Installatiehandleiding Let op: Dit product mag uitsluitend worden geïnstalleerd door een erkend elektrotechnicus of een vakkundige verwarmingsinstallateur conform de thans geldende IEEE- voorschriften voor bedrading. Technische specifi caties Omschrijving TP5001 (A) TP5001-RF TP5001M (A) Voeding 2 x AA/MN1500/LR 230V, ±15%, alkalinebatterijen 50Hz Geheugenback-up...
Installatie • Verwijder eerst de wandplaat van de achterzijde van de thermostaat. • Vanuit de linker bovenhoek van de wandplaat gezien, moet er t.b.v. het monteren van de inplugmodule een vrije ruimte van minstens 15mm rechts, 15mm links, 30mm boven en 100mm onder de thermostaat zijn.
Kabelaansluitingen Bedrading - TP5001 Uitgangsaansluitingen, alle vast bedrade modellen M-modellen 230V S1 S2 Externe voeler (uitsluitend bij de A-modellen) Belasting verwarming Batterijen plaatsen Let bij het plaatsen van de batterijen op de juiste polariteit zoals aangegeven in het batterijen compartiment. Belangrijk: Druk na het plaatsen van de batterijen eenmaal op de RESET knop om de unit te starten.
2) begrenzingssensor, bijvoorbeeld vloertemperatuursensor (als accessoire verkrijgbaar). 3) raamcontacten, cardlezercontacten of teleschakelcontacten. Geavanceerde Programmering door Installateur voor instelinstructies. Modellen met aansluitingen voor externe sensoren Het aansluitblok voor externe bediening/ sensoren zit op de printplaat boven het batterijcompartiment. Aansluitingen voor afstandsbediening S1/D S1/D S1/D...
BELANGRIJK - Om er zeker van te zijn dat de fabrieks- programma’s ingesteld zijn en dat de microprocessor goed functioneert dient de RESET knop, voordat u begint met inbedrijfstellen of programmeren, met een niet metalen voorwerp ingedrukt te worden tot het uitleesvenster blanco wordt. Inbedrijfstelling (alleen RF-modellen) Als de thermostaat en de ontvanger samen als een gecombineerd pakket zijn geleverd, zijn zij in de fabriek reeds op elkaar...
Geavanceerde Programmering door Installateur De TP5001 heeft een aantal geavanceerde mogelijkheden die door de gebruiker kunnen worden ingesteld. Dit kan door inschakeling van de functie Geavanceerde Programmering door Gebruiker. Zie Geavanceerde Programmering door Gebruiker in de Instructies voor gebruik. Geavanceerde Programmering door Installateur...
d) Terugkeren naar normaal bedrijf (RUN) - Houd de knop PROG ingedrukt tot de dubbele punt (:) in het uitleesvenster knippert. Optie 30 - Bovengrens van temperatuurbereik instellen Hiermee kan de bovengrens van het instellingsbereik van de thermostaat elektronisch worden begrensd. Druk op + tot Optie 30 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ...
Optie 34 - Aan/uit schakeling of chronoproportionele cyclus instellen Hiermee thermostaat chronoproportionele cyclus worden ingesteld, desgewenst aan/uit schakeling worden ingesteld. Druk op + tot Optie 34 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. Aan/Uit 3 cycli per uur 6 cycli per uur (fabrieksinstelling)
Pagina 59
Optie 37 - Duur van tijdelijke aanpassing instellen (optie 36 ingesteld op 1 of 2) Hiermee wordt de duur van een door de gebruiker ingevoerde tussentijdse temperatuuraanpassing vastgesteld. Druk op + tot Optie 37 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen.
Optie 41 - programma keuze Hiermee wordt gekozen tussen een 5/2 dagen of een 24-uurs programma. Druk op de + toets tot optie 41 in het display verschijnt, gebruik de Λ of V toets om de instelling te selecteren. 5/2 (fabrieksinstelling) 24 uur Optie 70 - Toetsblokkering Hiermee wordt vastgesteld in hoeverre de...
Pagina 61
Optie 72 - Referentienummer eigenaarlocatie Hiermee kunnen eigenaars van meerdere locaties een locatienummer in de thermostaat opslaan. Druk op + tot Optie 72 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. Elke waarde tussen 00 en 99 kan worden ingevoerd Instelling De fabrieksinstelling is 00 Optie 73 - Thermostaatreferentienummer eigenaar...
Optie 90 - Type externe sensor defi niëren, alleen “A”-modellen Hiermee kan het type externe-sensorinvoer worden gedefi nieerd. Druk op + tot Optie 90 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. Instelling 0 Geen externe sensor gemonteerd Instelling 1 Externe kamer- of leidingsensor gemonteerd, interne sensor uitgeschakeld (Fabrieksinstelling) Instelling 2 Externe begrenzingssensor gemonteerd, zie Optie 93 om...