Figure 2. Het ATS110x bediendeel
Het ATS110x bediendeel
1
0 – 9
2
ON (=Aan)
3
OFF (=Uit)
4
ENTER
5
MENU*
5
+
2
MENU +
MENU +
5
+
3
6
NEXT (=Volgende)
7
[CLEAR]
7
+
2
[CLEAR] +
[CLEAR] +
7+3
8
LCD display
9
Gebieden LED's
F1 – F4
•
Worden gebruikt voor het invoeren van alfanumerieke informatie.
•
Wordt gebruikt om na het invoeren van uw PIN-code het systeem in te schakelen.
(Gebruikersinterfaces zonder een LCD display hebben een '#' als ON-toets.)
•
Wordt gebruikt om na het invoeren van uw PIN-code het systeem uit te schakelen.
(Gebruikersinterfaces zonder een LCD display hebben een '*' als OFF-toets.)
•
Wordt gebruikt om een stap te voltooien. (vergelijkbaar met de Enter toets op een
computer)
•
Voorwaarts scrollen in een menulijst.
•
Wordt gebruikt om na het invoeren van een geldige code een deur te openen (indien
geprogrammeerd)
(Gebruikersinterfaces zonder een LCD display hebben een '#' als ENTER-toets.)
•
Tonen van de login prompt voor het menu.
•
Terugtoets voor het corrigeren van een fout.
•
Achterwaarts scrollen in een menulijst.
(Gebruikersinterfaces zonder een LCD display hebben alleen de '*' zonder het woord 'menu').
•
Verhogen LCD contrast.
•
Verlagen LCD contrast.
•
Voorwaarts scrollen in een menulijst.
•
Update van de getoonde informatie.
(Alleen beschikbaar op sommige gebruikersinterfaces)
•
De huidige functie of bewerking wordt verlaten; terugkeren naar de prompt voor
alarmcontrole.
(Alleen beschikbaar op sommige gebruikersinterfaces)
•
Verhogen volume bediendeelzoemer.
•
Verhogen volume bediendeelzoemer.
•
Wordt gebruikt voor het tonen van boodschappen.
•
Geven aan welke gebieden zijn ingeschakeld of waar een alarm is opgetreden.
•
Worden gebruikt voor het uitvoeren van speciale functies. Deze functies moeten zijn
geprogrammeerd door de installateur.
7