Batterijen
De hoofdeenheid wordt normaal gevoed door de meegeleverde
netstroomadapter en heeft batterijen als reserve voor het geval van
een stroomstoring. Het controlelampje op de hoofdeenheid geeft aan
of de batterijen ontbreken of zijn ontladen.
De sensors krijgen hun stroom uitsluitend van hun batterijen. Als de
batterijen in een sensor leeg raken, gaat het rode controlelampje op
de sensor knipperen. Ook het indicatorlampje op de hoofdeenheid
voor dat specifieke kanaal gaat knipperen.
Let op!
Als een sensor niet meer functioneert kan het tot zes uur duren
voordat dit op de hoofdeenheid wordt aangegeven.
De batterij in de hoofdeenheid of sensor vervangen
1.
Ontkoppel alle verbindingen van de netstroomadapter,
telefoonsnoeren, alarmen etc.
2.
Verwijder het batterijklepje en vervang de batterijen. Plaats de
nieuwe batterijen zoals aangegeven in het batterijvakje.
3.
Plaats het batterijklepje weer terug en sluit de verbindingen weer
aan.
4.
Controleer de functie, zie Functie controleren.
Let op!
Gebruik alleen alkalinebatterijen van een goede kwaliteit (1,5V).
Nederlands