Veiligheidssysteem
De machine is voorzien van een veiligheidssysteem
dat onder de volgende omstandigheden voorkomt
dat de machine kan worden gestart of dat er met de
machine kan worden gereden.
De motor kan alleen in de volgende gevallen worden
gestart:
1. Het maaidek is uitgeschakeld.
2. De stuurregelaars staan in de buitenste,
vergrendelde neutrale positie.
3. De bestuurder zit op de bestuurdersstoel.
4. De parkeerrem is ingeschakeld.
Controleer dagelijks of het veiligheidssysteem werkt
door de motor te starten terwijl er niet aan een van
bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. Wijzig de
omstandigheden en probeer het opnieuw.
Als de motor start terwijl er niet aan alle voorwaarden
wordt voldaan, schakelt u de machine uit en repareert
u het veiligheidssysteem voordat u de machine weer
gebruikt.
Zorg dat de motor stopt terwijl de parkeerrem niet is
ingeschakeld en de gebruiker van de stoel opstaat.
Controleer of de motor start als de maaibladen
zijn ingeschakeld en de gebruiker tijdelijk van de
bestuurdersstoel opstaat.
Bandendruk
Alle banden moeten een druk hebben van 15 psi / 103
kPa / 1 bar.
36
-husqvarna
ondERhoud
Startvoorwaarden
BELANGRIJKE INFORMATIE
De machine kan alleen rijden als de bestuurder
op de stoel zit en de parkeerrem uitschakelt
voordat de stuurhendels in de neutrale positie
worden gezet, anders stopt de motor.
Bandendruk
8050-020
8011-564