Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Garmin AIS 600 Instructies pagina 6

Inhoudsopgave
• Als de AIS 600 is aangesloten op een andere NMEA 0183-kaartplotter dan die van Garmin of helemaal niet op een kaartplotter is aangesloten, dient u een schakelaar te
installeren waarmee u het toestel kunt in- en uitschakelen.
◦ Sluit de gele draad van de AIS 600-voedings-/gegevenskabel aan op een aansluitpunt van een enkelpolige aan-uitschakelaar (niet meegeleverd) en verbindt het andere
aansluitpunt met het negatieve (-) aansluitpunt van de accu.
◦ Als u het circuit met de schakelaar sluit, wordt de AIS 600 ingeschakeld. Als u het circuit met de schakelaar opent, wordt de AIS 600 uitgeschakeld.
De GA 30 GpS-antenne installeren
U dient de meegeleverde GA 30 GPS-antenne volgens de onderstaande instructies te installeren en op de AIS 600 aan te sluiten. De AIS 600 verzendt alleen signalen als de
GA 30 op de juiste wijze is geïnstalleerd en satellietsignalen ontvangt.
De AIS 600 accepteert geen GPS-informatie van andere GPS-toestellen of antennes op het schip. De AIS 600 deelt geen GPS-informatie van de GA 30-antenne met andere
toestellen op het schip.
U kunt de GA 30-antenne op de bestaande constructie van het schip aanbrengen of op een daarvoor bestemde standaardpaal met een diameter van 1 inch en een schroefdraad
met 14 draden per inch (niet meegeleverd).
Kies een geschikte locatie op uw schip voor de GA 30-antenne. U krijgt de beste ontvangst als u de GA 30-antenne
bevestigt op een locatie die in alle richtingen vrij zicht heeft op de hemel.
• Bevestig de GA 30-antenne niet in de schaduw van het bovendek, een radome-antenne of een mast.
• Bevestig de gA 30-antenne minimaal 1 meter (3 voet) uit de buurt van (bij voorkeur erboven)
het pad van radarstralen of een VHF-antenna.
Bevestig de antenne tijdelijk op de gewenste locatie en test de werking. Als u te maken hebt met interferentie
van andere elektronica, probeer dan een andere locatie. Als de werking naar wens is, kunt u de antenne
definitief bevestigen.
De GA 30-antenne op de bestaande constructie van het schip aanbrengen
1. Gebruik de oppervlakmontagesteun als sjabloon als u de antenne op de bestaande constructie van het
schip wilt aanbrengen.
Markeer met een priem waar op het achterliggende oppervlak u de drie schroeven wilt aanbrengen.
Zoek met een pen of potlood naar het kabelgat in het midden van de beugel.
Leg de oppervlakmontagesteun opzij. Boor niet door de oppervlakmontagesteun heen.
2. Boor vier gaten van 3 mm (
/
inch) op de gemarkeerde locaties.
1
8
opmeRKING: als u de GA 30 op glasvezel bevestigt, wordt aanbevolen om in de bovenste
gellaag met een kleine verzinkboor een verdieping aan te brengen (maar niet er doorheen).
U voorkomt hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de schroeven strak worden
aangedraaid.
3. Gebruik een gatenzaag van 25 mm (1 inch) om het kabelgat in het midden te maken.
4. Plaats de afdichting onder de oppervlakmontagesteun. Zorg ervoor dat de schroefgaten zijn
uitgelijnd met elkaar.
5. Bevestig de oppervlakmontagesteun met de meegeleverde M4-schroeven op het oppervlak.
6. Leid de kabel door het kabelgat van 25 mm (1 inch) en sluit deze aan op de GA 30.
7. Zorg ervoor dat de grote rubberen pakking onder de GA 30-antenne is aangebracht, plaats
de antenne op de oppervlakmontagesteun
mee tot deze stevig vastzit
.
8. Bevestig de antenne met de meegeleverde M3-schroef aan de montagesteun
9. Leid de kabel uit de buurt van bronnen die elektronische interferentie kunnen veroorzaken en
sluit de kabel met de BNC-connector aan op de AIS 600.
6
en draai de antenne met de wijzers van de klok
.
Oppervlakmontagesteun
Montage-
oppervlak
Beter
EMI
Elektromagnetische interferentie (EMI)
van motoronderdelen
Hoog – beste keuze
Laag – OK
Radar
Afwegingen bij de plaatsing van de GA 30-antenne
AIS 600 – Instructies
Beste
Goed
1 m
(3 voet)
VHF-antenne
GA 30-
antenne
Rubberen
pakking
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave