NL
5.2
Overzicht zoekoperaties
Zodra een zoekoperatie is gestart, schakelt de LUNAR om naar de zoekmodus. Gebruik de richtings- en afstandindicators
op het display om de gezochte persoon te lokaliseren.
A
Afstand (meting)
1
B
Afstand
(visuele indicator)
C
Directionele sterkte
D
Thermografie
Geeft de afstand in meter of feet tot de gezochte
persoon aan.
Bogen hebben een directe correlatie met de afstand
tot de gezochte persoon. Als de zoeker de gezochte
persoon nadert, worden de binnenbogen
aangegeven.
Geeft de richting van het gezochte persoon aan met
behulp van:
•
Cijfers - Een schaalverdeling van 0 tot 100
waarbij 100 de sterkste signaalbron aangeeft.
•
Kleuren - Directe correlatie met de
signaalsterkte. Hoe lichter het signaal, des te
sterker is het signaal.
OPMERKING: Bij grotere afstanden of bij meer
hindernissen tussen de zoeker en de gezochte
persoon zal de directionele sterkte-indicator lagere
waarden weergeven. Als de zoeker dichterbij komt
en het toestel op het gezochte persoon richt, zullen
deze waarden stijgen.
De temperatuur van het oppervlak of het item in de
middelste indicator van het warmtebeeld. (optionele
instelling)
OPMERKING: Thermografie kan niet de
temperaturen van gassen aangeven en is
afhankelijk van de eigenschappen van de gemeten
oppervlakken. Glanzende oppervlakken zoals glas,
tegels, gepolijst metaal, enz. leveren geen
LUNAR
5 Kenmerken
37