Gebruikershandleiding
4. Stel het volgende in.
❏ Printer: Selecteer uw printer.
❏ Preset: Kies wanneer u de opgeslagen instellingen wilt gebruiken.
❏ Papierformaat: Selecteer het papierformaat dat u in de toepassing hebt ingesteld.
❏ Afdrukstand: Selecteer de afdrukstand die u in de toepassing hebt ingesteld.
Opmerking:
Selecteer de liggende afdrukstand voor het afdrukken op enveloppen
5. Selecteer Printerinstellingen in het venstermenu.
Opmerking:
Als in Mac OS X v10.8.x of later het menu Printerinstellingen niet wordt weergegeven, is de Epson-printerdriver fout
geïnstalleerd.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
faxen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe. Zie het volgende om een printer toe te voegen.
http://epson.sn
6. Stel het volgende in.
❏ Papierbron: Selecteer de papierbron waarin u het papier hebt geladen.
❏ Afdrukmateriaal: Selecteer het type papier dat u hebt geladen.
❏ Grijswaarden: Selecteer deze optie om in zwart-wit of grijstinten af te drukken.
7. Klik op Afdrukken.
Gerelateerde informatie
"Beschikbaar papier en capaciteiten" op pagina 27
&
"Papier in de Papiercassette laden" op pagina 30
&
Afdrukken
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
37