2. Voorbereiding
2.1 De batterijen plaatsen/vervangen
1.
Verwijder het klepje van het
batterijvak.
2.
Plaats twee "AAA"-batterijen
zoals aangegeven in het bat-
terijvak en plaats het klepje
terug.
Opmerkingen:
• Als het symbool voor laag batterijvermogen
(
) op de display wordt weergegeven, schakel dan de eenheid uit en vervang beide batterijen
tegelijk.
• De metingen blijven in het geheugen staan, ook als de batterijen zijn vervangen.
Afvoer en verwerking van gebruikte batterijen dient plaats te vinden overeenkomstig de nationale regel-
geving hiervoor.
134