Werking
3.
Zorg ervoor dat u zich op een goed ge-
ventileerde plaats buiten bevindt, en dat
de boot stevig werd aangemeerd of ste-
vig op een aanhangwagen staat.
4.
Rook niet en blijf uit de buurt van vonken,
vlammen, statische ontladingen of ande-
re ontstekingsbronnen.
5.
Als u een draagbare container gebruikt
om brandstof te bewaren en in de motor
te gieten, gebruik dan uitsluitend een
plaatselijk goedgekeurde rode BENZI-
NEBUS.
6.
Raak met de tuit de vulopening of de
trechter aan om elektrostatische vonken
te voorkomen.
7.
Vul de brandstoftank, maar doe ze niet te
vol. De brandstof kan uitzetten en overlo-
pen wanneer de temperatuur stijgt.
Brandstoftankinhoud:
0.9 L (0.24 US gal, 0.20 Imp.gal)
8.
Draai de vuldop stevig vast.
9.
Veeg eventueel gemorste benzine on-
middellijk op met droge doeken. Werp die
doeken weg zoals het hoort. Overeen-
komstig de plaatselijk geldende wetten
en voorschriften.
DMU27451
De motor gebruiken
DMU31510
Brandstof toevoeren
DWM00420
WAARSCHUWING
Controleer alvorens te starten of de boot
G
stevig aangemeerd is en dat u niet be-
lemmerd wordt bij het sturen. Ga na of er
zich niemand in het water rondom u be-
vindt.
Als de ontluchtingsschroef wordt losge-
G
draaid, ontsnapt er benzinedamp. Benzi-
ne
is
erg
benzinedampen zijn ontvlambaar en
26
ontvlambaar
en
ontplofbaar. Rook niet en blijf uit de
buurt van open vlammen en vonken
wanneer u de ontluchtingsschroef open
draait.
Dit product produceert uitlaatgassen die
G
koolmonoxide bevatten, een kleur- en
geurloos gas dat hersenbeschadiging of
de dood kan veroorzaken wanneer het
wordt ingeademd. Symptomen zijn on-
dermeer misselijkheid, duizeligheid en
slaperigheid. Zorg dat de stuurhut en de
cabine goed verlucht zijn. Sluit de uit-
laatopeningen niet af.
1.
Draai de ontluchtingsschroef op de
brandstoftankdop één slag los.
2.
Open de brandstofkraan.