PATRONEN BEWERKEN
c
Selecteer in welke richting u de patroongrootte wilt
wijzigen.
d
Wanneer u
en vervolgens op
wijzigen.
*
: Verlaag de dichtheid.
*
: Verhoog de dichtheid.
e
Druk op
.
Herhaalpatronen maken
Met de randfunctie kunt u herhaalpatronen maken. Ook kunt
u de ruimte tussen de patronen aanpassen.
a
Druk op
b
Selecteer de richting waarin het patroon zich herhaalt.
*
: Herhaal het bovenpatroon.
*
: Herhaal het onderpatroon.
*
: Verwijder het bovenpatroon.
*
: Verwijder het onderpatroon.
42
b
selecteert in stap
, drukt u op
om de draaddichtheid te
en vervolgens op
.
Verticaal
1 "Herhalen en wissen"-toetsen
2 Spatiëringtoetsen
3 Toets voor het annuleren van patroonherhaling
Horizontaal
1 "Herhalen en wissen"-toetsen
2 Spatiëringtoetsen
3 Toets voor het annuleren van patroonherhaling
c
Pas de spatiëring van het herhaalpatroon aan.
*
: Verbreed de spatiëring.
*
: Versmal de spatiëring.
d
Maak de herhaalpatronen af door stap
te voeren.
e
Druk op
.
1
2
3
1
2
3
b
c
t/m
uit