PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
Motorolie en oliefilterpatroon
Vóór iedere rit moet het motorolieniveau
worden gecontroleerd. Verder moet de olie
worden ververst en de oliefilterpatroon wor-
den vervangen volgens de intervalperioden
vermeld in het periodieke smeer- en onder-
houdsschema.
Om het motorolieniveau te controleren
1. Zet de machine op een vlakke onder-
grond en houd deze rechtop. Wanneer
de machine iets schuin staat, kan het
niveau al foutief worden afgelezen.
2. Start de motor, laat deze een paar mi-
nuten warmdraaien en zet hem dan af.
3. Wacht een paar minuten om de olie tot
6
rust te laten komen.
4. Verwijder de peilstok en veeg deze
schoon. Steek de peilstok terug in de
olievulopening
(zonder
draaien) en verwijder dan opnieuw om
het olieniveau te controleren.
OPMERKING
Het motorolieniveau moet tussen de merk-
strepen voor minimum- en maximumniveau
staan.
DAU3899C
1. Motoroliepeilstok
2. Merkstreep maximumniveau
3. Merkstreep minimumniveau
5. Als de motorolie bij of beneden de
merkstreep
staat, verwijder dan de motorolie-
vuldop en vul voldoende olie van de
aanbevolen soort bij tot het correcte ni-
veau.
vast
te
1. Olievuldop
6. Steek de peilstok in en draai deze vast
Om de motorolie te verversen (met of
zonder vervanging van oliefilterpatroon)
1. Zet de machine op een vlakke onder-
2. Verwijder het stroomlijnpaneel A. (Zie
3. Start de motor, laat deze een paar mi-
4. Zet een olieopvangbak onder de motor
5. Verwijder de olievuldop en de olieaf-
voor
minimumniveau
1. Olieaftapplug
2. Pakking
6-14
en installeer dan de olievuldop en
draai vast.
grond.
pagina 6-9.)
nuten warmdraaien en zet hem dan af.
om de gebruikte olie op te vangen.
tapplug met de pakking om de olie uit
het carter te laten stromen.
2
1