12. Verhelpen van storingen
Probleem
Mogelijke oorzaak
Lashelm is vervuild of beschadigd.
Het filter verduistert
Lichtboogsensor is verborgen.
niet zoals bedoeld of
knippert.
Lasstroom is te gering.
Batterij is te zwak.
De omgevingstemperatuur is te laag.
Langzame reactie.
Gevoeligheid is te laag.
Zichtvenster is vervuild.
Beschermfolie op het zichtvenster is
niet verwijderd.
Slechte
zichtbaarheid.
Het omgevingslicht is te zwak.
Het onjuiste veiligheidsniveau werd
geselecteerd.
Lashelm glijdt weg.
Hoofdband is niet goed ingesteld.
Oplossing
Lashelm moet worden gereinigd of worden
vervangen.
Reinig het oppervlak van de lichtboogsensor.
De gevoeligheid moet op het maximum worden
ingesteld.
Lashelm moet worden vervangen.
De lashelm mag niet onder -5 °C worden
gebruikt.
De gevoeligheid moet worden verhoogd.
Zichtvenster moet worden gereinigd.
Dragerfolie moet worden verwijderd.
Lichtomstandigheden moeten worden
aangepast.
Controleer het veiligheidsniveau.
Hoofdband moet strakker worden ingesteld.
www.scheppach.com
NL | 53