FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
Voorvork afstellen
WAARSCHUWING
Geef beide vorkpoten steeds dezelfde
afstelling, anders kan slecht weggedrag
en verminderde rijstabiliteit het gevolg
zijn.
3
Deze voorvork is uitgerust met stelbouten
voor de veervoorspanning, stelschroeven
voor de uitgaande demping, stelbouten
voor de ingaande demping bij snelle inve-
ring en stelbouten voor de ingaande dem-
ping bij langzame invering.
LET OP
Probeer nooit voorbij de maximum- of
minimuminstellingen te draaien om
schade aan het mechanisme te voorko-
men.
Veervoorspanning
Draai om de veervoorspanning te verhogen
en zo de vering stugger te maken de stel-
bout op beide vorkpoten in de richting (a).
Draai om de veervoorspanning te verlagen
en zo de vering zachter te maken de stel-
bout op beide vorkpoten in de richting (b).
DAU38945
1
DWA10180
(a)
1. Stelbout veervoorspanning
Breng de gewenste groef op het stelmecha-
nisme in lijn met het bovenvlak van de voor-
vorkbus.
DCA10101
1. Huidige instelling
2. Voorvorkbus
1
(b)
Uitgaande demping
Draai om de uitgaande demping te verho-
gen en zo de vering stugger te maken de
stelschroef op beide vorkpoten in de richting
(a). Draai om de uitgaande demping te ver-
lagen en zo de vering zachter te maken de
stelschroef op beide vorkpoten in de richting
(b).
1
1. Stelschroef voor uitveerdemping
3-21
Afstelling veervoorspanning:
Minimum (zacht):
0
Standaard:
2
Maximum (hard):
5
1
(a)
(b)