5
Instelling van de functies
OPMERKING
Beschadiging van de installatie door ondeskundige montage!
▶ Controleer alle aansluitingen en de trekontlasting voordat u het cv-
toestel op de voedingsspanning aansluit.
Alle instellingen op de sturing van het cv-toestel moeten in overeenstem-
ming zijn met de inbouw- en onderhoudsinstructies of de gebruiksin-
structie van het cv-toestel Tronic Heat 3500, Logamax E156.
5.1
Aanvullende sensor 2
Deze sensor kan worden gebruikt om de temperatuur op het keteldisplay
op de sensorlocatie of voor de MINT-minimumtemperatuurfunctie weer
te geven. Deze functie kan ook worden geactiveerd voor de externe
SEN2-sensor van de ketel. De twee functies werken dan samen.
Parameter Beschrijving
SE44
Aanvullende sensor 2
• Temperatuurdisplay
• Minimumtemperatuur
Tabel 3 De parameters instellen van de aanvullende sensor 2
5.2
Weersafhankelijke regeling
De weersafhankelijke regeling stelt de gewenste waarde van de aanvoer-
temperatuur verwarming overeenkomstig de buitentemperatuur in. Als
de buitentemperatuur hoger is, is de gewenste waarde voor de aanvoer-
temperatuur verwarming lager; als de buitentemperatuur lager is, is de
aanvoertemperatuur verwarming hoger. Bij een correcte instelling van
de regeling is de temperatuur in het gebouw constant, ongeacht de bui-
tentemperatuur. De instelling van de parameters van de regeling is af-
hankelijk van de stooklijn van het gebouw. De parameters moeten
worden aangepast aan het gebouw. De temperatuur in het gebouw kan
worden gewijzigd door de stooklijn parallel te laten lopen. Voor een cor-
recte functie van de regeling moet de buitentemperatuursensor op de
noordwand van het gebouw worden geplaatst en mag deze niet worden
blootgesteld aan de zon of andere warmtebronnen.
Voorbeeld voor de instelling van de weersafhankelijk geregelde
stooklijn
y
y
90
90
1
1
80
80
70
70
60
60
50
50
40
40
30
30
3
3
20
20
10
10
-25
-25
-20
-20
-15
-15
-10
-10
-5
-5
Afb. 5
Weersafhankelijk geregeld stooklijn
EKR – 6721825538 (2023/06)
Instelling Instelbereik
0/1
0
1
4
4
2
2
x
x
0
0
5
5
10
10
15
15
20
20
25
25
0010013569-002
0010013569-002
[1]
1e punt van de stooklijn - max. aanvoertemperatuur verwarming
80 °C SE42=80, bij min. buitentemperatuur -20 °C
SE43=20
[2]
2e punt van de stooklijn - min. aanvoertemperatuur verwarming
20 °C SE41=20, bij max. buitentemperatuur 20 °C
[3]
Verschuiving van de stooklijn [parameter PA05]
[4]
Berekende aanvoertemperatuur verwarming
x
Buitentemperatuur [°C]
y
Aanvoertemperatuur verwarming [°C]
Parameterinstelling
De parameters worden in het servicemenu van de ketelbesturing inge-
steld. De buitentemperatuurregeling van de regeling wordt ingeschakeld
met parameter SE40=1.
De eindgebruiker activeert de buitentemperatuurregeling van de rege-
ling met de gebruikersparameter PA03=3.
Een verhoging of verlaging van de aanvoertemperatuur verwarming (pa-
rallelverschuiving van de temperatuur) wordt bereikt door de parameter
PA05 te wijzigen in het bereik van -9 tot 10 °C.
Bij een geactiveerde buitentemperatuurgeleiding van de regeling
(PA03=3, SE40=1) kan de aanvoertemperatuur verwarming niet op het
bedieningspaneel worden ingesteld. Tijdens de selectie wordt de bere-
kende ingestelde temperatuur weergegeven volgens de stooklijn.
Parameter Beschrijving
SE40
Activering van de weersaf-
hankelijke regeling.
SE41
Aanvoertemperatuur ver-
warming bij een buiten-
temperatuur van 20 °C
SE42
Maximale aanvoertempe-
ratuur verwarming bij mi-
nimale buitentemperatuur
SE43
Minimale buitentempera-
tuur voor de maximale
aanvoertemperatuur ver-
warming
PA03
Inschakelen van de weers-
afhankelijk geregeld rege-
lingsfunctie
PA05
Parallelverschuiving van
de stooklijn
Tabel 4 Instelling van de parameters van de weersafhankelijke regeling
5.3
Begrenzing van het vermogen met behulp van een
ontlastingsrelais
Het ontlastingsrelais bewaakt de stroomwaarde in één fase van de voe-
dingsspanning. Als de ingestelde stroom wordt overschreden, sluit het
relais het contact van de geselecteerde verwarmingselementen van het
cv-toestel. Op deze manier wordt de stroom in de betreffende fase gere-
duceerd.
Parameterinstelling
De activering van de externe vermogensbegrenzing gebeurt in het ser-
vicemenu van het cv-toestel met behulp van de parameter SE50=1. Op
de EKR-module kunnen maximaal 2 ontlastingsrelais worden aangeslo-
ten. In het algemeen kan het relais het benodigde aantal verwarmings-
elementen per fase uitschakelen. Als de betreffende parameter SE51-
SE56=0 is ingesteld, wordt het bijbehorende verwarmingselement niet
uitgeschakeld.
Instelling van de functies
Instellen
Instelbereik
1
20 °C
15...20 °C
80 °C
30...90 °C
-20 °C
-40...0 °C
3
0
-9...10 °C
5