Audioapparaat aansluiten
U kunt een externe microfoon, externe luidsprekers of een
hoofdtelefoon aansluiten. Bovendien kunt u, als u de
notebookcomputer aansluit op de poortreplicator, een
stereoapparaat aansluiten (zoals een cd-speler) of een apparaat
dat digitaal geluid accepteert (zoals een digitale audiorecorder).
Ä
VOORZICHTIG: De hoofdtelefoonconnector en de audio-ingang zijn
drievoudige stereoconnectoren. Deze zijn niet compatibel met
tweevoudige monoconnectoren. Als u een monoconnector op een van
deze connectoren aansluit, kunt u de notebookcomputer beschadigen.
»
Sluit de audiokabel aan op de juiste audiopoort op de
notebookcomputer of op de poortreplicator. Raadpleeg de
afbeelding die op uw notebookcomputer betrekking heeft om
na te gaan waar de audiopoorten zich bevinden.
✎
Als u een apparaat op de poort voor de hoofdtelefoon aansluit,
worden de ingebouwde luidsprekers automatisch uitgeschakeld.
Als u een apparaat aansluit op een audiopoort van de
notebookcomputer, wordt het apparaat dat op de overeenkomstige
poort op de poortreplicator is aangesloten, genegeerd.
Naslaggids
1
Externe-microfoonconnector (roze)
2
Audio-uitgang (hoofdtelefoon) (groen)
Externe opties
5–3