Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
SATEL
De DIP-switches 1-5 worden gebruikt voor het instellen van het module adres. Het adres
dient verschillend te zijn van de andere modules aangesloten op de uitbreiding bus. Het
adres is de som van de numerieke waardes die ingesteld worden met switches 1-5.
Switches 6-8 maken het mogelijk het aantal uitgangen te specificeren welke worden
toegevoegd aan het systeem. De numerieke waarde (zie Tabel 1) waartoe het aantal
gewenste uitgangen correspondeert (zie Tabel 2), moet worden ingesteld via de switches.
Opmerking: Een correcte identificatie door het alarmsysteem zal niet mogelijk zijn als het
aantal uitgangen, welke ingesteld worden met de switches, hoger is dan
beschikbaar zijn in het alarmsysteem. Om te bepalen hoeveel uitgangen
beschikbaar zijn in het systeem, trekt u de uitgangen van de hoofdprint en de
uitgangen van alle aangesloten uitbreidingen op het alarmsysteem af van het
maximum aantal uitgangen die ondersteund worden door het alarmsysteem.
Numerieke waarde
Aantal uitgangen
1 adres wordt toegewezen aan iedere groep van 8 uitgangen op de uitbreiding bus. De
module kan tot 8 adressen op de uitbreiding bus reserveren. Het alarmsysteem kent aan de
module opeenvolgende adressen toe na het instellen van het adres via de DIP-switches. Dit
dient onthouden te worden tijdens het ontwerpen van het systeem en er voor te zorgen dat er
voldoende vrije adressen beschikbaar zijn. Indien het aantal vrije adressen onvoldoende is, is
het onmogelijk om een juiste identificatie procedure uit te voeren.
Fig. 2. Voorbeelden van de DIP-switch schakelaar instelling.
A – adres: 5, aantal uitgangen: 8. B – adres: 22, aantal uitgangen: 32.

5 Installatie

Koppel de voeding los alvorens de elektrische aansluitingen te maken.
De uitbreiding is ontworpen voor installatie binnenshuis.
1. Bevestig de module print in de behuizing.
2. Gebruik DIP-switches 1-5 voor het instellen van het uitbreidingsadres en bepaal met DIP-
switches 6-8 het aantal uitgangen welke moeten worden toegevoegd aan het systeem.
3. Sluit de bekabeling aan op de CLK, DAT en COM aansluitingen en sluit deze aan op de
uitbreiding bus van het alarmsysteem (zie: installatiehandleiding voor het alarmsysteem).
Om een verbinding te maken wordt aanbevolen om gebruik te maken van on-
afgeschermde alarmkabel. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van twisted-pair type
kabel, dan mogen de CLK (clock) en DAT (data) signalen niet worden verzonden door
één getwist paar. Alle aders moeten in één kabel lopen.
INT-KNX-2
0
1
2
8
16
24
Tabel 2.
3
4
5
32
40
48
3
6
7
56
64
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave