BASISSCHERM VAN KOPIEERFUNCTIE
Druk op de toets [KOPIE] op het bedieningspaneel om het basisscherm
van de kopieerfunctie te openen.
Selecteer de kopieerinstellingen in het basisscherm.
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
(6)
(7)
(8)
(1) [Origineel]-toets
Selecteer deze toets om het
origineelformaat handmatig in te voeren.
Nadat u het origineel hebt geplaatst,
selecteert u deze toets om het formaat
van het origineel in te stellen.
(2) [Papierformaat]-toets
Selecteer deze toets om het gebruikte
papier (lade) te wijzigen. De lade, het
papierformaat en het papiertype zullen
verschijnen. U kunt de afbeeldingen
van de laden in het scherm van het
papierformaat selecteren om hetzelfde
scherm te openen.
28
(9)
(11)
(10)
(3) [Belichting]-toets
Hier ziet u de huidige kopieerbelichting
en de instellingen voor de
belichtingsfunctie. Selecteer deze toets
om de belichting of de instelling voor
de belichtingsfunctie te wijzigen.
(4) [Kopieerfactor]-toets
Toont de huidige kopieerfactor.
Selecteer deze toets om de
kopieerfactor af te stellen.
(5) Toets [Kleurmodus]
Selecteer deze toets om de kleurmodus
te wijzigen.
(12)