Pagina 1
DOC023.98.93058 Polymetron 9500 Controller 02/2023, Edition 12 Basic User Manual Allgemeines Benutzerhandbuch Manuale di base per l'utente Manuel d'utilisation de base Manual básico del usuario Manual básico do utilizador 基本用户手册 Základní uživatelská příručka Basisgebruikershandleiding Grundlæggende brugervejledning Podstawowa instrukcja obsługi Allmän användarhandbok Peruskäyttöohje...
Inhoudsopgave 1 Online gebruikershandleiding op pagina 204 5 Gebruikersinterface en navigatie op pagina 222 2 Specificaties op pagina 204 6 Het systeem starten op pagina 224 3 Algemene informatie op pagina 205 7 Onderhoud op pagina 227 4 Installatie op pagina 208 8 Foutenopsporing op pagina 228 Hoofdstuk 1 Online gebruikershandleiding...
Specificatie Gegevens Digitale communicatie Optionele Modbus RS485/RS232- of Profibus DPV1-netwerkaansluiting voor datatransmissie Datalogging Secure Digital-kaart of speciale RS232-kabelconnector voor logboekregistratie van gegevens en software-updates Garantie 2 jaar Hoofdstuk 3 Algemene informatie In geen geval is de fabrikant aansprakelijk voor schade die het gevolg is van onjuist gebruik van het product of het niet opvolgen van de instructies in de handleiding.
3.1.2 Waarschuwingslabels Lees alle labels en etiketten die op het instrument zijn bevestigd. Het niet naleven van deze waarschuwingen kan leiden tot letsel of beschadiging van het instrument. In de handleiding wordt door middel van een veiligheidsvoorschrift uitleg gegeven over een symbool op het instrument. Dit is het symbool voor veiligheidswaarschuwingen.
toepassing wordt gebruikt. Dit instrument produceert, gebruikt en kan radiogolven uitstralen. Wanneer het niet geïnstalleerd en gebruikt wordt volgens de handleiding, hinderlijke storing voor radiocommunicatie veroorzaken. Werking van het instrument in een huiselijke omgeving zal waarschijnlijk zorgen voor hinderlijke storing, in welk geval de gebruiker de storing dient te verhelpen.
aansluiten van de sensorbedrading de handleidingen van de betreffende sensoren en de gebruikersinstructies voor de betreffende modules. Relais, uitgangen en signalen De controller heeft vier configureerbare relaisschakelaars en twee analoge uitgangen. Met een optionele analoge uitgangsmodule kan het aantal analoge uitgangen uitgebreid worden naar vijf. Apparaatscans Op twee uitzonderingen na scant de controller bij inschakeling automatisch op aangesloten apparaten, zonder dat de gebruiker iets hoeft te doen.
Pagina 209
Afbeelding 2 Montagemiddelen 1 Montagevoet (2x) 7 Borgring, binnendiameter ¼ inch (4x) 2 Pakking voor paneelmontage, neopreen 8 Zeskantmoer met sluitring M5 x 0,8 (4x) 3 Steun voor wand- en buismontage 9 Bolkopschroeven M5 x 0,8 x 100 mm (4x) (te gebruiken voor montage aan buizen met verschillende diameter) 4 Trillingsdempende pakking voor buismontage...
Pagina 211
Afbeelding 4 Afmetingen paneelmontage Opmerking: Bij gebruik van de beugel voor paneelmontage (meegeleverd), duw de controller door het gat in het paneel en schuif de beugel over de controller op de achterzijde van het paneel. Gebruik de vier 15 mm cilinderkopschroeven (meegeleverd) om de beugel te bevestigen aan de controller en om de controller op het paneel vast te zetten.
Pagina 212
Afbeelding 5 Buismontage (verticale buis) 212 Nederlands...
Afbeelding 6 Boven- en onderaanzicht 4.3 Hoogspanningsbarrière De hoogspanningskabels voor de controller worden achter de hoogspanningsbarrière in de behuizing van de controller geleid. Behalve tijdens het installeren van modules of als een bevoegde installatietechnicus bedradingen voor netvoeding, alarmen, uitgangen of relais aanbrengt, moet de barrière op zijn plaats blijven.
Raadpleeg de stappen in deze procedure om beschadiging van het instrument door elektrostatische ontlading te vermijden: • Raak een geaard metalen oppervlak aan, zoals de behuizing van een instrument, een metalen leiding of pijp om de statische elektriciteit van het lichaam weg te leiden. •...
W A A R S C H U W I N G Potentieel gevaar van elektrische schok. Als dit apparaat buiten of op mogelijke natte locaties wordt gebruikt, moet een apparaat voor stroomonderbreking worden gebruikt om het apparaat op de stroomvoorziening aan te sluiten.
Pagina 216
Tabel 2 Informatie over de DC-voedingsbedrading (uitsluitend modellen met DC-voeding) Klem Beschrijving Kleur—N.-Amerika Kleur—EU +24 V DC Rood Rood 24 V DC retour Zwart Zwart — Pen voor beschermende aarde (PE) Groen Groen en geel 216 Nederlands...
4.7 Alarmen en relais De controller is uitgerust met vier potentiaalvrije enkelpolige relais met een maximale ohmse belasting van 100-250 VAC, 50/60 Hz, 5 A. De contacten hebben een maximale ohmse belasting van 250 VAC, 5 A bij de met wisselstroom gevoede controller en een maximale ohmse belasting van 24 VDC, 5 A bij de met gelijkspanning gevoede controller.
W A A R S C H U W I N G Potentieel gevaar van elektrische schok. AC-aangedreven controllers (115 V–230 V) zijn ontworpen voor relaisaansluitingen op AC-stroomcircuits (dus spanningen hoger dan 16 V-RMS, 22,6 V-PIEK of 35 VDC). Het bedradingscompartiment is niet berekend op spanningsaansluitingen van meer dan 250 VAC. 24 VDC-gevoede controllers W A A R S C H U W I N G Potentieel gevaar van elektrische schok.
4.9 Analoge uitgangsaansluitingen W A A R S C H U W I N G Potentieel gevaar van elektrische schok. Bij het aanbrengen van elektrische verbindingen dient men altijd de stroom naar het instrument los te koppelen. W A A R S C H U W I N G Potentieel gevaar van elektrische schok.
Afbeelding 8 Analoge uitgangsaansluitingen Tabel 3 Uitgangsaansluitingen Recorderbedrading Positie op de printplaat Uitgang 2- Uitgang 2+ Uitgang 1- Uitgang 1+ 1. Open het deksel van de controller. 2. Leid de draden door de kabelwartel. 3. Pas de draad als nodig aan en draai de kabelwartel vast. 4.
Pagina 221
Opmerking: Afbeelding 9 toont de achterzijde van het controllerdeksel en niet de binnenzijde van het compartiment van de hoofdcontroller. Afbeelding 9 Bedradingsconfiguratie discrete ingang Tabel 4 Ingangsaansluitingen Discrete ingangen Connectorstand - Connectorstand - schakelaaringang spanningsingang Ingang 1+ Ingang 1- Ingang 2+ Ingang 2- Ingang 3+ Ingang 3-...
De optionele digitale uitgangsmodule wordt geïnstalleerd op de locatie die wordt aangegeven door item 4 in Afbeelding 7 op pagina 214. Raadpleeg de bij de netwerkmodule geleverde handleiding voor meer informatie. Raadpleeg http://www.hach-lange.com http://www.hach.com voor meer informatie over Modbus- registers. Hoofdstuk 5 Gebruikersinterface en navigatie 5.1 Gebruikersinterface...
Pagina 223
Ingangen en uitgangen worden met behulp van het toetsenpaneel en displayscherm op het frontpaneel ingesteld en geconfigureerd. Deze gebruikersinterface wordt gebruikt om in- en uitgangen in te stellen en te configureren, om logboekinformatie te creëren en waarden te berekenen en om sensoren te kalibreren. De SD-interface kan worden gebruikt om logboekbestanden op te slaan en software te updaten.
Tabel 5 Omschrijvingen van pictogrammen (vervolg) Pictogram Beschrijving Waarschuwing Een waarschuwingspictogram bestaat uit een uitroepteken binnen een driehoek. Er verschijnen rechts in de hoofdweergave, onder de meetwaarde, pictogrammen met waarschuwingen. Druk op Enter en selecteer een apparaat om problemen die aan dat apparaat gekoppeld zijn, te bekijken.
Foutenopsporing in deze handleiding. 6.2 Displaycontrast instellen 1. Druk op toets Menu en selecteer Polymetron 9500 SETUP>DISPLAY SETUP>DISPLAY CONTRAST. 2. Gebruik de pijltoetsen Op en Neer om het contrast aan te passen naar een waarde tussen het minimum van +1 en het maximum van +9.
Optie Beschrijving DISPLAY SETUP Configureren van het display van de controller. ADJUST ORDER — (volgorde aanpassen) de weergavevolgorde van de metingen bekijken en aanpassen. • SEE CURRENT ORDER — (huidige volgorde bekijken) de huidige weergavevolgorde bekijken • ADD MEASUREMENTS — (metingen toevoegen) geselecteerde metingen toevoegen aan de weergave •...
Optie Beschrijving CALCULATION Configureert de wiskundefunctie van de controller. SET VARIABLE X — (variabele x instellen) selecteert de sensor voor variabele x. SET PARAMETER X — (parameter x instellen) selecteert de sensormeting voor variabele x. SET VARIABLE Y — (variabele y instellen) selecteert de sensor voor variabele y. SET PARAMETER Y —...
Hoofdstuk 8 Foutenopsporing Probleem Resolutie Controleer de configuratie van de stroomuitgang. Test het signaal van de stroomuitgang via het submenu Geen stroomuitgang Test/Onderhoud. Voer een stroomwaarde in en controleer het uitgangssignaal aan de aansluitingen van de controller. Neem contact op met de technische ondersteuningsafdeling. Controleer de configuratie van de stroomuitgang.
Pagina 229
Probleem Resolutie Zorg ervoor dat een geschikte map wordt gemaakt, door de SD- kaart in de controller te plaatsen. Er wordt automatisch een updatefolder gemaakt. Installeer de SD-kaart op een PC en controleer of de De controller kan geen software-updates op softwarebestanden zich in de juiste updatefolder bevinden.