Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

In Bedrijf Nemen; Overzicht Van De Inbedrijfnamestappen; Algemene Inbedrijfname Van De; Algemene Inbedrijfname Van De Bedieningseenheid - Bosch Cs 200 Installatiehandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor CS 200:
Inhoudsopgave
5

In bedrijf nemen

Installatievoorbeelden vindt u in de technische documenten
van de module MS 100/MS 200. Andere mogelijke installaties
zijn weergegeven in de ontwerpdocumentatie.
5.1

Overzicht van de inbedrijfnamestappen

1. Mechanische opbouw van de installatie (handleidingen van
alle modules en -onderdelen respecteren)
2. Eerste keer vullen met vloeistoffen en dichtheidscontrole
3. Elektrische bedrading
4. Codering van de modules ( handleidingen van de mo-
dules)
5. Installatie vullen en ontluchten.
6. Inbedrijfname van de bedieningseenheid CS 200
( hfdst. 5.2, pagina 9)
7. Inbedrijfname van de installatie met de bedieningseenheid
( hfdst. 5.3, pagina 9)
8. Instellingen in het servicemenu van de bedieningseenheid
CS 200 controleren, eventueel aanpassen en configuratie
uitvoeren ( hoofdstuk 5.4, pagina 11)
9. Eventueel waarschuwings- en storingsmeldingen opheffen
en historie resetten
10. Overdracht installatie ( hfdst. 5.7, pagina 11).
5.2
Algemene inbedrijfname van de bedienings-
eenheid
Instelling taal
▶ Verdraai de keuzeknop, om een taal te kiezen en druk dan
op de keuzeknop.
Datum instellen
▶ Verdraai de keuze knop en druk deze in, om de dag, maand
en jaar in te stellen.
De markering staat op Verder.
▶ Druk, wanneer de datum correct is ingesteld, op de keuze-
knop om deze te bevestigen.
Uur instellen
▶ Verdraai de keuzeknop, om de uren en minuten in te stellen.
De markering staat op Verder.
▶ Druk, wanneer de tijd correct is ingesteld, op de keuzeknop
om deze te bevestigen.
Systeemconfiguratie
▶ Verdraai de keuzeknop en druk deze in om de configuratie-
assistent te starten (Ja) of over te slaan (Nee).
CS 200
▶ Wanneer de configuratie-assistent wordt gestart, herkent
de bedieningseenheid automatisch, welke BUS-deelne-
mers in de installatie zijn geïnstalleerd (systeemanalyse) en
past het menu en de voorinstellingen aan op de installatie.
▶ Uitvoeren inbedrijfname van de installatie
( hoofdstuk 5.3).
5.3
Inbedrijfname van de installatie met de confi-
guratie-assistent
De configuratieassistent herkent automatisch, welke BUS-
deelnemers in de installatie zijn geïnstalleerd. De configuratie-
assistent past het menu en de voorinstellingen daarop aan.
De systeemanalyse kan tot een minuut duren.
Naar de systeemanalyse door de configuratieassistent is het
menu Inbedrijfstelling geopend. De instellingen moeten hier
absoluut worden gecontroleerd, eventueel worden aangepast
en daarna worden bevestigd.
Wanneer de systeemanalyse werd overgeslagen, is het menu
Inbedrijfstelling geopend. Pas de hier genoemde instellingen
zorgvuldig aan op de geïnstalleerde installatie. Bevestig als af-
sluiting de instellingen.
Respecteer voor meer informatie over de instellingen de techni-
sche documentatie van de gebruikte module.

5.3.1 Inbedrijfname van de solarinstallatie

Menupunt
Configuratieassistent starten?
Vraag
Controleer voor de start van de configuratieassistent:
Module geïnstalleerd en geadresseerd?
Temperatuursensor geïnstalleerd?
Installatie gevuld en ontlucht?
Configuratieassistent star-
ten?
Bedrijfsmodus
Vraag
Welk systeem is geïnstal-
leerd? Is de codeerschake-
laar op de solarmodule
overeenkomstig ingesteld?
Uitbreidingsmod.
Vraag
Is een uitbreidingsmodule
geïnstalleerd?
In bedrijf nemen | 9
Antwoord/instelling
Ja | Nee
Antwoord/instelling
Solar | Warmwater |
Omlaadsysteem | Verswa-
terstation
Antwoord/instelling
Nee | MS 100
6720863416 (2016/10)
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave