Onderhoud
Afhankelijk van of het testen wordt uitge-
voerd met de doorspoelaansluiting (oorkap),
in een testtank of met de buitenboordmotor
in het water, kunnen de resultaten variëren.
1.
Start de motor en laat hem in z'n vrij vol-
ledig warmdraaien tot hij gelijkmatig
loopt.
2.
Controleer zodra de motor is opge-
warmd of de vrijloopsnelheid volgens
specificaties is ingesteld. Voor het vrij-
looptoerental, zie pagina 10. Raadpleeg
een Yamaha-dealer of een andere ge-
kwalificeerde mechanicus wanneer u
moeilijkheden ondervindt bij het contro-
leren van het vrijlooptoerental of het vrij-
looptoerental deze bijstelling vereist.
DMU29061
Motorolietank controleren op
aanwezigheid van water
Een doorschijnende waterafvoerslang is
aangesloten van de bodem van de olietank
naar de vulhals. Als er water of vreemde ma-
terialen in de slang terechtkomen, raadpleeg
dan een Yamaha-dealer.
1. Aftapslang
2. Vulhalszijde
DMU29114
Inspecteer bedrading en
aansluitstukken
Inspecteer dat elk aansluitstuk stevig is
●
67
2
1
ZMU03898
aangesloten.
Inspecteer dat elke massakabel stevig
●
vastzit.
DMU32112
Propeller controleren
DWM01881
WAARSCHUWING
U kan ernstig gewond raken wanneer de
motor per ongeluk start terwijl u zich in
de buurt van de propeller bevindt. Alvo-
rens de propeller te inspecteren, te de-
monteren of te installeren, dient u de
schakelinrichting in neutraal te zetten, de
hoofdschakelaar op "
de sleutel te verwijderen en de clip van de
motorstopschakelaar
Schakel de accuschakelaar uit als uw
boot daarmee uitgerust is.
Houd de propeller niet met uw hand vast
wanneer u de propellermoer los- of vast-
draait. Plaats een houten blok tussen de
anti-cavitatieplaat en de propeller om te be-
letten dat de propeller kan draaien.
ZMU03841
" (uit) te zetten,
te
verwijderen.