Programmeren
2.1.3 Snel overzetten van
parameterinstellingen naar andere
frequentieomvormers
2
2
Wanneer de setup van een frequentieomvormer voltooid is,
kunt u de gegevens het beste opslaan in het LCP of op een
pc met behulp van de MCT 10 setup-software.
Gegevensopslag in LCP:
1.
Ga naar 0-50 LCP kopiëren
2.
Druk op de [OK]-toets.
3.
Selecteer 'Alles naar LCP'.
4.
Druk op de [OK]-toets.
Alle parameterinstellingen worden nu opgeslagen in het
LCP, wat wordt aangegeven in de voortgangsbalk. Druk op
[OK] als 100% is bereikt.
NB
Stop de motor vóór u deze handeling uitvoert.
U kunt het LCP nu aansluiten op een andere frequentieom-
vormer en de parameterinstellingen naar die
frequentieomvormer kopiëren.
14
FC 300 Programmeerhandleiding
®
MG.33.MA.10 – VLT
is een gedeponeerd handelsmerk van Danfoss
Gegevensoverdracht van LCP naar frequentieomvormer:
1.
Ga naar 0-50 LCP kopiëren
2.
Druk op de [OK]-toets.
3.
Selecteer 'Alles vanaf LCP'.
4.
Druk op de [OK]-toets.
De parameterinstellingen die in het LCP zijn opgeslagen
worden nu gekopieerd naar de frequentieomvormer, wat
wordt aangegeven in de voortgangsbalk. Druk op [OK] als
100% is bereikt.
NB
Stop de motor vóór u deze handeling uitvoert.
2.1.4 Displaymodus
Bij normaal bedrijf kunnen permanent maximaal 5
verschillende bedrijfsvariabelen worden aangegeven in het
middelste gedeelte: 1.1, 1.2 en 1.3, en ook 2 en 3.
2.1.5 Displaymodus – Uitleesstatus
selecteren
Schakelen tussen de drie verschillende uitlezingen via de
[Status]-toets.
In elk statusscherm worden de bedrijfsvariabelen met een
andere opmaak weergegeven – zie hierna.
De tabel toont de metingen die u kunt koppelen aan elk van
de bedrijfsvariabelen. Wanneer er opties zijn gemonteerd,
zijn er aanvullende metingen beschikbaar. Programmeer de
koppelingen via 0-20 Displayregel 1.1 klein, 0-21 Displayregel
1.2 klein, 0-22 Displayregel 1.3 klein, 0-23 Displayregel 2 groot
en 0-24 Displayregel 3 groot.
Elke uitleesparameter die is geselecteerd in 0-20 Displayregel
1.1 klein tot 0-24 Displayregel 3 groot wordt gekenmerkt door
een eigen schaal en aantal cijfers achter een eventueel
decimaalteken. Bij grotere numerieke waarden van een
parameter worden minder cijfers weergegeven achter het
decimaalteken.
Voorbeeld: Uitlezing stroom
5,25 A; 15,2 A 105 A.