De volgende sleutelwoorden worden gebruikt in CLI om een specifieke controller
aan te geven:
■
■
Syntaxis van CLI-opdrachten
Zoals hierboven vermeld, worden CLI-opdrachten ingevoerd achter de
CLI-prompt. Bij opdrachten wordt geen onderscheid gemaakt tussen
hoofdletters en kleine letters en de opdrachten moeten volledig worden getypt.
CLI-opdrachtstrings bestaan uit de basisopdracht plus specifieke opdrachtopties,
waarvan een aantal verplicht en een aantal optioneel is.
De CLI ondersteunt geen regelvervolgtekens. Als niet alle tekens van een
opdracht op één regel van de CLI passen, laat u deze doorlopen op de volgende
regel op het scherm. De maximumlengte van een opdrachtregel is 255 tekens.
Voorbeeldopdracht
Deze voorbeeldopdracht bestaat uit drie delen: de basisopdracht plus
twee opdrachtopties.
Basisopdracht
De basisopdracht bevat een woord of woordgroep die dient als instructie aan de
controller. Opdrachten bevatten gewoonlijk een werkwoord met een zelfstandig
naamwoord. Elke CLI-opdracht moet beginnen met een basisopdracht.
Opdrachtopties
De definitie van een optie is een aantal woorden of woordgroepen die achter
de basisopdracht staan en de benodigde informatie verstrekken ter ondersteuning
van de opdracht.
Modular Smart Array 1000/1500 cs Command Line Interface Gebruikershandleiding
this_controller
om te verwijzen naar de controller waarmee de CLI is verbonden.
other_controller
om te verwijzen naar de andere controller in de MSA.
ADD UNIT 0 DATA="DISK101-DISK103" RAID_LEVEL=0
add unit
0
data="disk101-disk103"
raid_level=0
: Dit wordt opgenomen in de syntaxis van een opdracht
: Dit wordt opgenomen in de syntaxis van een opdracht
Overzicht en configuratie
13