6/ Toestel waterzijdig aansluiten
Aansluitregels
Dit toestel, voorzien van een waterwarmtewisselaar, moet worden geïnstalleerd achter een
verwarmingstoestel type warmtepomp of lage-temperatuurketel.
Afhankelijk van de configuratie ( vooral bij renovatie of als er slechts een beperkt aantal dynamische
radiatoren in het circuit zijn ), moet u ervoor zorgen dat het watervolume van de installatie voldoende is
voor de eisen van het verwarmingstoestel. Raadpleeg hiervoor de handleiding van de warmtepomp of de
lage-temperatuurketel. De lengte van de leidingen mag de in de handleiding van de warmtepomp of de
ketel aangegeven waarden niet overschrijden.
Specifieke aansluitregels voor koeltoepassingen
Voor koeltoepassingen is het van essentieel belang dat de leidingen over de gehele lengte worden
geïsoleerd en dat de uiteinden perfect worden afgedicht om elk risico op condensvorming te
voorkomen en het warmteverlies te beperken. De isolatie van de leidingen moet worden beschermd,
bijvoorbeeld door een mof die een thermische isolatie tot 85°C biedt.
Het door de warmtewisselaar gecondenseerde water moet worden afgevoerd via een flexibele plastic
slang met een binnendiameter van 16 mm. Elk toestel kan zijn eigen afvoerleiding hebben of verschillende
toestellen kunnen worden aangesloten op een hoofdafvoerleiding.
Opdat het condenswater vlot kan weglopen, moet de afvoerleiding voldoende afhellen. Het is raadzaam
een sifon te voorzien indien de condensafvoer is aangesloten op een riolering of een andere leiding die
onaangename geuren kan afgeven.
Toestel aansluiten op het watercircuit
De waterzijdige aansluiting moet worden uitgevoerd volgens de schema's in de handleiding van uw
warmtepomp of ketel.
Raadpleeg de handleiding van de warmtepomp of de ketel om, afhankelijk van de configuratie, na te
gaan of het watervolume van de installatie voldoende is voor de eisen van het verwarmingstoestel.
Aansluiting op het waterleidingnet
Sluit de watertoevoerleiding van het
1
verwarmingstoestel
(schroefdraadaansluiting 1/2" (of
15-21)) aan op de aansluiting voor de
watertoevoer van het toestel.
Sluit de retourslang van het
2
verwarmingstoestel
( schroefdraadaansluiting 1/2" (of
15-21) ) aan op de bij het toestel
geleverde wartelkoppeling.
Gebruik een gebruikte
wartelkoppeling niet opnieuw.
De flexibele slang moet aan de ene
kant worden aangesloten op de uitlaat
van de condensopvangbak en aan de
andere kant op de vuilwater-afvoer.
Controleer deze aansluiting op lekken.
3
Sluit de 2 elektrische kabelbomen tussen het voorpaneel en de achterkant van het toestel opnieuw aan ( zie
punt 3 van pagina 9 ). Sluit het voorpaneel en zorg ervoor dat de elektrische aansluitingen niet gekneld
raken.
Plaats de 2 schroeven terug en draai ze vast ( zie punt 1 van pagina 9 ).
11