling voor warmtapwater wordt verricht in
■
menu 5.1.1 (pagina 38).
Het overstortventiel mag een openingsdruk hebben
■
van max. 1,0 MPa (10,0 bar) en moet op de inkomende
leiding voor water voor huishoudelijk gebruik worden
gemonteerd, zie tekening. De overloopleiding moet
over de hele lengte vanaf de veiligheidskleppen om-
laag lopen om waterzakken te voorkomen. Bovendien
moet de leiding vorstvrij zijn aangelegd. De uitlaat
moet zijn geopend naar de atmosfeer. Er kan water
uit de overloopleiding lopen.
NIBE F730
XL4
XL3
Afgiftesysteem
Aansluiten van het afgiftesysteem
Een afgiftesysteem is een systeem dat het binnencomfort
regelt met behulp van het regelsysteem in de F730 en
bijvoorbeeld radiatoren, vloerverwarming/koeling, ven-
tilatiespiralen enz.
Het overstortventiel moet een openingsdruk hebben
■
van maximaal 0,25 MPa (2,5 bar) en moet op de retour-
leiding van het afgiftesysteem worden gemonteerd.
Zie de tekening. De afvoerleiding moet over de hele
lengte vanaf de overstortventielen omlaag lopen om
waterzakken te voorkomen. Bovendien moet de leiding
vorstvrij zijn aangelegd.
Bij aansluiting op een systeem met thermostaatkranen
■
op alle radiatoren moet er een bypass worden gemon-
teerd of er moet een aantal thermostaatkranen wor-
den verwijderd om voldoende doorstroming te waar-
borgen.
XL2
XL1
LET OP!
De veiligheidskleppen moeten regelmatig wor-
den "geactiveerd", op zijn minst vier keer per
jaar.
Hoofdstuk 4 |
Leiding- en ontluchtaansluitingen
13