VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
in een droge, koele en goed geventileerde omgeving.
■ Gebruik geen niet-oplaadbare batterijen!
■ Gebruik de oplader niet met een beschadigde kabel of
stekker, dit kan kortsluiting veroorzaken en het risico
op elektrische schokken met zich meebrengen. Stop
onmiddellijk met het gebruik als het beschadigd is.
Vervang de oplader door hetzelfde apparaat als vermeld
in het gedeelte "Productspecificaties".
van deze handleiding. In geval van schade aan de
voedingskabel, dient u deze te laten vervangen door
de fabrikant, zijn reparatieservice of een vergelijkbaar
gekwalificeerd persoon om elk gevaar te voorkomen.
■ De stekker van de oplader moet in het stopcontact passen.
Breng op geen enkele manier wijzigingen aan de stekker aan.
Ongewijzigde stekkers en bijpassende stopcontacten
verminderen het risico op elektrische schokken.
■ Wanneer een batterij heet is, laat u deze afkoelen voordat
u deze oplaadt.
■ Controleer voor elk gebruik de staat van de oplader, het
snoer en de stekker.
Gebruik geen defecte oplader en haal de oplader niet
uit elkaar. Onjuiste hermontage kan leiden tot brand of
elektrische schokken.
■ Bescherm de lader tegen vocht en natte omgevingen. Er
bestaat een risico op een elektrische schok.
■ Gebruik de lader alleen met de juiste originele batterijen.
Het opladen van andere accu's kan leiden tot risico op
letsel en brand.
■ Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen
of bewegende delen.
121
NL