Mogelijke selectie AUX-ingangen
Temperatuurvoeler
Dit zijn de mogelijkheden:
•
boiler (BT52) (alleen getoond als shuntgeregelde bijverwar-
ming is geselecteerd in menu 5.1.12 - "interne elektrische
bijverw.")
•
koeling/verwarming (BT74), bepaalt wanneer het tijd is
om te wisselen tussen de standen koelen en verwarmen
(kan worden geselecteerd als de koelfunctie is geactiveerd
in menu 5.2.4 - "accessoires").
Wanneer er meerdere ruimtesensoren zijn geïnstalleerd,
kunt u in menu 1.9.5 selecteren welke daarvan de aanstu-
ring moet bepalen.
Als de koelings-/verwarmingssensor (BT74) is aangesloten
en geactiveerd in menu 5.4, kan er geen andere ruimtesen-
sor worden geselecteerd in menu 1.9.5 - "instellingen
koeling".
Monitor
Dit zijn de mogelijkheden:
•
alarm van externe eenheden.
Het alarm is aangesloten op de regeling, wat betekent dat
de storing wordt weergegeven als een informatieve mede-
deling op het display. Potentiaalvrij signaal van het type
NO of NC.
2
•
niveauregelaar
/ drukschakelaar / stromingssensor voor
bronsysteem.
–
Blokkeert de gehele installatie, een specifieke warmte-
pomp of compressormodule (NO/NC).
•
drukschakelaar voor klimaatsysteem (NC).
•
houtkachelmonitor voor accessoire ERS.
De houtkachelmonitor is een thermostaat die is aangeslo-
ten op de schoorsteen. Wanneer de negatieve druk te laag
is, zijn de ventilatoren in de ERS (NC) uitgeschakeld.
Externe activering van functies
Er kan een externe schakelaarfunctie op de F1355 worden
aangesloten voor het activeren van diverse functies. De
functie is geactiveerd gedurende de tijd dat de schakelaar
is gesloten.
Mogelijke functies die geactiveerd kunnen worden:
•
geforceerd regelen van de circulatiepomp van de brine
•
comfortstand warmtapwater "tijdelijk in luxe"
•
comfortstand warmtapwater "zuinig"
•
"externe instelling"
Als de schakelaar is gesloten, verandert de temperatuur
in °C (als een ruimtesensor is aangesloten en geactiveerd).
Als er geen ruimtesensor is aangesloten of geactiveerd,
wordt de gewenste verschuiving van "temperatuur" (ver-
schuiving stooklijn) ingesteld via het aantal gekozen
2 Accessoire NV 10
NIBE F1355
stappen. De waarde kan worden ingesteld tussen -10 en
+10. Externe afstelling van het klimaatsysteem 2 naar 8
wordt uitgevoerd op de respectievelijke accessoirekaarten.
–
klimaatsysteem 1 - 8
Het instellen van de waarde voor de wijziging vindt
plaats in menu 1.9.2 - "externe instelling".
•
activering van een van de vier ventilatorsnelheden.
(kan worden geselecteerd als het ventilatieaccessoire is
geactiveerd)
De volgende opties zijn beschikbaar:
–
"activeer ven.snelh.1 (NO)" - "activeer ven.snelh.4 (NO)"
–
"activeer ven.snelh.1 (NC)"
De ventilatorsnelheid is geactiveerd gedurende de tijd dat
de schakelaar is gesloten. De normale snelheid wordt
hervat als de schakelaar weer open is.
Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen
35