Afb. 4
8 Als de cliënt is aangekomen, draait u hem of haar naar de
voorruit toe, zodat zijn of haar benen in de toegangsruimte
van de auto rusten. Zorg dat de benen/voeten van de cliënt
bij dit proces niet klem komen te zitten.
9 Breng de cliënt omlaag naar de autostoel door tijdens de
daling kleine aanpassingen uit te voeren zodat de cliënt zich
in een comfortabele positie bevindt. (Zie Afb. 4)
10 Wanneer het gewicht van de cliënt volledig op de autostoel
is overgebracht, maakt u de bevestigingsclips los.
11 Haal de lift weg bij de cliënt.
12 Verwijder de tilband vanonder de cliënt. Vergeet niet de
veiligheidsgordel om te doen.
27