Bediening
3
Bediening
De zonne-installatie wordt bij de inbedrijfname door uw vakman volledig ingesteld en werkt volauto-
matisch.
V Laat u de werking en de bediening van het solarsysteem uitleggen door uw vakman.
V Het zonnesysteem ook tijdens een langere afwezigheid (b.v. vakantie) niet uitschakelen.
Indien de installatie overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant is geïnstalleerd, is het zon-
nesysteem op zichzelf veilig.
V Na een langere stroomuitval of langer ontbreken van de bedrijfsdruk de manometer van de zonne-
installatie (
hoofdstuk 5.4, pagina 14) controleren.
Waarschuwing: Installatieschade door wijzigingen van de instellingen van de rege-
laar.
V We raden u aan om als gebruiker geen wijzigingen door te voeren aan de para-
meters die hieronder niet beschreven zijn.
3.1
Elementen van het zonnestation
De hoofdcomponenten van het zonnestation zijn:
– Thermometer (
van de retour (blauw) en de aanvoer (rood) van de zonnecircuit.
– Manometer (
afb. 3, pos. 2) en veiligheidsventiel: De manometer geeft de bedrijfsdruk aan. Het
veiligheidsventiel dat zich erboven bevindt, opent en de solarvloeistof wordt afgelaten aan de uit-
blaasleiding, als de installatiedruk meer bedraagt dan 6 bar.
Afb. 3
Zonnestation
1
Temperatuuraanduiding solar retour
2
Manometer en veiligheidsventiel
3
Temperatuuraanduiding aanvoer zonnecircuit
Logamatic SC40 - Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden.
afb. 3, pos. 1 en 3): de ingebouwde thermometers geven de temperaturen aan
3
1
7747004985.09-1.SD
7747004985.09-1.SD
3
2
7